Bosniërs samen sterk tegen de schakende kaaskoppen

ROTTERDAM, 29 JUNI. Zaterdag moesten Sokolov en Nikolic tegen elkaar. Ze stonden samen bovenaan in het schaakkampioenschap van Nederland, alleen Sosonko kon hen op dat moment, met een half punt achterstand, nog een beetje bijhouden. Twee Bosniërs en een Leningrader bovenaan, mopperden de nationaal-chauvinisten. Nu woont Sosonko hier al sinds mensenheugenis, maar een product van de Nederlandse schaakschool kan je hem inderdaad moeilijk noemen.

Twee landgenoten die in het buitenland samen op strooptocht gaan willen in hun onderlinge partij nog wel eens een makkelijke remise maken, maar dat was Sokolov en Nikolic toch te min, ze trokken flink tegen elkaar van leer en gebruikten veel tijd in de opening. Toen hielden ze er in een stelling vol interessante mogelijkheden toch plotseling mee op. Alsof ze stilzwijgend overeen waren gekomen dat ze elkaar geen kwaad zouden doen en dat de man die de kaaskoppen het best aan zou kunnen pakken kampioen mocht worden. Zo was het toch niet. Nikolic was achteraf een beetje ontevreden, hij vond dat hij beter had gestaan in de slotstelling.

De Nederlandse top kon maar weinig inlopen, want ook Sosonko en Timman speelden zaterdag in Rotterdan remise. Gisteren stond de belangrijke partij Nikolic-Timman op het programma. Als hij kansen wilde houden, mocht Timman beslist niet verliezen, maar remise zou hem ook niet veel verder helpen.

Timman pakte het hard aan, door de hyperscherpe Botwinnik-variant te spelen. Een riskante opening, zeker tegen Nikolic, die als een kenner geldt. Eén verkeerde zet in de openingsfase, en het kan gedaan zijn met zwart. Timman deed een verkeerde zet, en het was bijna gedaan met hem. Hij kwam vrijwel geforceerd terecht in een toreneindspel met een pion minder dat waarschijnlijk verloren voor hem was.

Timman mocht blij zijn dat Nikolic hem in de technische fase met remise liet ontsnappen, maar erg groot zal de blijdschap niet geweest zijn, want hij kwam met deze uitslag toch anderhalf punt achter op de leider Sokolov, die met zwart van Nijboer won.

Een leuke partij was dat, in zekere zin echt Nijboer. In het begin veroverde hij met een zeer originele actie twee lichte stukken in ruil voor toren en twee pionnen. Toen was Nijboer er van overtuigd dat hij glad gewonnen stond, hoewel de situatie in feite heel onduidelijk was.

Bij de analyse achteraf had Sokolov er veel plezier in om Nijboers optimisme met concrete varianten te temperen en als er dan een variant op het bord kwam waarin eerder zijn eigen stelling voordelig leek, zei Sokolov grijnzend dingen als: “Nu zal de partij nog enkele zetten duren. Daarna worden handen geschud.“

In de echte partij was een haarscherpe stelling op het bord gekomen waarin Nijboer nog tien moeilijke zetten moest doen met per zet drie seconden bedenktijd. Ook echt Nijboer. Soms gaat dat goed, maar nu niet. Hij maakte de blunder die bijna onvermijdelijk was.

Sosonko viel terug door met wit te verliezen van Van Wely. Het leek een beetje alsof Sosonko niet goed wist wat hij wilde, een veilige remise maken of op winst spelen, met alle gevaren van dien. Hij pakte de opening kalm aan en ging toen over op agressie die verkeerd uitpakte. Een remise-aanbod van Sosonko kwam net te laat.

Zo staat met nog vier ronden te gaan een contingent Nederlanders op de derde plaats: Timman, Sosonko, Van Wely en Piket, die gisteren tegen Reinderman zijn eerste winstpartij speelde. Anderhalf punt achter op Sokolov, een punt op Nikolic. De kans om het nog in te halen lijkt klein.

    • Hans Ree