Blokfluitpionier Van Hauwe brengt op festival Internet-catalogus vol moderne composities; Stiefkindje onder de fluiten is nu volwassen

Blockflute heet de nieuwe blokfluit, een instrument vol snufjes om kwarttonen te blazen en om interactief met computers te communiceren. In Blockflute & Electronics, een vijfdaags festival in Muziekcentrum De IJsbreker, is het instrument naast zijn voorgangers te horen in recent gecomponeerd repertoire.

Blockflute & Electronics: Muziekcentrum De IJsbreker, Amsterdam: 3-8/7. Website: http://www.blokfluit.org.

AMSTERDAM, 29 JUNI. De kleinste, de sopranino, was 22,5 centimeter lang, schreef de muziektheoreticus Michael Praetorius in 1618 in zijn Syntagma musicum. Daarna werden ze snel groter: de sopraanblokfluit had een lengte van dertig centimeter, de tenor van zestig. Praetorius eindigde zijn rijtje met de contrabasfluit van twee meter. Een meer dan manshoog instrument - zeker voor die tijd. De blokfluiten vormden geen instrumentenfamilie die je over het hoofd zag. Toch zouden componisten in de romantiek de blokfluit langzaam maar zeker uit het oog verliezen. Haar stemming en omvang waren weinig ideaal, maar wat het instrument vooral de das om deed was het zachte volume. De flauto dolce, zoals de toepasselijke Italiaanse benaming luidde, was apert ongeschikt voor het steeds luidruchtiger wordende symfonie-orkest.

Pas in de twintigste eeuw kreeg men weer belangstelling voor de blokfluit. In het kielzog van de hernieuwde interesse voor het verleden, zoals die zich manifesteerde in het neoclassicisme en de prille historische uitvoeringspraktijk, groeide opnieuw de belangstelling voor de blokfluit. In Engeland liet Arnold Dolmetsch oude instrumenten nabouwen; in Duitsland werd de pedagogische waarde van het instrument ontdekt. De blokfluit werd het ideale, want goedkoop en relatief eenvoudig te bespelen, instrument voor de muzikale basisvorming. Terwijl de Wandervogel en de Hitlerjugend zich het instrument toeëigenden, werd de blokfluit tevens herontdekt door componisten.

Het is deze ontwikkeling die onlosmakelijk verbonden is met de moderne blokfluit, waaraan onder de titel Blockflute & Electronics vanaf vrijdag 3 juli in Muziekcentrum De IJsbreker een vijfdaags festival wordt gewijd. Festivalprogrammeur Walter van Hauwe zal bij de opening een Internet-catalogus ten doop houden waarop 1800 blokfluitcomposities uit deze eeuw bijeen zijn gebracht. Bartók componeerde al in 1907 drie volksliederen voor blokfluit en piano, zo leert een kleine rondgang op de website van de Stichting Blokfluit. Door de inspanningen van Van Hauwe en de zijnen is het aantal blokfluitcomposities vanaf de jaren zestig explosief gegroeid. Tegenwoordig komen er wekelijks zelfs zo'n zes stukken bij, zegt Van Hauwe.

Met de presentatie van deze cataloguswebsite is één van de drie voornemens gerealiseerd die tien jaar geleden werden gemaakt na afloop van de eerste blokfluitweek in De IJsbreker. Er is sinds die tijd veel repertoire bijgekomen waarin de blokfluit niet meer als solistisch instrument wordt behandeld, maar als ensemble-instrument (een tweede voornemen). En intussen zijn ook belangrijke stappen gezet in het realiseren van het derde voornemen: het verbeteren van de instrumenten. Zo bespeelt Van Hauwe zelf een hypermodern kleppeninstrument vol ingenieuze constructies waarmee hij probleemloos kwarttonen kan blazen en interactief kan communiceren met computer-elektronica. Dit nieuwe type instrument noemt hij bij voorkeur een blockflute. Hoezeer die naam misschien ook voor de hand ligt, het onderscheid met de aloude recorder, zoals de blokfluit in het Engels heet, is daarmee meteen al in naamgeving duidelijk.

Walter van Hauwe (49) is een van de belangrijkste pioniers van de moderne blokfluitmuziek. Een kwart eeuw geleden sloeg hij bij de concerten van Sour Cream, het trio dat hij samen met Kees Boeke en Frans Brüggen vormde, nog blokfluiten aan gruzelementen. Onder invloed van geestverruimende middelen werd een provocerend repertoire gespeeld. Nieuw gecomponeerde muziek wedijverde met oude muziek, die in de Parijse Bibliothèque Nationale met de hand werd gekopieerd. Ook met zijn Quadro Hotteterre maakte Van Hauwe wereldwijd furore. En al komen zijn leerlingen tegenwoordig uit de meest exotische uithoeken van de wereld, een pionier is hij gebleven. Hij is één van de eerste bespelers van het modern geoutilleerde instrument waarbij omvang en dynamiek amper nog belemmerende factoren voor componisten hoeven te betekenen. Volgens Van Hauwe een cruciale stap in de emancipatie van het instrument.

Van Hauwe: “De blokfluit-revival in onze eeuw berustte op twee pijlers: een Angelsaksische en een Duitse. Dolmetsch zag de blokfluit als een historisch instrument, waarop renaissance- en barokmuziek werd gespeeld. In Duitsland zagen figuren als Pater Harlan de blokfluit als een nieuw instrument, waar ook nieuw repertoire voor moest komen. Paul Hindemith componeerde bijvoorbeeld in 1936 een blokfluit-trio. Tot op de dag van vandaag zie je dat mijn Duitse studenten ook voor hun instrument componeren.

“In Nederland ontstond vanaf de jaren vijftig en zestig door toedoen van mensen als Kees Otten, Johannes Colette en Frans Brüggen een soort gemengd repertoire van oud en nieuw. Vanaf het begin werden opdrachten gegeven aan goede componisten: Luciano Berio, Louis Andriessen. Maar een goede componist schrijft alleen wanneer hij weet dat zijn stuk goed wordt uitgevoerd door iemand met een goed publiek. Die cirkel moet rond zijn.” Die aanpak volgend hebben Van Hauwe's leerlingen intussen op tal van plaatsen in de wereld nieuw repertoire weten te genereren.

Hoe verscheiden dit repertoire is, onderstreept het programma van Blockflute & Electronics. Van zeventig verschillende componisten wordt werk uitgevoerd door musici die onder meer afkomstig zijn uit Japan, Canada, Duitsland en Nieuw-Zeeland. Naast twaalf wereldpremières bevat het programma intrigerende stukken die nog amper bekendheid genieten, zoals het vijftig minuten durende muziektheater Treppenwitz van Gabriele Manca dat de blokfluitisten Kees Boeke en Antonio Politano vrijdagnacht samen met de componist en andere musici zullen uitvoeren. Traditionele instrumenten figureren in het festival naast moderne, die, ondersteund door computertechnologie, niet meer onderdoen voor andere instrumentenfamilies. Als Blockflute & Electronics iets zal bewijzen, is het wel dat de blokfluit al lang niet meer het stiefkindje is onder de blaasinstrumenten. Met behulp van elektronica is flauto dolce bovendien geen karakteristieke benaming meer.