Ze fluiten in Iran - en vergeten God

De Iraanse oppositie is nu in alle ernst in de aanval gegaan tegen het hervormingsbewind van president Khatami. Maar diens mandaat is zijn beste wapen.

ROTTERDAM, 27 JUNI. De Iraanse president Mohammad Khatami heeft nog geen week zonder crisis meegemaakt sinds hij in augustus aan de macht kwam, verzuchtte de Engelstalige krant Iran News onlangs. Aan de andere kant - al die crises, het resultaat van steeds krachtiger tegenoffensieven van de conservatieve oppositie, hebben zijn vastbeslotenheid om meer vrijheid, openheid en wettigheid te brengen kennelijk niet aangetast. De daadkrachtige burgemeester van Teheran is nu voor de rechter gebracht, de zeer liberale minister van Binnenlandse Zaken door het parlement afgezet, maar Khatami preekt tolerantie en groter begrip voor andermans opinies.

De grote verkiezingsoverwinning van de liberale ex-minister van Cultuur overrompelde ruim een jaar geleden het conservatieve establishment. Ruim tweederde van de Iraniërs verkoos tegen alle verwachtingen in Khatami boven de conservatieve parlementsvoorzitter Nateq Nouri, bij een record-opkomst. De behoudende factie onder leiding van Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei, die nog altijd parlement, rechterlijke macht, de staatstelevisie en de paramilitaire Revolutionaire Garde beheerste, feliciteerde Khatami en hield zich verbijsterd stil. Toen de nieuwe president afgelopen zomer zijn uitgesproken liberale kabinet presenteerde, ging het parlement met alle voordrachten akkoord.

Maar nu heeft de oppositie in alle ernst de aanval geopend en van haar uit gezien is dat nog wel te begrijpen. In de Islamitische Republiek hebben religieuze leiders van een zekere leeftijd, geholpen door islamitische stoottroepers en hun revolutionair gelijk, jarenlang de bevolking kuis thuis gehouden. Een picknick in het park en een bezoek aan de bioscoop - dat kon er nog net mee door; kunstenaars, journalisten, zij moesten de islam en de Revolutie dienen.

Jongeren en intellectuelen lieten al enkele jaren blijken niet zoveel kwaads te zien in wat meer vertier en vrijheid. De jeugdige meerderheid van de bevolking heeft de sjah en de Islamitische Revolutie van 1979 niet of niet bewust meegemaakt, en zij koos niet voor niets voor Khatami. In Teheran - op het platteland ligt alles natuurlijk weer anders - kwamen het afgelopen jaar dan ook vaak oneerbiedige en soms zeer openhartige, in elk geval erg on-Midden-Oosterse publicaties als paddenstoelen op, met de zegen van de nieuwe autoriteiten. Een blad kwam met een foto die een flirtend paar suggereerde. Er werd een voetballer van het jaar gekozen en vrouwen bestormden het stadion toen het nationale elftal met een plaats in de volgende ronde van de WK voetbal thuiskwam. Studenten demonstreerden, en het laatste taboe sneuvelde: het oppergezag van ayatollah Ali Khamenei, opvolger van de onaantastbare imam Khomeiny als velayat-e-faqih, Gids van de natie, werd openlijk in twijfel getrokken. Niet door Khatami zelf, die onderstreept om niet nòg meer problemen te krijgen juist zorgvuldig dit fundament van de Islamitische Republiek, maar toch wel vanuit zijn naaste omgeving.

Er zijn altijd ayatollahs - shi'itische geestelijken van hoge rang - in Iran geweest die modern en liberaal zijn. Maar er zijn er een heleboel, vaak ook in hoge ambten, die dit soort zaken als gevaarlijke nieuwlichterij beschouwen, als een bedreiging van imam Khomeiny's erfenis, ja zelfs van de islam. Waar ging dat naar toe?

Neem ayatollah Abolqasem Khazali, lid van de Raad van Hoeders van de Grondwet (die alle wetgeving op haar islamitische gehalte beoordeelt). Hij is werkelijk geshockeerd - en hij is de enige niet - door het feit dat jonge aanhangers bewonderend floten voor president Khatami op de eerste verjaardag van diens verkiezingsoverwinning en voor zijn uitspraken applaudisseerden. “De islam werd in het gezicht geslagen (..) Ze floten in plaats van religieuze leuzen te scanderen. Ze klapten in hun handen in plaats van te roepen 'God is groot!'.”

Ayatollah Khazali liet het bij woorden: “De revolutie heeft waterpokken”, bagatelliseerde hij zijn eigen uitspraak. “Wat blijft, dat is de belangrijke boodschap van imam Khomeiny.”

Maar de rechterlijke macht en de conservatieve meerderheid in het parlement zijn daadwerkelijk in de aanval gegaan. Een paar brutale kranten kregen een verschijningsverbod opgelegd. De burgemeester van Teheran werd voor de rechter gebracht op beschuldiging van corruptie - uiteindelijk is er altijd wel wat onoirbaars te vinden in Iran. En de minister van Binnenlandse Zaken werd afgezet omdat hij zijn departement razendsnel van aanhangers van de oude garde had gezuiverd, de facto de censuur had afgeschaft, demonstraties toestond en nog een hele reeks andere ongehoorde daden had verricht.

De oppositie die, niet toevallig in overeenstemming met een van Khatami's strijdleuzen, zorgvuldig conform de wet handelt, beoogt de onkreukbaarheid van Khatami zelf in twijfel te trekken door zijn naaste medestanders in opspraak te brengen. Maar het is de vraag of de conservatieven met deze acties juist niet nog meer steun hebben verloren. De burgemeester van Teheran, Gholamhossein Karbaschi, en de ex-minister van Binnenlandse zaken, Abdollah Nouri, zijn namelijk extreem populair bij de bevolking. Een man als Karbaschi, die ervoor zorgt dat het vuilnis wordt opgehaald en dat er kan worden gezongen, toneel gespeeld of gestudeerd in moderne wijkcentra, kan zich wel wat permitteren. En de verboden kranten - ach, er zijn er honderden over.

Omineuzer klinken de zich opstapelende dreigementen van commandanten van de Revolutionaire Garde en de vrijwilligersmacht Baseej, paramilitaire organisaties die na het slagen van de Islamitische Revolutie zijn gevormd om de reguliere strijdkrachten en politie te controleren en de Revolutie te beschermen. De krant Jameah (inmiddels verboden) kwam vorige maand met het bericht dat brigade-generaal Yahya Rahim Safavi van de Revolutionaire Garde tijdens een besloten bijeenkomst ertoe had opgeroepen “halzen en tongen af te snijden” van opposanten. De Iran News schreef: “Ons politieke systeem is misschien nog niet volmaakt. Maar dat betekent nog niet dat een paramilitaire chef die een niet-gekozen functionaris is de vrijheid zou moeten hebben om straffeloos onverantwoordelijke uitspraken te doen.”

President Khatami waarschuwde in een toespraak tot de Revolutionaire Garde op 24 mei: “Welke macht is beter gekwalificeerd om de revolutie te beschermen dan de macht die is geboren samen met onze revolutie en die haar wortels deelt? (..) Ons gardistenkorps is de meest idealistische strijdmacht in de wereld! (..) Maar zoals de eminente leider Khamenei boven alle stromingen staat, zo moet ook ons gardistenkorps daarboven staan - en dat is zo.”

Maar generaal Safavi ging door. Op 28 mei zei hij tegenover commandanten van de Baseej: “De culturele overval op onze natie, in het bijzonder tegen de jeugd, is geen illusie - ze zijn werkelijk vastbesloten om dit plan uit te voeren.” Weer enkele dagen later schoof Safavi in een toespraak tot radicale studenten in Teheran met zoveel woorden de waarschuwing van Khatami terzijde: “We mengen ons niet in de politiek, maar als we zien dat de fundering van ons regeringssysteem en onze revolutie worden bedreigd (..) dan grijpen we in.” “Mijn commandant (ayatollah Khamenei) is de verheven leider en die heeft me dat niet verboden.”

Op dezelfde toon verklaarde brigade-generaal Ali Jafari, commandant van de landstrijdkrachten van de Garde, op 24 mei: “Sommige van onze onwetende vrienden van vandaag vallen de fundamenten van de revolutie aan en proberen een eind te maken aan de revolutie zonder ontzag voor en met onverschilligheid jegens het verleden.” Maar “De Baseej, de Revolutionaire Garde en de natie zijn in alle arena's actief achter hun Leider. Hun huidige stilzwijgen is te herleiden tot hun fatsoen en revolutionair geduld.”

Khatami riep de Revolutionaire Garde en de Baseej deze week op tot grotere tolerantie. De beste manier om de jeugd tot de islam te brengen, is “door vriendelijkheid”, zei hij, “niet door intimidatie”. Het lijkt een futiele reactie; niet iets waar een revolutionaire commandant van wakker ligt. Aan de andere kant: de oppositie is zich zeer bewust van de onverminderde steun die Khatami en zijn bewind onder de bevolking genieten. Zelfs de behoudende krant Jomhuri Eslami waarschuwde deze week dat het mandaat van de president niet kan worden genegeerd. De verkiezingsuitslag - “het epos van de 23ste mei”, zoals die bij vriend èn vijand bekendstaat - blijft Khatami's beste wapen.

    • Carolien Roelants