Wij zijn Aristide; Ex-priester, ex-president, verlosser van het Haïtiaanse volk

Vier jaar geleden gold Haïti nog als een belangrijk succes voor Amerika's buitenlandse politiek. Nu overheersen chaos en politieke crisis het armste land van het westelijk halfrond. De man die met behulp van Amerikaanse troepen zijn macht terugkreeg, speelt nu een dubieuze rol op de achtergrond. Die man is Jean-Bertrand Aristide: van priester tot politieke intrigant.

De burgemeester van Port-au-Prince heeft twee grote passies: zijn gitaar en zijn wapens. Elke zaterdagavond treedt hij met zijn band op in de raadszaal. Dan stroomt het stadhuis vol met Haïtianen die komen luisteren naar de volkszanger die nu hun hoofdstad moet besturen. Doordeweeks loopt Joseph Emmanuel - Manno voor zijn fans - Charlemagne met zijn machinegeweer door de straten, omgeven door een groepje lijfwachten. Hij gebaart met zijn geweer dat de mensen met hun handeltjes moeten oprotten omdat anders het jengelende kriskras door elkaar rijdende verkeer helemaal tot stilstand komt. En als hij zijn machinegeweer niet bij de hand heeft, dan nog altijd zijn revolver. Hij laat graag voelen hoeveel zijn lievelingswapen weegt - maar niet eerder dan dat hij alle tien de kogels uit het magazijn heeft geklopt. Manno vertrouwt niemand meer. Hij heeft zijn eigen veiligheidsagenten, meldt de National Coalition for Haitian Rights: zestig tot de tanden bewapende jongemannen. “Ze hebben allemaal een politie-insigne”, zegt Charlemagne. “Het is gewoon de nationale politie.” Hij heeft ze nodig, zoals elke Haïtiaanse politicus zijn lijfwachten nodig heeft.

Politiek in Haïti is een korf met dansende bijen; complottheorieën en geruchten van aanslagen zoemen de hele tijd door de lucht. Wetten worden er niet meer gemaakt; parlementariërs zijn op drift geraakt. Premier Rosny Smarth legde een jaar geleden zijn functie neer en sindsdien zit het land zonder regering. Anthony Lake, de vroegere veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Clinton, is de afgelopen weken tot vier keer toe naar Haïti gevlogen om een oplossing voor de crisis te forceren. Hij mijdt journalisten omdat hij geen triomf te melden heeft.

Bijna vier jaar geleden was Haïti nog een successtory van Clintons buitenlands beleid. De Amerikanen braken de macht van de militaire coupplegers die sinds september 1991 een schrikbewind voerden en de democratisch gekozen president Jean-Bertrand Aristide het land hadden uitgezet. Amerikaanse troepen brachten Aristide in oktober 1994 terug naar zijn eiland en de enorme stroom bootvluchtelingen naar de Verenigde Staten stokte.

Een jaar later moest Aristide aftreden omdat zijn termijn erop zat. Hij kon niet herkozen worden omdat in de grondwet staat dat de zittende president uitgesloten is van verkiezingen. René Préval, een protégé van Aristide, werd de tweede democratisch gekozen president in de geschiedenis van Haïti.

Modderpoelen

De straten van Port-au-Prince zijn verstopt met half doorgeroeste auto's en hels toeterende taptaps: half open busjes en pick-up trucks die beschilderd zijn met leuzen als: Il est bon d'attendre en silence pour l'Eternel. Het is goed in stilte op de Eeuwige Vader te wachten. De busjes zitten volgepropt met mensen die zich naar binnen hijsen aan een vuil touw met knopen. Ze laten zich een paar straathoeken verder weer afzetten, waar ze verdwijnen tussen de duizenden anderen die zich met piepkleine handeltjes op straat hebben genesteld. Overal vrouwen, heel soms een man, die hun handelswaar op hun hoofd dragen: plastic teilen met limoenen, dozen met rollen pakpapier, een stapel spijkerbroeken. De overgrote meerderheid van de Haïtianen komt niet voor in de statistieken van de officiële economie. Tienduizenden proberen met bijna niets handel te drijven in de stoffige hoofdstad. Soms komen mannen met een grote vrachtwagen en een schop in de hand langs om het afval op te ruimen. Dat is zo'n beetje het enige wat burgemeester Charlemagne voor zijn stad kan doen.

De gaten in de straten van Port-au-Prince worden almaar groter en dieper, de taptaps moeten er omheen zwenken om vooruit te komen. Het verkeer is een chaos zoals het hele land een chaos is. Ministeries en gemeentelijke diensten werken niet. Ambtenaren krijgen soms maandenlang niet betaald. Het justitiële systeem is corrupt en de meerderheid van de gevangenen krijgt nooit een rechter te zien. De privatisering van staatsbedrijven ligt stil. Internationale banken en hulporganisaties hebben volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bij elkaar ruim vier miljard gulden in huis voor Haïti. Dat geld komt het land pas in zodra er een begin is gemaakt met de economische hervormingen.

De politieke crisis is terug te voeren op een scheuring in de OPL, de partij waarvoor Aristide in 1990 presidentskandidaat was. Aristide brak met de OPL en richtte een eigen partij op, Lafanmi Lavalas. De OPL beschuldigde Lafanmi Lavalas van fraude bij de verkiezingen van april vorig jaar. De beslissende tweede ronde is nooit gehouden. Premier Rosny Smarth, afkomstig uit het OPL-kamp, stapte mede daarom in juni vorig jaar op. Pogingen van president Préval om een nieuwe premier aan te stellen, strandden tot nu toe in het parlement - waar de OPL de absolute meerderheid heeft.

“Aristide en zijn opvolger Préval zijn verantwoordelijk voor de chaos in het land”, zegt Charlemagne die niets meer met hen te maken wil hebben. “De macht heeft hen veranderd. De president heeft geen respect voor het parlement, geen respect voor de oppositie. Hij zet gewoon de Haïtiaanse traditie van alleenheerschappij voort.”

Presidentisme

Het politiebureau in het centrum van Port-au-Prince heet Cafetaria, maar niemand weet waarom. Het ziet er helemaal niet uit als een cafetaria. Twee hokken met tralies zijn er, een voor vrouwen en een voor mannen. Het ene hok is leeg. In het andere zitten en liggen dertien mannen door elkaar heen. Twee agenten brengen een bezorgd kijkende man binnen, ze nemen hem zijn handboeien af en stoppen hem bij de anderen. Hij begint woest om zich heen te slaan en gooit even later een stapeltje bankbiljetten door de tralies naar buiten. De agenten kijken naar de biljetten alsof het kakkerlakken zijn. Ze laten de man het geld zelf weer oprapen, waarna ze hem terug in de cel stoppen. Het duurt niet lang voordat de nieuweling zijn geld heeft moeten delen met de drie sterkste van de dertien gevangenen. Politiechef Lucien Fabien bromt even later dat hij zijn agenten streng zal toespreken, omdat ze de bezittingen van gevangenen in bewaring moeten nemen. Hij laat een dik schrift zien waarin ze opschrijven wat ze in beslag nemen en weer teruggeven als de verdachte verhuist naar de echte gevangenis een paar straten verderop. “Mijn agenten zijn jong, ze leren elke dag nog bij”, zegt Fabien. “Ze maken weleens fouten, maar vergeleken met vroeger is dit het paradijs voor gevangenen.”

De Haïtiaanse Nationale Politie bestaat nog maar drie jaar. Vroeger waren het de militairen die politietaken uitvoerden. Ze schoten je overhoop als je iets verkeerds zei over de machthebbers. Haïti heeft een lange traditie van militaire staatsgrepen en gewelddadige onderdrukking. De meest beruchte dictators waren François Papa Doc Duvalier en zijn zoon Jean-Claude, Baby Doc. Tijdens hun bewind zaaiden de paramilitaire tontons macoutes terreur onder de bevolking. Aristide was de eerste en de enige volksleider die het lukte om de armen (bijna driekwart van de bevolking) van Haïti te verenigen tegen de machthebbers. Priester was hij toen nog en hij predikte de bevrijdingstheologie - een beweging binnen de katholieke kerk met grote aanhang in Latijns Amerika. Aristide riep de Haïtianen op zich van de armoede en apathie te bevrijden en zich tegen de tirannie van de Duvaliers te keren. Baby Doc vluchtte in 1986 het land uit toen er een grote volksopstand uitbrak.

Een van de eerste dingen die Aristide deed toen hij in oktober 1994 terugkeerde uit zijn verbanningsoord Washington, was het leger opheffen. De Verenigde Naties hebben sindsdien de nieuwe nationale politiemacht getraind en de vorderingen op het gebied van de rechten van de mens gevolgd. Vier keer is het verblijf van de VN-macht verlengd om de - nu zesduizend man sterke - politie te ondersteunen. Op de terugkomst van Aristide volgde een explosie van crimineel geweld, door de duizenden ex-soldaten en vroegere tontons macoutes die nooit hun wapens hebben ingeleverd en als zenglendo's, bandieten, de straten onveilig maakten.

Volgens het hoofd van de VN-missie, de Brit Julian Harston, heeft de politie de macht op straat grotendeels op de zenglendo's terugveroverd. “De politie is nu de enige sector van de Haïtiaanse samenleving die redelijk functioneert.” Hij maakt zich minder zorgen om corruptie, buitensporig geweld en drugssmokkel binnen de politiemacht (“dat zijn incidentele gevallen en het is voor het eerst in de Haïtiaanse geschiedenis dat agenten hiervoor ontslagen worden”) dan om de politieke crisis.

Het jongste mandaat van de Verenigde Naties loopt af in november, maar Julian Harston ziet de laatste driehonderd VN'ers en de vijfhonderd Amerikaanse soldaten die er nog altijd zijn, tegen die tijd niet vertrekken. “Maar dit is natuurlijk geen opgelegde missie. Het verzoek om verlenging zal van de president van Haïti moeten komen.”

OPL-leider Gérard Pierre-Charles maakte de afgelopen jaren de omslag van Aristide-aanhanger tot Aristide-hater. President Préval is in zijn ogen een pion van Aristide. “President Préval heeft helemaal geen haast om een nieuwe premier te vinden”, snuift Pierre-Charles. “Hij voegt zich in de traditie van het presidentisme waarbij de president alle macht in handen heeft. Hij wil zijn eigen kandidaat aan ons opdringen, zonder vooraf overleg met het parlement te plegen. Daarom blijven wij 'nee' zeggen.”

De kandidaten die Préval tot nu toe naar voren schuift, zijn volgens Pierre-Charles allemaal bedoeld om het 'project Aristide-Préval' te versterken. 'Het is Aristide die achter de rugleuning van de president staat en het presidentschap tot een fictie maakt, totdat hijzelf weer herkozen wordt in 2001. Hij zegt dat de OPL de oplossing van de crisis blokkeert en daarmee de internationale hulpprogramma's. Het is een strategie, de strategie van de chaos. Chaos is profijtelijk voor een messiaanse leider en dat is hoe Aristide zichzelf ziet: als een messiaanse leider.''

Maar het is dezelfde Aristide aan wie Gérard Pierre-Charles en alle andere OPL-leden hun zetel in het parlement te danken hebben. “In de tijd van Duvalier bood Aristide met zijn populisme een weg uit de dictatuur. Populisme is beter dan militaire dictatuur. Maar de tijden zijn veranderd: democratie is beter dan populisme. Als hij een leidende figuur wil zijn in een pluriforme democratische regering, dan hebben wij daar geen problemen mee. Maar de signalen die wij ontvangen, wijzen daar niet op. Die signalen wijzen erop dat hij bezig is met het vestigen van een persoonscultus.”

Als een hond

Op muren door de hele stad is Lavalas-graffiti geschilderd, gespoten, vervaagd en weer opnieuw geschilderd. Viv Aristide en Au revoir Titid, à bientot in verse verf duiden erop dat in ieder geval die straatartiesten uitkijken naar de dag dat Aristide het nationale paleis weer betrekt. Mensen in de sloppenwijk Cité Soleil hebben in 1990 massaal op Aristide gestemd. Als hij naar Cité Soleil kwam, raakte de hele wijk verstopt met mensen die naar hem kwamen luisteren.

Cité Soleil is een kokende ketel soep van modder en brak water waar vliegen boven dansen. In hokjes van golfplaat, hout en beton wonen de mensen die rond moeten zien te komen van minder dan twee Amerikaanse dollar per dag. Hun kinderen krioelen op de vloeren van aangestampte modder. Ze zijn ver verwijderd van de elite die in de heuvels rond Port-au-Prince woont, de vijf of zes procent van de Haïtianen die zich vastklampt aan hun rijkdom.

“Ik leef als een hond”, had Maxo Bonne gezegd die in een taptap door de hoofdstraat van Cité Soleil reed en hij wilde laten zien hoe dat is, als een hond leven. Met snelle passen loopt hij over de modderpaadjes, steeds dieper de sloppen in, totdat hij een kleed opzij schuift en een vrouw voorstelt als zijn tante Altagrace Paul. Zij woont daar met haar vijf kinderen, achter dat kleed, waar een kamerachtige ruimte is met twee bedden. In een hoek een bergje houtskool, dat is waar zijn tante eten kookt. Maxo trekt een stuk karton onder een van de bedden vandaan. “Hier slaap ik.” Zijn tante heeft nooit de kans gehad om naar Aristide te gaan, zegt ze, maar ze heeft veel over hem gehoord en ze heeft op hem gestemd en dat gaat ze volgende keer weer doen. “Hij heeft ervoor gezorgd dat er nu een watertoren is in Cité Soleil”, zegt ze. “Hij is de enige man in de politiek die aan ons denkt in plaats van aan geld om in eigen zak te stoppen.”

Aristide heeft voor de moederdagbijeenkomst van 31 mei de zenglendo's, bandieten, tot thema gemaakt. In de zaal heerst de sfeer die ook bij de aanvang van popconcerten heerst. Op het podium manden met groenten en fruit, dozen met gettoblasters en balen rijst. Het zijn de prijzen voor de loterij. De Fondation Aristide pour la Démocratie heeft tienduizend gratis lootjes uitgedeeld aan moeders. Dan komt Aristide op, samen met zijn vrouw die zwanger is. Eerst spreekt zij de zaal toe, daarna neemt Aristide het over. Hij werkt zich langzaam op naar meer verhitte gebaren, totdat het zweet uit elke porie lijkt te stromen. Hij laat zich nazeggen, keer op keer, dat de moeders het verdienen door hun zoons beschermd te worden tegen zenglendo's. Hij herinnert de zaal aan de moed die ze hadden toen de tontons macoutes nog terreur zaaiden. En de aanwezigen herhalen zijn woorden met hoge stemmen en beginnen uitgelaten te dansen nadat hij bekendgemaakt heeft wie de hoofdprijs, een koelkast, heeft gewonnen.

Aantijgingen

Aristides huis ligt aan dezelfde weg waar de hal van de Fondation staat, een gladde streep asfalt. Het is de enige weg die aangelegd is door de regering, de 15 Oktober Boulevard, vernoemd naar de datum dat Aristide terugkeerde uit Amerika. Een hoog hek onttrekt het huis aan het zicht, aan beide kanten een hokje voor bewakers. Vijf mannen met geweren houden de wacht. Achter het hek slingert een oprijlaan langs bomen en struiken naar een tweede hek met bewakers. Daar achter ligt het huis, een schotelontvanger van anderhalve meter doorsnee in de tuin.

Aristide is klein en tenger, hij kijkt met intense ogen door een bril die net iets te groot is voor zijn gezicht. Hij draait aan de knop van een transistorradio. “Mijn kinderen hebben hun eigen radiostation en vanmiddag zullen ze vragen: welke nummers hebben we allemaal gedraaid? Daarom moet ik luisteren.” Zijn kinderen, dat zijn de straatkinderen die onderdak vonden in het weeshuis dat hij al jaren heeft.

Als hij op politieke vragen antwoord moet geven, zegt hij, dan doet hij dat alleen omdat zijn verantwoordelijkheidsgevoel hem dat ingeeft. “De aantijgingen van de OPL hebben niets te maken met wat ik doe en met wie ik ben. Wij hebben de weg vrijgemaakt voor de rechtsstaat. Terwijl we voortgaan met dit soort successen zullen er ongetwijfeld mensen jaloers zijn, mensen die dom zijn, die het zelf niet kunnen en zich gefrustreerd voelen.” Hij zegt dat hij een normale relatie met president Préval heeft. “Als het nodig is om te praten, dan praten we. Als het nodig is om hem te ontmoeten, dan ontmoet ik hem. Natuurlijk zou ik willen dat mijn bijdrage de oplossing van de politieke crisis zou versnellen, maar ik probeer niet de plaats van een ander in te nemen. Soms is het beter dat de leraar de leerlingen de tijd geeft om te leren hoe het probleem op te lossen valt, zonder te snel met een oplossing te komen.”

Op de vraag of de macht van hem een andere man heeft gemaakt, antwoordt hij tegelijkertijd in eerste persoon enkelvoud en in het majesteitelijke wij. “Wij waren Aristide en wij zijn Aristide. In 1990 diende ik als priester het volk van God en de mensen van Haïti en ik was bereid om voor ze te sterven. Macht is voor mij een manier om te dienen. Als priester had ik macht, al is het niet dezelfde soort macht. Toen vroegen ze mij om hun kandidaat te zijn en daarna hun president. Vandaag probeer ik ze op dezelfde manier te dienen. Vorige keer verklaarde ik me pas twee maanden voor de verkiezingen kandidaat, dus we hebben de tijd.”

Pierre Espérance, directeur van de National Coalition for Haitian Rights, hoopt dat Aristide de zaken in zijn tweede termijn anders zal aanpakken. “Hij heeft niet veel voor elkaar gekregen toen hij regeerde. Altijd veel woorden, weinig daden en zelfs de woorden konden per publiek verschillen. Tegen de zakenelite zei hij andere dingen dan tegen het volk en actie was er nauwelijks. De mensen hoeven niet te bidden dat hij president wordt, want de verkiezingen in 2001 wint hij zonder twijfel. Maar ze moeten bidden dat hij verandert.”