Werkelijkheid als kunst op de Manifesta in Luxemburg

Vandaag opent in Luxemburg voor de tweede keer Manifesta. Op deze internationale tentoonstelling van vooral jonge beeldende kunst loop je soms met gemak aan de geëxposeerde bloembakken en etalagepoppen voorbij.

LUXEMBURG, 27 JUNI. Het begint al bij de elektriciteitswinkel van Roger Reisch op de Rue Philippe. In zijn mudvolle etalage, tussen de philishaves en de tandenborstels, ligt een aantal apparaten van onduidelijke herkomst. Wel zien ze eruit alsof ze daar altijd al gelegen hebben: soepel vormgegeven zijn ze, in vaalwit plastic, als telefoons of haardrogers. Pas als je hun verpakking ziet begrijp je het probleem: we hebben hier te maken met de Denor en de Ultran - nepapparaten, gemaakt door de Tsjechische kunstenaar Kristof Kintera. Het enige wat ze kunnen is hard zoemen, maar in de afgesloten etalage lijkt hun voornaamste doel er zo onopvallend mogelijk bij te liggen. En daarin slagen ze glansrijk: het winkelend publiek loopt ze straal voorbij.

De apparaten van Kinterea zijn niet de enige ongebruikelijke objecten die je de komende maanden in Luxemburg kan tegenkomen. In kledingwinkel Epoque bijvoorbeeld, staat bijvoorbeeld een naakte etalagepop, getooid met schaamhaar en met tranen op haar wangen. Voor het Casino, met uitzicht op het dal, is ineens een strak aangelegd rijtje bloembakken uit de lucht komen vallen. De voorbijgangers die daar langdurig naar blijven staren weten dat ze van de Duitse kunstenaar Tobias Rehberger afkomstig zijn - die hebben dan ook allemaal een Manifesta-plattegrondje in hun handen.

De Manifesta, een tweejaarlijkse tentoonstelling van hedendaagse kunst die telkens in een andere stad wordt gehouden, was de eerste keer, in 1996 in Rotterdam, geen succes: de uitwerking was rommelig en het niveau wisselend. De drie curatoren van de huidige aflevering, Robert Fleck, Maria Lind en Barbara Vanderlinden, hebben hun les geleerd. Voor deze Manifesta concentreerden ze zich op jonge kunstenaars die zich bezighouden met de populairste kunstvorm van dit moment: het onderzoeken van de grenzen tussen kunst en werkelijkheid. Dat klinkt clichématig, maar op de Manifesta blijkt weer eens hoe lastig dat is: lijkt een werk teveel op het echte, dan ziet niemand het meer staan, keert het zich er te ver van af, dan verdwijnt alle spanning.

Dat laatste werd zichtbaar in het beeld van de Italiaanse 'kunstclown' Maurizio Cattelan, verreweg het spectaculairste op de tentoonstelling. Op de eerste verdieping van het Casino installeerde Cattelan een levende olijfboom, bovenop een aarden kubus van vijf meter hoog. Als toeschouwer kun je naar die enorme kubus turen en je verbazen over het feit dat de toppen van de boom het plafond lijken te kietelen. Verder slaat dit beeld nergens op; het bevrijdende gegrinnik dat dat besef oplevert, is verreweg zijn grootste verdienste.

Dan liever het prachtige filmpje van het duo Jeroen de Rijke en Willem de Rooij, de enige Nederlandse deelnemers aan de Manifesta. In I'm coming home in Forty Days, is een kwartier lang alleen maar poollandschap te zien, gefilmd vanaf zee. Dat klinkt weinig enerverend, ook omdat er geen mens in beeld verschijnt, maar toch is het een hypnotiserend mooi filmpje dat je geïntrigeerd uitkijkt, juist door al dat kabbelende water en al die gradaties van blauw, groen en wit in het ijs.

Tussen al dat werkelijkheidsgeworstel kan die enkele kunstenaar die zich daar niks van aantrekt eenvoudig scoren. De Belg Honore d'O bijvoorbeeld, bouwde een kamervullende installatie van elektriciteitsbuizen, die hij in de meest buitenissige vormen heeft gebogen. Er staat een volledige buizen ladder, een knikkerbaan, en tientallen andere objecten waarmee men naar hartelust mocht spelen. Het fanatisme waarmee dat gebeurde gaf te denken.

Manifesta 2, T/m 11/10 in de stad Luxemburg. Dag. 10-17 uur, do. 10-20, ma. gesloten. Informatie: 00-352-227754.

    • Hans den Hartog Jager