Tien jaar lawaai voor mooie Grensmaas

In acht Limburgse dorpen langs de Maas kunnen bewoners in de komende weken hun mening geven over de verbreding van de Grensmaas. Rijk en provincie hebben haast maar laten een aantal kritische vragen onbeantwoord.

ITTEREN, 27 JUNI. Doen de Belgen wel mee en wanneer? Als boeren hun grond aan de Grensmaas moeten opgeven, kunnen ze dan elders nog terecht? Vormt het sterk door zware metalen vervuilde vrijgekomen slib dat straks in grindgaten wordt opgeborgen en weer met klei wordt afgedekt geen gevaar voor de volksgezondheid? Hoeveel jaren moeten zestig vrachtwagens met grind dagelijks door het landschap trekken?

Dergelijke vragen worden gesteld op de inspraakavonden. De antwoorden zijn wel lang, maar de gerustheid over de plannen neemt niet toe. Eind dit jaar wil de provincie Limburg beslissen hoe de Grensmaas van Eijsden tot Roosteren vanaf 2000 natuurlijker te laten stromen, te verbreden en te verdiepen, de veiligheid aan de oevers te vergroten, de winterbedden van de rivier te verlagen en 1.500 hectaren natuurgebied te winnen.

Daar moeten dan Galloway-runderen uitgezet worden en Konik-paarden gaan grazen. Bevers zullen zich op hun gemak voelen en grensoverschrijdend fourageren. Wilde rozen, zoete kersen, de gulden sleutelbloem bloeien volgens de folders die speciaal voor de inspraakavonden werden gedrukt, op natuurvriendelijke oevers. Vogels als de groene specht weten de weg naar bij verrassing ontstane, snel groeiende ooibossen.

En de Maas, dat is berekend, zij zal nog maar één keer in de 250 jaar overstromen. Maar op vijftien locaties zal voor dat alles 50 miljoen ton grind moeten worden gewonnen, tien jaar lang met veel lawaai en overlast. Ja, weten de ambtenaren van de inspraak, de Belgische plannen worden trager en minder ambitieus uitgevoerd. Voor boeren zijn er geen directe garanties. Aangenomen wordt dat het vervuilde slib goed wordt afgedekt.

Na de presentatie van het project, dat voor het gemak 'Groen voor grind' heet, kondigden baggeraars direct aan dat zij alleen aan de plannen willen verdienen en er niet op willen toeleggen. Rijkswaterstaat, het ministerie van Landbouw en de provincie Limburg, verenigd in het bureau Maaswerken in Maastricht, noemden die reactie in eerste instantie 'bluf'. Maar zonder de baggeraars kan het project niet worden uitgevoerd, want de opbrengst van het grind moet de begroting van 1,2 miljard gulden min of meer dekken. Overigens hebben diezelfde baggeraars na 2003 geen concessies meer.

Weliswaar betaalt het ministerie van Verkeer en Waterstaat 560 miljoen gulden voor de Maas, maar dat is voor plannen tot en met Den Bosch. De werken aan de Grensmaas over een lengte van 42 kilometer krijgen slechts een bescheiden deel van die 560 miljoen. Volgens H. Maessen, zegsman van een belangrijke groep grind- en zandbaggeraars in Panheel die snel 350 hectaren aan de oevers van de Grensmaas hebben opgekocht, moet het Rijk een half miljard betalen om ook het grind in kleinere putten te winnen, anders kunnen de ambitieuze plannen niet doorgaan.

In het totaal moet op vijftien locaties grond worden verplaatst. Dat is slechts op vier plaatsen echt rendabel. Maessen ergert zich aan het feit dat 'Maaswerken' de grindproducenten niet bij de plannen voor de Grensmaas betrokken heeft en de overheid “er maar voor het gemak vanuit gaat dat met grind alles betaald kan worden”.

Hij verwacht niets van de inspraaksessies. “Het plan van Rijk en provincie is haast onaantastbaar. Rijkswaterstaat heeft een cultuurtje dat toch alles van bovenaf wordt beslist. Dus die brave avondjes in de buurthuizen zijn niet bedoeld om tot een beter plan te komen maar om medewerking af te kopen”, aldus Maessen.

Gedeputeerde W. Wijnen van de provincie Limburg is niet onder indruk van de kritiek. “Volgens ons kan de opbrengst van het grind nog steeds voor het uitvoeren van de werken garant staan. En anders wordt er wat meer gebaggerd of moeten we sommige onderdelen van het plan misschien wat langzamer uitvoeren. Maar ik blijf erbij dat het allemaal kan.”

Gevraagd of het zeker is dat België met de plannen instemt zegt Wijnen dat er goed contact is met de overkant. Hij geeft toe dat voor een paar onderdelen van het ontwerp-Grensmaas medewerking van België absoluut noodzakelijk is. De grens zal verlegd worden, want die loopt midden door de rivier. Dat levert België 220 hectaren op, dus dat zal geen moeilijkheden geven. Maar verzet België zich tegen bepaalde fortificaties, dan zijn onderdelen van het Grensmaas-project niet uitvoerbaar.

Martine Le Jeune is namens het Wereldnatuurfonds nauw bij de plannen voor de Grensmaas aan de Belgische kant betrokken. Ze erkent dat de Belgische instanties en milieugroepen in het begin verbijsterd waren door de Nederlandse voortvarendheid met de Maas. Er was weinig contact en alles moest volgens Nederlandse normen. “Maar later onderkenden we toch ook goeie dingen in de Nederlandse voorstellen en gedeeltelijk worden die ook overgenomen. Toch willen wij meer natuur behouden zoals die nu is en gaan we minder rigoureus te werk.”

De Nederlandse plannen hebben ook nu al effect op het verloop van de rivier aan Belgische kant. “Ons lief gehucht Hebricht zal verdwijnen,” roept Jo Eurlings dramatisch uit op het terras van café 'Maaszicht' aan de Belgische oever even ten noorden van Borgharen. “In 1995 stond het water aan de rand van het biljart, 56 cm. Kijk nu naar mijn aarbeienplanten, alle vruchten verrot door het water, dat niet weg kan. Jullie hebben bij Borgharen snel dijken gebouwd en wij weten van niks. Als die Maas weer gaat bulderen, zitten wij gevangen in een vissenkom. Politici zouden zelf aan de Maas moeten wonen, dan zouden ze er wel voorzichtiger mee omspringen. Met die van jullie en die van ons.”

    • Willebrord Nieuwenhuis