Splijtlapje

“Alles wat ik zei was dat mijn moeder abrikozenpruim maakte, en dat ik die lekker vond, en dat ik die om de een of andere reden nooit van jou krijg”, zegt Alan tijdens een kibbelpartij in het echtelijke bed tegen Esther in Fay Weldon's roman En mevrouw ging er vandoor. Het paar volgt een vermageringskuur. Een woordentwist over eten in die omstandigheden is voor de doorgewinterde diëter zeer herkenbaar. Het is heel verstandig dat Esther zich niet waagt aan de abrikozenpruim, wat dat ook moge wezen. Onvermijdelijk zou die toch nooit hebben gedeugd. Er is niets dat de kracht van positieve gevoelens die moeders receptuur oproept kan weerstaan. Elke poging tot zelfs maar evenaring is gedoemd te mislukken. Gerechten gezoet met herinneringen uit de jeugd zijn niet te overtreffen.

Onderzoek in eigen kring wijst uit dat meestal traditionele bereidingen de veroorzakers zijn van culinaire wrijfpunten binnen de relatie. Hoewel in de keuken van een enkel eigentijds stel het scheuren dan wel het knippen van basilicum het twistpunt vormt, zijn de pannenkoek, de aardappel en het stooflapje de grootste bronnen van ongenoegen, en van die drie het stooflapje het meest. Er moeten relaties zijn stukgelopen op stooflapjes. Ware splijtlapjes zijn het.

Bij mij thuis spitst het stoofschisma zich toe op het aantal laurierblaadjes, het gebruik van bloem en de toevoeging van tomaat. Mijn leerstellingen luiden als volgt: twee laurierblaadjes zijn voldoende, bloem zorgt voor enige binding en dat komt, net als de toevoeging van tomaat, de jus ten goede. Aan de andere kant van de stoofpan zijn de geloofsartikelen: smakelijk draadjesvlees vergt ten minste twaalf laurierblaadjes en zowel verrijking met bloem als met tomaat is uit den boze. Gelukkig is er geen verschil van mening over rode wijn als stoofvocht - je zou ook je hart kunnen verliezen aan iemand die stooft in half water, half azijn.

Er zijn twee typen conflicten te onderscheiden. Bij het eerste type gaat het om een bereiding die door de partner inferieur wordt geacht aan die van een van de eigen ouders, meestal de moeder. In een enkel geval wordt zelfs grootmoeder in stelling gebracht. Een mens kan nog decennialang na zijn dood in een recept blijven voortleven. Dit is het diagonaal relationeel culinaire conflict. Het echtelijk ongenoegen van Esther en Alan hoort in deze categorie. “We weten natuurlijk allemaal hoe geweldig jouw moeder kon koken”, zegt Esther op een bepaald moment.

Bij het tweede type is er sprake van twee bereidingen, veelal volgens receptuur uit familiale overlevering, waarbij elk van de partners de eigen versie superieur acht. Dit staat voortaan in de literatuur bekend als het horizontaal relationeel culinaire conflict. Dit soort conflicten komt vooral bij de jongere generaties voor. Het is immers nodig dat beide partners over enige kookvaardigheid beschikken. De stooflapjesstrijd waarbij ik zelf ben betrokken is van dit conflicttype.

Het tragische van deze meningsverschillen is dat ze onoplosbaar zijn. Van een objectief oordeel of zelfs maar een open discussie op basis van onbevangen proeven kan geen sprake zijn. Het gaat bij uitstek om in de jeugd gevormde smaakvoorkeuren. We proeven geen eigenschappen van stooflapjes maar een heel verleden, met herinneringen en associaties. Het ideale stooflapje zit tussen de oren.

Het heeft ook geen zin autoriteiten aan te roepen. Mejuffrouw C.J. Wannée, J.W.F. Werumeus Buning, Wina Born, Anne Scheepmaker, Florine Boucher, zij zijn even zovele getuigen voor bloem dan wel tegen bloem, voor stooflapjes met en voor stooflapjes zonder tomaat. Ook auteurs van kookboeken hebben moeders en die hadden kennelijk allemaal weer hun eigen recepten. Alleen de twaalf laurierblaadjes, die vindt iedereen idioot.

Steeds minder mensen maken zelf stooflapjes. Het kan nu eenmaal niet in de vijfentwintig minuten die het gemiddelde gezin voor het koken van de dagelijkse maaltijd uittrekt. Hoe staat het er in 2010 voor met de stooflapjesstrijd? Dan zeggen we als de lapjes kant en klaar bij Sainsbury zijn gehaald: “Mijn moeder kocht ze altijd bij Albert Heijn en zette de magnetron op half vermogen.”

    • Joep Habets