Spaar het imago van de ambtenaar

Rekeningrijden, vliegveld in zee, inburgering van legale allochtonen, gekozen burgemeester, uitburgering van illegale allochtonen, ach, men kan het allemaal wel netjes met elkaar afspreken en in drievoud paraferen, maar het lijkt er sterk op dat al die paarse voornemens waarmee Kok straks naar de koningin stapt slechts ijdele luchtfietserij blijken als het op uitvoeren aankomt. En dat ligt niet zozeer aan de coalitiepartners. Die zijn van goede zin en zullen zonder twijfel voor al hun plannen een solide financiële basis gevonden hebben.

Met Kok aan het hoofd kan er wat dat betreft niets misgaan. Ook aan de burgers zal het niet liggen. Die vinden de laatste jaren zo'n beetje alles goed wat er in Den Haag bedacht wordt. Kijk maar naar de verkiezingsuitslag. Paars II heeft een maatschappijbrede vrijbrief gekregen om de toekomst naar eigen smaak in te richten.

Dat zoiets moois toch niet gaat lukken heeft een zeer banale oorzaak. Personeelsproblemen!

Al die prachtige verbeterplannen moeten in de kast blijven liggen omdat de overheid, van stadsdeelkantoor tot ministerie, er niet de juiste mannen en vrouwen voor heeft.

Vooral de academici laten het tegenwoordig en masse afweten. Niemand van hen ambieert nog een carrière als ambtenaar. In deze krant werd onlangs een bezorgde minister Dijkstal geciteerd die door deze ontwikkeling de basis zag wegvallen voor een goede publieke dienstverlening.

Daarin heeft hij gelijk. Het ambtenaarschap is in onze tijd een veeleisende professie geworden. Of het nu een wijkagent betreft, een leerkracht op een basisschool, een milieubeamte, een bijstandsmedewerker of een telefoniste van de belastingdienst - op al deze posten verwacht de burger een intelligente gesprekspartner aan te treffen die met kennis van zaken en met begrip voor de situatie een verstandig advies kan geven. Iemand dus die sociaal, emotioneel en cognitief zijn of haar mannetje staat. Ten minste HBO-niveau dus, en boven schaal acht toch zeker universitair geschoold.

Wie met minder opleiding de burger te woord staat verliest in onze kennismaatschappij automatisch iedere geloofwaardigheid. En zonder die geloofwaardigheid is geen enkel regeringsbeleid mogelijk. Bovendien, een ander nadeel van domme ambtenaren is dat zij een steeds grotere risicofactor vormen in onze gejuridificeerde samenleving. Als in de uitvoering te veel slordigheden begaan worden, kost dat de Nederlandse staat miljarden aan proceskosten en gouden handdrukken. Het is dus van levensbelang dat de overheid een aantrekkelijke werkgever wordt voor academici.

Maar de vraag is 'hoe'? Moet de overheid de concurrentie aangaan met het bedrijfsleven en haar ambtenaren verwennen met lucratieve contracten, lease-auto's, optieregelingen en bonussen? De politiek voelt daar wel voor.

De paarse onderhandelaars willen topambtenaren flexibele contracten gaan aanbieden, die veel meer salaris opleveren dan de trage schaalwisselingen van dit moment. Op zichzelf geen gek idee. Met geld is iedereen te lijmen. Maar het is onverstandig om in een egalitaire cultuur van overheidsdienaren deze extra inkomsten te beperken tot de top. Als de bode en de koffiedame niet mogen meeprofiteren van de kapitalistische wind die door het gemeentehuis waait zal elk beleidsplan, hoe briljant ook uitgedokterd, in de papierversnipperaar belanden. Daar zorgt de bode zelf voor, of anders wel zijn vakbond.

Wat de overheid ook kan proberen is het saaie imago van de ambtenaar te veranderen. Het schijnt dat de huidige universiteitverlaters een buitengewoon avontuurlijk beeld van de arbeidsmarkt hebben. Het moet daar een dolle boel zijn, vol te gekke collega's, spannende opdrachten en sensationele gebeurtenissen.

Ongetwijfeld berust deze overspannen verwachting op twintig jaar soap-kijken, maar als je jonge honden vanuit de collegebanken naar jouw ministerie wilt lokken moet je er wel rekening mee houden.

In dit verband is het aanhoudende rumoer op het ministerie van Justitie te begrijpen als een slimme wervingsactie voor academische avonturiers. Gespeeld of niet gespeeld, van alle mogelijke werkplekken voor jonge juristen benadert dit ministerie het dichtst de werkelijkheid van het echte televisiedrama. Angst, achterdocht, liefde, schandalen - het valt er allemaal te beleven. Het zou mij niet verbazen als de andere ministeries binnenkort dezelfde strategie gaan toepassen om aan hoger opgeleid kader te komen.

De vraag is echter hoeveel vechtende ministeries Paars II kan overleven. Het lijkt mij daarom verstandiger het imago van de ambtenaar met rust te laten. Of nog verstandiger, dat vertrouwde beeld van het trage ambtenarenbestaan zelfs weer wat op te poetsen en vooraan in de etalage te zetten. Want het zal niet lang duren of de meeste academici die nu juichend de gouden bergen van het bedrijfsleven inrennen, komen ontgoocheld weer terug.

Rijk beladen met aandelen, zeker, maar verder geheel uitgeput. Geleefd hebben ze, als beesten hebben ze wereldwijd de winstcijfers omhooggejaagd en hun academische vorming veil gehad voor de hoogstbiedenden. Maar nu willen zij nog maar één ding: zich bezinnen op de vraag hoe ze met al hun kennis iets terug kunnen doen voor de gemeenschap. Voor het geld hoeven ze het niet meer te doen. Voor hun rust des te meer.

Ziedaar, headhunters van de overheid, uw doelgroep! U moet er even op wachten, maar als u het slim aanpakt zitten de ministeries straks weer vol toptalent. U hoeft maar één ding te beloven: dat bij de overheid alles bij het oude is gebleven.

    • Jaap Boerdam