PRESTATIEBELONING

Leo Prick vindt het niet nodig dat docenten een prestatiebeloning ontvangen (Het Veld, W&O 30 mei). Zijn tegenwerping dat ook een aanzienlijk aantal artsen, tandartsen, advocaten etc. geen carrière kunnen maken snijdt geen hout. Tandartsen, artsen, advocaten etc. oefenen hun beroep meestal uit als zelfstandige. Dat brengt risico met zich mee maar het zelfstandig uitoefenen van een beroep heeft ook zijn aantrekkelijke kanten. Docenten oefenen hun beroep meestal niet zelfstandig uit. Het zijn ambtenaren in de zin der wet; ambtenaren bij de overheid (rijk, provincie, gemeente) kunnen gemakkelijker carrière maken.

Een tweede argument van Prick is dat docenten hun vak net als anderen moeten bijhouden net als iedere andere professional. Natuurlijk moeten ook docenten hun vak bijhouden, maar een vak bijhouden is wat anders dan zich specialiseren als bijvoorbeeld docent tweede taalverwerving of scholing op het gebied van opvoedingsondersteuning. Ook voor docenten kan prestatiebeloning ingevoerd worden. Naast de extra scholing of specialisatie dient een docent dan een interim-functie te vervullen op een als moeilijk bekend staande school in de Randstad voor bijvoorbeeld een of twee jaar. Dit komt niet alleen de docent ten goede (een bijziende blik wordt voorkomen) maar ook krijgen 'moeilijke' scholen weer de kans om hun docentencorps (tijdelijk) uit te breiden. Meer carrièremogelijkheden en prestatiebeloning maken het beroep aantrekkelijker. Nu krijg ik vaak de indruk dat een niet al te moeilijke opleiding en de lange vakanties de doorslag geven bij de keus om docent te worden. Straks zijn extra mensen nodig om in de vacatures te voorzien die ontstaan door de verkleining van klassen.