Pluimveesector moet ook rekenen op inkrimping

Nederland wordt nu bevolkt door 92 miljoen stuks pluimvee en moet na de varkenssector rekening houden met inkrimping en in ieder geval bevriezing. De pluimveesector zelf hoopt door een productieve pas op de plaats te maken aan draconische ingrepen te ontsnappen.

ODILIAPEEL, 25 JUNI.Na de varkenssector moet nu ook die van het pluimvee rekening houden met inkrimping, in ieder geval met de bevriezing van het aantal van 92 miljoen dieren die er thans zijn. Ook in deze tak van boerenbedrijvigheid speelt daarbij vergroting van de dier- en milieuvriendelijkheid een grote rol.

De pluimveesector zelf stelt allerlei pogingen in het werk om aan gedwongen inkrimping te ontkomen. Voorzitter J. Wijnen van de vakgroep Pluimveehouderij van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB), zelf eigenaar van drie kippenbedrijven in Oost-Brabant met in totaal 110.000 dieren: “Draconische maatregelen als bij de varkens zijn niet nodig. We hebben als sector zelf al bevriezing voorgesteld. Bovendien vinden we nu - anders dan ons aanvankelijke standpunt - dat er even pas op de plaats moet worden gemaakt met het verlenen van vergunningen aan akkerbouwers die op pluimvee willen overschakelen nu ze door de inkrimping in de varkenssector geen ruimte krijgen om varkens te houden. Blijft die mogelijkheid wel bestaan dan is dat een bedreiging voor de pluimveesector en komen we wèl in dezelfde problemen als er nu met de varkens zijn.”

De pluimveebranche omvat ongeveer 3.500 bedrijven, die evenals de varkensbedrijven vooral op de zandgronden van Brabant, Gelderland en Overijssel zijn gevestigd. Ze produceerden in 1996 690.000 ton vlees wat bijna 8 procent meer was dan het jaar ervoor. 65 Procent is voor de export bestemd. In 1996 werden ruim 9 miljard eieren geproduceerd.

De pluimveebedrijven produceren tezamen 27,2 miljoen kilo fosfaat waarvan 16 miljoen kilo plaatsbaar is. Met de resterende 11,2 miljoen kilo moet dus iets anders worden gedaan. Pluimveemest is doordat het droge stofgehalte veel groter uitvalt dan bij varkensdrijfmest veel gemakkelijker elders af te zetten. Er wordt nu nogal wat mest geëxporteerd. Er is een proefproject om de mest in composteringunits te verwerken zodat de kwaliteit constanter wordt en dus nog beter kan worden uitgevoerd. Verder wordt er in een ander proefproject gewerkt aan het nog vergroten van het droge stofgehalte en van de mest korrels te maken.

De sector zelf is bovendien een heel eind op weg met plannen om de mest als biomassa te gaan gebruiken bij het opwekken van electriciteit. “Dat gaat lukken, we zoeken nu de beste partner uit”, aldus Wijnen. “We hebben 300.000 ton mest gecontracteerd bij pluimveebedrijven om te gebruiken voor energieopwekking. Het is een unicum dat de sector daar zelf voor heeft gekozen. Daarom zijn zowel de provinciale als de landelijke overheid bereid mee te zoeken naar de meest geschikte plek; die staan duidelijk positief ten opzichte van de energieopwekking met behulp van pluimveemest.”

Wijnen is zeer optimisch over het slagen van dit project. “Als het lukt ben ik ervan overtuigd dat binnen nu en tien jaar alle pluimveemest als biomassa voor de opwekking van stroom gebruikt wordt.” Hij voegt eraan toe: “Dan ook ontstaat er een situatie waarin gezegd kan worden dat er niets meer in de weg staat voor akkerbouwers om hun grondgebonden mestrechten te gebruiken om pluimvee te gaan houden.”

Het optimisme over het plan voor de verbranding van biomassa voor energieopwekking put Wijnen uit het feit dat nu al 300.000 ton pluimveemest is gecontracteerd. Dit is wezenlijk anders dan destijds het geval was bij de bouw van de verwerkingsfabriek voor varkensdrijfmest Promest in Helmond. Die fabriek werd gebouwd voordat er zekerheid was over de te leveren mest. Daardoor ging deze fabriek failliet en werd er verder afgezien van industriële verwerking op grote schaal van varkensmest.

De stemming in de sector is volgens Wijnen “goed” te noemen. “Weliswaar konden de prijzen voor pluimveevlees en eieren beter zijn maar het is een bekend verschijnsel in de sector die op en af gaat. Als aan het einde van dit jaar de inleg van pluimvee weer wat kleiner zal zijn dan is de situatie weer beter.”

    • Max Paumen