PLANETOÏDE OF KOMEET NIET ZO EENVOUDIG MET BOM TE VERNIETIGEN

Wat te doen wanneer de aarde door een planetoïde of komeet dreigt te worden getroffen? Een van de opties is het kort tevoren opblazen van de boosdoener met behulp van kernbommen, zoals dat op het laatste nippertje met succes wordt volbracht door een groep dappere astronauten in de rampenfilm Deep Impact. Theoretisch onderzoek naar de uitwerking van zulke aanvallen laten echter zien dat een planetoïde soms heel goed bestand is tegen een explosie. De uitwerking hangt sterk af van de structuur van deze objecten en die kan flink uiteen lopen.

De laatste jaren zijn er steeds meer aanwijzingen gevonden dat planetoïden, restmateriaal uit de beginperiode van het zonnestelsel, niet altijd de stevige objecten zijn waarvoor ze lange tijd werden gehouden. Zo heeft men uit waarnemingen aan Mathilde, een planetoïde die op 27 juni vorig jaar werd voorbijgevlogen door de Amerikaanse ruimtesonde NEAR, afgeleid dat de dichtheid van dit object niet veel hoger kan zijn dan die van water. Dit impliceert dat dit object moet bestaan uit een conglomeraat van rotsblokken en/of puin dat door niet veel meer dan de eigen zwaartekracht bijeen wordt gehouden: een structuur die sterk neigt naar die van een komeet.

Amerikaanse astronomen hebben met behulp van een computerprogramma gesimuleerd wat er gebeurt als een meteoriet met de energie van een Hiroshimabom inslaat op een planetoïde. Deze laatste was in de computersimulaties opgebouwd uit 130.000 testdeeltjes, terwijl de structuur van de planetoïde kon worden gevarieerd van hard gesteente tot los gebonden puin. Het blijkt dan dat een 'stevige' planetoïde door een explosie eerder in twee delen uiteen zal vallen dan versplinteren en dat bij een 'poreuze' planetoïde alleen op locale schaal schade wordt aangericht. Dit komt doordat de schokgolf snel dempt en de verder weg liggende delen beschermt, net zoals bij een zak zand waarin een kogel wordt geschoten.

De onderzoekers concluderen in Nature van 4 juni dat de eerste botsing of inslag die een jonge planetoïde in zijn leven ondergaat, bepalend kan zijn voor de structuurveranderingen die later nog mogelijk zijn. Gezien het willekeurige karakter van deze botsingen zou het inwendige van kleine planetoïden - het zijn vooral deze die relatief dicht langs de aarde komen - net zo uiteen kunnen lopen als hun vorm en rotatietijd. En dat impliceert weer dat men eerst die inwendige structuur moet proberen te achterhalen, alvorens pogingen te ondernemen om een planetoïde of komeet die op de aarde af koerst te vernietigen of uit zijn baan te duwen.