Paniek over Japan is paniek van de Titanic

Japan staat onder zware internationale kritiek om zijn gebrek een economische daadkracht. Maar ook in eigen land raken de burgers gefrustreerd over de politieke inertie. Japan is een samenleving geworden waarin mensen geen dromen en verlangens meer hebben.

TOKIO, 27 JUNI. Met witte handschoentjes en een stralende glimlach zwaait de verkiezingskandidaat van de oppositionele socialisten vanuit zijn geluidswagen. Terwijl hij het arbeidsbureau voorbij suist, klinken uit de luidsprekers leuzen bedoeld voor het loslopende stemvee, maar de politicus zou evengoed een reisje met een space shuttle kunnen maken. Bij de ingang van het arbeidsbureau besteedt niemand aandacht aan hem, ook de 25-jarige werkloze Takao Horinouchi niet.

“Ik heb nog nooit gestemd”, zegt Horinouchi. Hij heeft als nietig individu geen invloed, stelt hij, want “die mensen daarboven komen toch allemaal van elite-universiteiten”. Zelf heeft hij niet meer dan een beroepsopleiding gevolgd “dus ik kom er nooit tussen, daarboven.” De tegenwerping dat daarvoor juist het mechanisme van verkiezingen bestaat, doet hij af met een schouderophalen. Het verschil tussen de partijen ontgaat hem.

Vijf jaar werkte Horinouchi in de voedingsindustrie, totdat hij wegens verslechterende resultaten afgelopen nieuwjaar werkloos werd. Hij woont bij zijn ouders - “ook zij stemmen niet” - en zijn zakgeld verdient hij met een bijbaantje in het weekend. Als een nette burger, keurig in confectiepak met wit overhemd, is hij deze week weer naar het arbeidsbureau gekomen om de bakken door te zoeken naar een baan.

Japan is in een recessie terecht gekomen die sterk verband houdt met politiek falen. In deze crisis gaan de Japanners over twee weken naar de stembus voor Hogerhuisverkiezingen maar elk gevoel van opstand, het idee dat de oppositie maar eens een kans zou moeten krijgen, is afwezig. “Misschien is het maar het beste als premier Hashimoto gewoon doormoddert”, zegt Horinouchi zonder enige illusie. Hij is niet de enige die er zo over denkt. Ondanks de recordlage steun die premier Hashimoto in de opiniepeilingen krijgt, groeit de steun voor de oppositie niet. De bevolking keert zich af van de politiek en de kans bestaat dat met het opkomstpercentage een nieuw diepterecord wordt gevestigd. De laatste keer ging maar 45 procent van de stemgerechtigden naar de stembus.

Lijdzaamheid en het stil dragen van het lot vormen een belangrijk onderdeel van het 'Japanse levensgevoel'. Maar soms dringt het rottingsproces van deze chronische sociale impotentie zo diep door in het persoonlijke leven dat mensen er met een schok uit wakker worden geschud. Zoals een briefschrijfster in de krant Asahi gisteren. De 41-jarige huisvrouw roept lezers op om binnenkort wel te gaan stemmen, nu haar ogen zijn geopend door een conversatie met haar tienerdochter: “Ik wou dat ik nooit in dit land was geboren. Ik wil zo snel mogelijk weg. Zeker weten dat ik later in het buitenland ga wonen”, zo klaagde de dochter. Moeder dacht de zorgen gemakkelijk weg te kunnen nemen: “Ook in het buitenland zijn problemen, maar het gras lijkt bij de buren natuurlijk altijd groener.” “Als dat zo is, moeder, zeg dan eens wat voor verlangens een mens in dit land kan hebben, wat voor goeds de toekomst in petto heeft?” Op deze vraag moest ze het antwoord schuldig blijven. Omdat ze nooit interesse had voor politiek, schrijft deze vrouw, voelt ze zich nu medeschuldig aan het creëren van een samenleving waarin “mensen geen dromen en verlangens meer hebben”.

De gedachten van haar dochter zijn niet slechts de opstandige gevoelens van een puber. In mijn direkte omgeving zijn de afgelopen jaren drie jonge, alleenstaande vrouwen richting Canada en de VS vertrokken, voorgoed, en staat een vierde kennis op het punt van vertrek. Het visum voor de VS van deze grafisch ontwerper is rond, alleen de baan ontbreekt nog. En een financieel journalist, die dagelijks in het regeringscentrum tussen de mandarijnen verkeert, antwoordde onlangs op de vraag hoe Japan er over tien jaar uit zal zien: “Ik denk niet dat ik over tien jaar nog in Japan woon.” Op de eigenlijke vraag, hoe het tegen die tijd met Japan zal gaan, ging hij niet in.

De jongere generatie loopt gewoon weg van problemen, constateert ook de 56-jarige, strijdlustige Hideyuki Tanaka. Met een tiental kameraden op leeftijd stond hij vandaag te demonstreren voor het hoofdkantoor van elektronica-concern Hitachi. De mannen hebben hesjes aan en hebben vlaggen bij zich, waarop protestleuzen staan geschilderd tegen discriminatie van vrouwen en tegen verplicht overwerk. Om de beurt nemen ze de microfoon om hun leuzen naar het publiek te schreeuwen, terwijl de anderen pamfletten uitdelen. Een dergelijke actie is op zich niet zeldzaam, maar zelden zal er tegenwoordig een jong gezicht tussen de demonstranten zijn.

In de jaren '60 waren demonstraties nog een ware plaag voor politiek en bedrijfsleven. Tanaka zelf is destijds bij een actie ooit door veiligheidsfunctionarissen van Hitachi het ziekenhuis ingeslagen. Maar het bedrijfsleven en de overheid hebben de oproerige werknemers van die tijd goed onder controle gekregen. Een lastpost als Tanaka werd in 1966 door Hitachi simpelweg ontslagen omdat hij weigerde over te werken. Het Hooggerechtshof heeft deze ontslagreden aanvaard, maar nog steeds, inmiddels zijn we 32 jaar verder, vecht hij door. Nu ligt zijn zaak voor de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in Genève. “Japan is welvarend geworden omdat mijn generatie eindeloos overwerkte. Maar jongeren doen dat niet meer. Niemand wil meer bij een ouderwets bedrijf als Hitachi werken. Mijn zoon zou gewoon een andere werkgever zoeken als hem overkwam wat mij in het verleden is gebeurd”, zegt Tanaka.

Of men gaat gewoon naar het buitenland. In de krant Sankei richt een van deze uitwijkelingen vandaag een waarschuwing aan de achterblijvers: “Is de Japanse economie een nieuwe 'Titanic'?” De schrijver is een 38-jarige Japanner die als accountant zijn heil in New York heeft gezocht. Hij neemt wel de moeite de lezers in Japan zijn ideeën over de huidige problemen te geven want “de belofte van premier Hashimoto om de financiële problemen van de bankensector snel op te lossen zal wel geen enkel resultaat hebben”, zo schrijft hij. De recente paniek over de Japanse economie is als “de paniek van pasagiers van de zinkende Titanic, die geen plaats in de reddingsboten konden krijgen. En het lot van de Titanic is bekend.”

    • Hans van der Lugt