Ouderen winnen pensioenmacht

Wie zitten aan tafel bij het beheer van de meer dan 1.000 miljard gulden aan pensioengeld bij verzekeraars en pensioenfondsen? De gepensioneerden vechten zich naar voren. “Wij zijn de Rubicon overgestoken.”

ROTTERDAM, 27 JUNI. Vier keer heeft voorzitter A. Sturkenboom van de ouderenorganisatie CSO het afgelopen jaar met de bewindslieden van sociale zaken om de tafel gezeten. Lobbywerk als drukmiddel op onderhandelaars van werkgevers en werknemers in de slag om meer macht in de besturen van de pensioenfondsen te krijgen voor gepensioneerden.

De sociale partners wilden wetgeving van het ministerie voorkomen en gingen afgelopen week opnieuw akkoord met een aangescherpt convenant voor meer invloed van ouderen in de uitvoering van pensioenregelingen. Het vorige convenant, dat vorig jaar oktober werd afgesloten, sneuvelde toen een deel van de achterban van het CSO de toegezegde extra invloed onvoldoende vond.

“Ook aan onze kant was sprake van een historisch wantrouwen”, erkent Sturkenboom. Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers vormen nu de almachtige besturen van de ruim duizend pensioenfondsen, die samen 740 miljard vermogen beheren, terwijl de werkgevers het feitelijk voor het zeggen hebben bij pensioenregelingen ter waarde van honderden miljoenen guldens die door verzekeraars worden uitgevoerd. Hier en daar zitten wel gepensioneerden in besturen, maar dat gebeurt op basis van vrijwilligheid of als (toevallig) gevolg van het feit dat een werknemersvertegenwoordiger inmiddels is gepensioneerd.

De sociale partners hebben nooit veel animo gehad om hun machtsposities, die voortvloeien uit het arbeidsvoorwaardenoverleg, op te geven. Wij vertegenwoordigen alle werknemers, zo was de verdediging van de vakbeweging, niet alleen de actieve medewerkers, maar ook ex-medewerkers met pensioenrechten en gepensioneerden.

In de praktijk is de machtsbasis van sociale partners profijtelijk gebleken. De hoge beleggingswinsten van de pensioenfondsen zijn soms gebruikt om dure vutregelingen om te zetten in prepensioenen, als “smeergeld” bij reorganisaties of, bij een overschot, als teruggave aan de werkgever. Dat heeft de irritatie gevoed bij gepensioneerden, die over het algemeen geen grote financiële extraatjes krijgen.

Irritatie die samengaat met groeiende politieke macht, doordat de groep ouderen in de samenleving steeds groter wordt. De vergrijzing maakt de maatschappelijke positie van de fondsen pregnanter, terwijl zij, door hun explosief gestegen beleggingen in aandelen, ook als kapitaalverschaffers een machtsfactor van betekenis aan het worden zijn. Het convenant biedt gepensioneerden twee opties om hun zeggenschap te vergroten: de zogeheten deelnemersraad, een medezeggenschapsinstituut dat in 1992 is ingevoerd, maar nooit populair is geworden. En directe vertegenwoordiging in de besturen van de fondsen. De nieuwe zetels voor gepensioneerden gaan daarbij in feite ten koste van die van de werknemers, zo verwacht beleidsmedewerkers P. Roelfsema van het CSO.

“Wij zijn de Rubicon overgestoken”, zegt Sturkenboom. “Een historische dag: voor het eerst wordt een stuk van de macht gedeeld.” De lange termijn doelstelling? Dat het bestuur voor eenderde bestaat uit gepensioneerden, uit werknemers en uit werkgevers.

De sterkste positie hebben de gepensioneerden van oudsher in de pensioenfondsen die voor specifieke ondernemingen werken. Mede door een sterkere band met hun oude baas bleek het makkelijker zich te organiseren. Bij de bedrijfstakfondsen is de invloed gering, bij de regelingen die verzekeraars uitvoeren zelfs niet aanwezig.

De komende maanden moeten de besturen van de pensioenfondsen die geen zeggenschapsregeling hebben hun passieve rol opgeven en actief de gepensioneerden benaderen voor een verkiezing: deelnemersraad of directe bestuursrol. De ouderenorganisatie hebben het recht om bij de mailings een “enthousiasmerende” brief te doen. Tevens komt er een informatiecentrum waar betrokken partijen praktische informatie kunnen inwinnen. Verder worden de faciliteiten en de zeggenschap van de deelnemersraden uitgebereid.

Sturkenboom verwacht dat de werkgevers en werknemers de “cultuuromslag in de machtsverdeling” zullen accepteren. “Na de ondertekening van het convenant ging Blankert (VNO-NCW-voorzitter; red) direct door naar de verzekeraars. Hij zei: ik zal mijn nek uitsteken.”

    • Menno Tamminga