Oud beeld Erasmus in Rotterdam

ROTTERDAM, 27 JUNI. Deze week viert Rotterdam dat het eerste schip naar Japan vier eeuwen geleden vanuit deze stad vertrok. Pronkstuk van een tentoonstelling in het Maritiem Museum Prins Hendrik is het hekbeeld van het schip de Liefde, voorheen de Erasmus. Eeuwenlang stond dit beeld in een tempel ten noorden van Tokio. Pas in 1926 werd duidelijk dat het om een beeld van de Rotterdamse humanist ging. Het schip Erasmus kreeg in 1598 een nieuwe naam toen het als onderdeel van een vloot met namen als Hoop, Geloof, Liefde, Trouw en Blijde Boodschap uitvoer om in Zuid-Amerika en Japan handel te drijven. Na een barre reis van bijna twee jaar strandde de Liefde in april 1600 op de kust van West-Japan. Van de oorspronkelijke 110 bemanningsleden waren er nog maar 24 in leven en niet meer dan vijf man konden nog op hun benen staan. Terwijl de zieke Nederlanders toekeken haalden lokale Japanners het schip leeg en namen plaatselijke autoriteiten de handelswaar en de kanonnen in beslag. Het enige dat stuurmannen Will Adams en Jan Joosten van Lodesteyn wisten te redden was het hekbeeld van hun schip, een beeld van de humanist Desiderius Erasmus (1469-1536).

Will Adams, bekend als held van James Clavells Shogun, was waarschijnlijk degene die het beeld cadeau deed aan de familie Makino. Via deze Makino, kwam het beeld terecht in een tempel in de prefectuur Tochigi, ten noorden van Tokio. Daar werd het bijna drie eeuwen lang vereerd als een beeld van de heilige Houdi (Japans Kateki), de legendarische Chinese uitvinder van de scheepsbouw. Toen Vondel in een lofzang Erasmus 'de Rotterdamse heyligh' noemde, besefte hij niet dat Erasmus dat al net geworden was, maar dan aan de andere kant van de wereld. In 1926 werd het eindelijk geïdentificeerd als het hekbeeld van de Liefde. Nu is het dankzij het Nationaal Museum in Tokio voor het eerst weer in zijn thuishaven te zien.

Maritiem Museum Prins Hendrik, Leuvehaven 1, R'dam, t/m 27 sept. Tel (010) 413 26 80. Aldaar ook: tentoonstelling van 'Nagasaki'-prenten over Deshima en zijn bewoners.

    • Ivo Smits