Mannelijke deeltjes

De universiteiten hebben de alumnus ontdekt. Het woord betekent 'oud-leerling', en is niet via het Latijn binnengekomen - want daar weten de universitaire plannenmakers niets van - maar via het Amerikaans. Daar is an alumnus een melkkoe, die wordt geacht de Alma Mater (opzoeken, bobo's!) regelmatig cheques te zenden.

Voor hun alumni geven universiteiten blaadjes uit die zij ongevraagd aan de doelgroepkoeien versturen. In een soort gedrukt driedelig grijs (Amsterdam), een kleurenkakelfolder van de Spoorwegen (Leiden), of een Poolse versie van Vrij Nederland (Utrecht). Allemaal bevatten zij hyperventilerende advertorials, stukjes die eruit zien als nieuws maar in wezen advertenties zijn voor de universiteit in kwestie. Rijke alumni heb je niet in Nederland, dus niet één van die foldertjes haalt genoeg binnen om dit dure wervingsmateriaal te bekostigen, maar we blijven ondernemend.

Nooit gedacht, dus, dat ik daar ooit iets uit zou opsteken, totdat ik in het Utrechtse sufferdje een stuk zag over een natuurkundestudente die naast haar eigenlijke werk vrouwenstudies was gaan doen. Zij schrijft: 'Alle deeltjes die niks doen, die bij wijze van spreken passief zijn, zijn vrouwelijk. De actieve deeltjes zijn daarentegen mannelijk'. Voordat ik er mijn verbijstering over uitspreek hoe iemand natuurkunde kan studeren en zoiets uitkramen, eerst de feiten. Het Heelal bestaat uit deeltjes, ruimte, en tijd. In de samenwerking tussen die drie is de hele natuur besloten. De wisselwerking tussen deeltjes en ruimte-tijd is nog niet begrepen, maar wij weten wel wat deeltjes onderling uitspoken. Dat heet, met een term die even kleurloos als arrogant is, het standaardmodel.

Om te zien wat die deeltjes doen moeten we eerst opsommen welke soorten er zijn. Alle bekende deeltjes lijken op elkaar; wij kunnen ze indelen in families. De belangrijkste verdeling is in twee klassen: de fermionen en de bosonen. Deze hebben volkomen tegengestelde eigenschappen.

Fermionen kunnen nooit in dezelfde toestand verkeren, dus is het onmogelijk om ze in een kleine ruimte te persen. Een zwerm fermionen vormt altijd een kluit met een eindige afmeting. Daarom noemen wij fermionen in het dagelijks leven materie. Met bosonen is het net andersom: die verkeren juist graag wel in dezelfde toestand, en een zwerm bosonen kan dus als een samenhangende eenheid optreden.

Zodoende zijn bosonen verantwoordelijk voor wat mensen krachten noemen. Een magneet bestaat uit fermionen (ijzeratomen), een magneetveld bestaat uit bosonen (links- of rechtsdraaiende fotonen).

Wij weten uit ervaring dat krachten op materie werken, en in het deeltjes-beeld gaat dat als volgt. Tussen twee fermionen wordt een boson uitgewisseld, ongeveer zoals een tennisser een ander de bal toeslaat die dan een volley teruggeeft. Stel je zo'n tennisspel voor in de vrije ruimte: een speler die een klap geeft, gaat van de weeromstuit bewegen. De spelers verwijderen zich steeds verder en sneller van elkaar naarmate zij elkaar vaker de bal toespelen. Op den duur gaan de meeste ballen ernaast, dus wordt de kracht op grote afstand zwakker (in het geval van uitwisseling van fotonen noemen we dat de Wet van Coulomb).

Elektronen, quarks, en neutrino's zijn fermionen. Fotonen en gluonen zijn bosonen. Gluonen binden quarks bijeen tot protonen en neutronen, en zorgen indirect voor de kracht die daaruit atoomkernen maakt. Fotonen leveren de elektromagnetische kracht die elektronen en atoomkernen samenbindt tot atomen, en die moleculen bij elkaar houdt.

Bij de koppeling tussen fermionen en bosonen zijn beide soorten deeltjes gelijkelijk betrokken: er is in het geheel geen onderscheid tussen 'actief' en 'passief'. Tot zover de natuurkunde. Taalkundig gezien zijn de deeltjes onzijdig: alle namen eindigen op -on, en de verkleiningsuitgang -ino is ook onzijdig.

Dit is, in gewone woorden, het gedrag van deeltjes in de wereld van het super-kleine. In onze leerboeken staat de beschrijving helemaal niet zo, maar in de vorm van exacte vergelijkingen.

Wiskundige formules zijn de meest geslachtsloze uitingsvorm die de mensheid ooit heeft bedacht. Het bewijs lijkt mij dus geleverd dat die vrouwenstudie-stelling over 'mannelijke deeltjes' lariekoek is.

'Dan valt opeens op dat het in zo'n mannenwereld niet gebruikelijk is dat je je twijfels over je onderzoeksmethode of je uitkomsten kenbaar maakt', vervolgt de studente. Ook hier ontkent zij de feiten. Juist omdat de beta's (mannen en vrouwen!) voortdurend twijfelen, is de natuurwetenschap zo hard. Er studeert bij mij geen student af, er promoveert niemand, zonder dat hij of zij er volledig van doordrongen is dat het niet alleen gebruikelijk, maar zelfs noodzakelijk is om je onzekerheden te melden. Wie ooit een natuurkundige grafiek heeft gezien, weet dat een meting niet als een punt wordt weergegeven, maar als een lijntje of een kruis, waarvan de grootte de onzekerheid in de meting voorstelt.

Ik zou het erbij kunnen laten dat zulke enormiteiten de onbenulligheid van die alumni-blaadjes bevestigen. Maar opmerkingen van dit slag doen wel degelijk afbreuk aan de wetenschap, en beschadigen vrouwen die een beta-vak studeren of dat willen gaan doen. Het is des te erger omdat het overduidelijk is dat vrouwelijke studenten een veel hogere berg te beklimmen hebben dan mannen.

Wat mij van zulke uitspraken ook steeds weer teleurstelt is het onwetenschappelijke ervan. Wij zien een onrechtvaardigheid, bijvoorbeeld dat er veel minder vrouwelijke dan mannelijke hoogleraren zijn. Je zou dan willen uitzoeken hoe het fijnmazige en verbluffend sterke web dat vrouwen gevangen houdt wordt geweven, en vooral door wie. Maar in plaats daarvan verzint iemand een oppervlakkige uitleg en blijft steken in banale beschuldigingen.

Is echt onderzoeken hoe discriminatie werkt misschien te veel beta?

Het geven van simplistische oplossingen ('het zijn de structuren') is makkelijker, en deze worden gretig aanvaard omdat zij vooroordelen bevestigen. Net als bij astrologie en andere pseudowetenschappen ben je dan zo heerlijk los van twijfel en onzekerheid, zo verrukkelijk vrij van de noodzaak het bewijs van je beweringen te leveren.

Dat vrouwen worden tegengehouden is een onomstotelijk feit, maar waar dat net gespannen is, wie het maakt en opstelt, en hoe je erin loopt is niet zo simpel te beschrijven. De werkelijkheid is onsmakelijk ingewikkeld: de schering van het web is de mannelijke kant, de inslag wordt geleverd door vrouwen. Ook mannen raken verstrikt in de noodzaak zich 'mannelijk' te gedragen. Jongens die beta gaan studeren betalen daarvoor ook hun tol, dus het loutere feit dat er wel eens een leraar is die je tegenwerkt is onvoldoende bewijs.

Het is zonneklaar dat vrouwen bitter te lijden hebben van mannen met acute testosteron-vergiftiging, maar ik denk toch dat direct geweld (in woord of daad) niet het grootste gevaar is. In beschaafde landen kun je je daartegen verdedigen, en beter naarmate het misdrijf openlijker is. Hoeveel succes je hebt hangt ervan af hoeveel beschaving intussen is opgebouwd: tegen het verbod op vrouwenonderwijs door de radicale Islam helpt vooralsnog alleen de kalasjnikov, maar ooit komt ook daar de rechter voor in de plaats.

Niet de incidentele oorvijg is funest, maar de constante stroom van subtiele signalen. De druppel holt de steen uit, niet door kracht, maar door vaak te vallen. Het grootste gevaar schuilt in de indirecte aanval, het schouderophalen, de superieure glimlach, de paniekreactie van pa en ma als hun dochter beter met de computer overweg kan dan zoonlief. De opgetrokken wenkbrauw doet meer schade dan de gebalde vuist.

Een leraar die je niet au sérieux neemt, troef je af met een tien voor wiskunde. Een klasgenoot die je ongevraagd beetpakt geef je een labberdoedas. Maar wat doe je tegen een moeder die je een Barbie geeft in plaats van Lego?

    • Vincent Icke