Knap spel, slechte regie in het voze Shoppen & Ficken

Voorstelling: Shoppen & Ficken (Fucking & Shopping) van Mark Ravenhill door Theater Baracke. Decor: Rufus Didwiszus; muziek: Jörg Gollasch; regie: Thomas Ostermeier; spelers: Thomas Bading, Jule Böwe, Bruno Cathomas e.a. Gezien 26/6 Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien 27/6 aldaar.

In dit Holland Festival zagen we maar liefst drie voorstellingen van Anton Tsjechov, en alle drie hadden ze te maken met afscheid. Meteen in het begin van het inmiddels al beruchte stuk Shopping & Fucking, gebracht door het Duitstalige theater Baracke uit Berlijn, speelt zich een grootse afscheidsscène af. Een van de vrienden, Mark, verlaat het onderkomen van zijn makkers. De wanhoop slaat toe; zijn huisgenoten kunnen hem niet missen, het meisje Lulu gaat huilen, zijn vriend Robbie tracht te bemiddelen.

Shoppen & Ficken, zoals het van oorsprong Britse toneelstuk nu heet, werd geschreven door Mark Ravenhill. Het past in de wilde, agressieve traditie van een boek als The Butcher's Boy. Geweld en doodsdrift gaan hand in hand. In het theater valt het stuk enorm tegen; De Trust hier in Amsterdam probeerde het ook te spelen, maar werkelijk boeiend of zelfs gevaarlijk werd het niet.

De Berlijnse regisseur Thomas Ostermeier vertrouw ik niet in zijn beweegredenen juist dit werk te kiezen. Het zou een tijdsbeeld moeten geven van de huidige generatie jongeren. Want uiteindelijk draait het om verveling en uitzichtloosheid, die bij de junks ontaardt in het doden van een jongeman met een mes in zijn achterste. De jongen, Gary, verlangt naar de dood - de dood in de clichématige verstrengeling met Eros.

Schrijver Mark Ravenhill laat alle taboes van die wat verdoken Britse seksuele samenleving de revue passeren; er is iets homoerotisch aan, het meisje Lulu mag zichzelf graag vingeren en als apotheose is er dan die bloederige scène met het mes. Heel de voorstelling lijkt naar dit slot toe te werken, maar wat vertelt het ons? Het vertelt van wat zweterige seksuele driften die volstrekt niet provocerend zijn, zoals de regisseur dat zo graag wil.

Ik vond zijn regie zelfs behoorlijk ouderwets. Publieksparticipatie was opeens weer aan de orde van de dag; de slotmonoloog werd gespeeld terwijl de zaallichten aangingen. Allemaal al eerder gezien. Het was morsig en voos, het geromantiseerde tijdsbeeld van een regisseur die, op de drempel van de dertig, liefst tien jaar jonger wil zijn.

Voor de acteurs kon ik uiteindelijk de grootste bewondering opbrengen. Het spel was van tenminste drie van hen subliem. Mijn favoriet was Bruno Cathomas als Robbie, een dikke jongen die in elke beweging, in elk gebaar dat hij maakte een onovertroffen wanhoop kon leggen. Voor de spelers wilde ik de voorstelling zien, niet voor de regie en op zijn minst voor de tekst.

    • Kester Freriks