'Ik wil iets zien dat zwart is'

Zwarte presentatoren zie je wel vaker op de televisie. Persoonlijkheden als Guilly Koster zijn zeldzaam. Woensdag begint hij een nieuwe reeks van de talkshow Massiv.

Guilly Koster (43) heeft net de derde reeks van Massiv voor de Humanistische Omroep voltooid. Het had ooit Guillymanjaro zullen heten, naar de enige besneeuwde berg van Afrika, maar dat was hem toch te megalomaan. Al ziet hij zichzelf wel als de kern van het programma. Aan de formule is weinig veranderd en al in de jaren tachtig maakte Koster iets dergelijks op de Amsterdamse kabel.

Het draait om een tribune met mensen gedirigeerd door een zeer aanwezige presentator. Als een beweeglijke rots zorgt Koster, nu met geblondeerd haar - sneeuw op de Kilimanjaro - in een donker decor dat de gasten aan het woord komen. Over wie de touwtjes in handen heeft bestaat geen twijfel. Koster is de baas, hij stuurt de hengelmicrofoon naar wie wat mag zeggen en verlegenheid om het laatste woord kent hij niet. Het is een licht chaotisch en onderhoudend programma waarin de gevoelens en meningen van de gasten vaak goed uit de verf komen.

“De naam 'Massiv' komt van Yvette Forster, met wie ik voor de VPRO eind jaren tachtig Bij Lobith maakte. Zij noemde ons het duo frêle en massief. En toen ik daar eenmaal voor de tribune stond, bleek het waar.”

Over de nieuwe reeks van Massiv is Koster tevreden, omdat hij er steeds beter in slaagt het vertrouwen van de gasten te winnen. “Mensen die ik nooit eerder heb gezien zeggen 'Guilly' op een toon alsof ze me kennen.” Door die vertrouwdheid kunnen ze veel beter hun verhaal kwijt. Want het gaat hem om de gasten. “Ik wil verdwijnen in het programma, al heb ik daar door mijn enorme ego ook moeite mee.”

Massiv wordt opgenomen in het Bijlmerse jongerencentrum Kwakoe. Bij binnenkomst probeert Koster iedereen even aan te spreken en hun namen te onthouden. Trucs die hij van zijn voorbeelden leert. Naast Oprah ('zij is mijn godin') is dat vooral Robert Kilroy-Silk, een traag bewegende en koel formulerende vijftiger die dagelijks rond koffietijd op de BBC een vaak emotionele talkshow heeft. “Kilroy raakt zijn gasten aan, dat doe ik ook als iemand iets wil zeggen en vast zit.” Maar in de uitzending van komende woensdag over de 135ste verjaardag van de afschaffing van de slavernij in Suriname is hij terughoudend met lichamelijk contact. Koster vreesde taferelen als in de historische live-uitzending van de Avro in 1984. “Ho ho, wacht eens even. Shit man, remember Karel van de Graaf. Dat schieten. Niet Jerry Springer, maar Karel heeft het spektakel uitgevonden. Surinamers hebben het vechten op tv geïntroduceerd. Ik kijk wel uit.”

De verjaardag van de afschaffing van de slavernij op 1 juli wilde Koster niet voorbij laten gaan, maar doorgaans gaat Massiv over persoonlijker zaken. Hij erkent dat je met veertig man op de tribune niet diep kunt gaan. “Maar wel breed. Het geeft een goed beeld van het kleurengamma aan opvattingen.” De tweede aflevering, over het slankheidsideaal, is weer een smakelijk mengelmoesje van mensen, gevoelens en meningen.

Koster zegt mensen aan het woord te willen laten die je anders niet zou horen. Hij beseft dat ook Catherine Keijl dat dagelijks doet en ongetwijfeld ook al eens het slankheidsideaal heeft behandeld. “Het verschil zit in het vertrekpunt. Ik luister echt naar die mensen en hun mening betekent echt iets. En als het naar buitenkomt zonder dat ik als bij Springer omval van verbazing, dan noem ik het een geslaagde show. Het is Achterwerk in de kast voor volwassen.”

Samen met Rob Sordam (een neef van Max Sordam, de ex-directeur van de Bijlmerbajes en een belangrijk man in de Surinaamse gemeenschap) heeft Koster een mediabedrijf. Ze maken boeken, cd's en videobrieven met reportages uit Suriname (in een professioneler vorm dit najaar bij de NPS te zien).

Al sinds hij halverwege de jaren tachtig besloot televisie te willen maken en een opleiding voor migranten volgde, bestookt Koster de zenders met ideeën. “Iedereen hebben we aangeschreven. Met voorstellen die niet slechter waren dan Massiv. Alleen omdat bij de Humanisten een vrouw zat die luisterde, kregen we een kans. Het is structureel. Ik wil iets zien dat zwart is, waar ik me in herken. En dat is er niet op tv. Wel documentaires over champagnekurken en andere onzin. Het is nu 1998, holy focking shit man.”

Zwarte tv is volgens Koster iets anders dan programma's over of voor nieuwe Nederlanders. “Ik vind migrantentelevisie een verschrikkelijk onding. Who needs it? Migranten hebben eerder gewone tv nodig om te kunnen integreren. Iedereen mag naar de satellieten uit het moederland kijken. Net als naar porno of wat dan ook. Maar de Nederlandse tv moet een weerspiegeling zijn van de samenleving. En daarom werk ik net zo lief voor de Humanisten als voor RTL4. “Ik wil het hebben over de billen van Karin Bloemen. Ik wil net als Willebrord Frequin rare dingen doen. Dat is wat ik wil.”

Koster heeft forse kritiek op de andere gekleurde gezichten van de televisie. Hij beschouwt presentatoren als Anil Ramdas en Umberto Tan niet als 'zwarte' mannen. “Maar dankzij hen denkt iedereen tegenwoordig wel dat 'zwart' op de tv aanwezig is.” Maar ze zijn toch net als hij afkomstig uit de andere culturen waar de Nederlandse samenleving sinds de jaren vijftig mee geconfronteerd wordt? “Die mensen staan voor het smeltkroes-idee. Ik wil een salad bowl waarin de ingrediënten duidelijk herkenbaar blijven. Een salade die lekker is èn Hollands.” Dat is in zijn opvatting iets anders dan een oud-Hollandse stamppot met toegevoegde kruiden. “Ik neem Ramdas, Tan, Noraly Beyer en die anderen niets kwalijk, maar het is niet de weg die ik volg.

“Alles wat niet wit is is zwart. En wit is alles dat in de kern van het establishment zit. Dat heeft weinig te maken met ethniciteit. Ik kijk niet meer naar de buitenkant. Pas nadat ik met iemand gepraat heb weet ik of hij wit of zwart is.

“Ik ben een sociaal-democraat in hart en nieren. Elke stroming moet een stem hebben in de politiek. Ook Janmaat en de CD. Ook Bouterse. Het waren eerlijke verkiezingen. Dat standpunt heeft veel weerstand opgeroepen. En Bouterse heeft een hekel aan de Nederlandse pers en een nog grotere aan de Surinamers die daarin functioneren, zeker als die hun haar verven en volgens hem dus homo zijn. Ik denk dat ik in Suriname heel snel dood ben, omdat ik mijn bek niet kan houden.”

    • Dirk Limburg