Hollands Dagboek

Afgelopen week was mgr. A.H. van Luyn (62), bisschop van Rotterdam, in Rome voor het Ad Limina-bezoek. Hij bezocht de paus en de graven van de apostelen Petrus en Paulus. Van Luyn is lid van de orde van Salesianen en vice-voorzitter van de Bisschoppenconferentie.

Maandag 15 juni

Eerste echte 'Ad Limina-bezoek' aan het graf van de H. Apostel Paulus, buiten de muren. We vieren de H. Eucharistie en zingen Kom Schepper Geest, daal op ons neer. Ons lied veroorzaakt een echo in het pilarenwoud van de basiliek. Mgr. Müller houdt de overweging over het voorbeeld van de apostel der heidenen voor ons bisschoppen nu.

Na een kort bezoek aan de communiteit van de Salesianen in het Vaticaan ga ik rond het middaguur naar de audiëntie bij paus Johannes Paulus II. Mijn tweede privé-audiëntie. De eerste was in januari 1994. De paus is in deze vier jaar fysiek achteruit gegaan maar hij is nog even vitaal en geïnteresseerd. Het is een kort maar boeiend gesprek.

Eerst vraagt hij naar de Salesianen van Don Bosco in Nederland, daarna gaat het gesprek vooral over het jongerenpastoraat. Ik bedank hem voor het initiatief van de Wereldjongerendagen in Parijs. Dan vertel ik hem dat er zestig tot zeventig van verschillende groeperingen uit mijn bisdom aanwezig waren en dat tientallen van hen een diocesaan jongerenplatform vormen dat initiatieven ontwikkelt onder leeftijdgenoten.

Andere gespreksonderwerpen zijn de voortschrijdende secularisering en de noodzaak van nieuwe evangelisatie. We spreken over het katholiek onderwijs. Desgevraagd antwoord ik hem dat het mijn overtuiging en ervaring is dat veel jongeren open staan voor humane waarden en geïnteresseerd zijn in wat het Evangelie daarover te zeggen heeft, maar dat ze met betrekking tot het instituut Kerk veelal een negatief beeld met zich meedragen. Het gaat er mijns inziens om de evangelische waarden te bemiddelen en de geloofwaardigheid van de Kerk in dienst daarvan te bevorderen.

Dinsdag

Het tweede echte 'Ad Limina-bezoek'. Nu naar het graf van de heilige apostel Petrus. Mgr. Lescrauwaet, die als lid van de Conferentie voor het laatst deelneemt aan een Ad Limina bezoek preekt heel toepasselijk over Petrus.

Om half tien zijn we te gast bij kardinaal Ratzinger, de prefect van de Congregatie van de Geloofsleer. Hij inventariseert de onderwerpen die wij graag met hem zouden willen bespreken. Het zijn er drie: de geloofscrisis, met name wat betreft de zin voor het mysterie, het sacramentele; de nieuwe bijbelvertaling en medisch-ethische kwesties.

Ik schrijf vier vellen vol met aantekeningen. De antwoorden van de kardinaal-prefect worden gegeven in dialoog met ons, maar over onze hoofden heen in dialoog met de samenleving. Kardinaal Ratzinger formuleert helder en zorgvuldig. Als zijn woorden waren geregistreerd, konden ze zo gedrukt en gepubliceerd worden. Ik ben onder de indruk van het relativerende uitgangspunt dat ook de H. Stoel niet onmiddellijk op elk vraagstuk het juiste antwoord en het aangepaste recept gereed heeft.

Wij zijn uitgenodigd om het middagmaal te gebruiken met de paus. Het is een eenvoudige Italiaanse maaltijd. Er ontstaat een geanimeerd gesprek. De paus interesseert zich in de bisschoppen persoonlijk, zo ook in de nieuwe benoemde bisschop van Den Bosch, mgr. Hurkmans. De Synode over Nederland van januari 1980 komt ter sprake. De paus noemt de synode een historische gebeurtenis, zeer 'wichtig' voor de Nederlandse Kerk. Ook het bezoek van de paus in 1985 komt aan bod. Geen gemakkelijk bezoek, maar toch zegt de paus daar met voldoening op terug te zien, met begrip en met de overtuiging dat het een zinvol bezoek was voor onze lokale kerk en voor hemzelf.

Woensdag

Ik bezoek de Congregatie voor de Religieuzen - we bespreken de crisis in de roepingen. Tegen tienen rijd ik terug naar het College. De straten zijn verlaten, bijna iedereen zit binnen en kijkt via de tv naar de voetbalwedstrijd Italië-Kameroen. In het College aangekomen kan ik nog net het laatste kwartier volgen met de derde Italiaanse treffer.

Donderdag

Nog vroeger op dan de vorige dagen, half zes. Wij, de bisschoppen, een tweetal priesters van het Nederlands College en de persvoorlichter van de Bisschoppenconferentie, nemen deel aan de Eucharistieviering in de huiskapel van de paus. Het altaar staat, zoals vroeger overal voor het Tweede Vaticaans Concilie tegen de muur in de absis, met daarboven een hoog kruis met de gestorven Christus.

Tijdens de viering is de stem van de paus helder en krachtig. Wel beweegt de paus heel langzaam, voetje voor voetje, ook bij het omdraaien naar ons toe. Zijn knielbewegingen na de opheffing van de geconsacreerde Hostie en de Kelk zijn redelijk vlot en tot op de grond.

Na de viering komen we met de paus samen. Kardinaal Simonis leest een deel van zijn Ad Limina-toespraak. De paus luistert aandachtig, staande tegen zijn schrijftafel. Daarna overhandigt hij aan elke bisschop de Nederlandse tekst van zijn toespraak. Daarbij worden slechts enkele woorden gesproken. Ik bedank hem en hij kijkt me aan en zegt in het Duits: 'Salesianer, jünger Bischof'. Dat laatste neem ik op de koop toe; dat eerste klopt natuurlijk volledig.

Om 9.30 uur komen we bijeen bij de Raad voor de Eenheid onder de christenen. Er zijn twee belangrijke gesprekspunten. Allereerst het oecumenische vraagstuk omtrent de mogelijkheid van deelname van katholieken en protestanten over en weer aan de Eucharistie en het Avondmaal, en vervolgens de verklaring over de Shoah van de Vaticaanse Commissie voor de betrekkingen met het jodendom van 16 maart van dit jaar.

Wat het eerste betreft, verwijst de kardinaal Cassidy vooral naar het Oecumenisch Directorium. Wat het tweede betreft, licht hij de intentie toe van deze verklaring. Deze is bestemd voor de Wereldkerk, ook voor continenten die niet geïnvolveerd waren in hetgeen in Europa heeft plaats gevonden ten aanzien van de vervolging en uitroeiing van het joodse volk. Het belang van de verklaring is dat heel de Wereldkerk opgeroepen wordt elk spoor van anti-judaïsme uit te bannen en zich te bezinnen op de Shoah en de desastreuze gevolgen van negatieve interpretaties in theologie en liturgie met betrekking tot het jodendom.

De kardinaal-voorzitter blijkt goed op de hoogte van alle reacties vanuit de Katholieke Kerk en nog meer van vertegenwoordigers van het jodendom wereldwijd. Ik heb er vertrouwen in dat de Pauselijke Commissie voort zal gaan op de lijn van zelfkritische reflectie die met deze verklaring is ingezet. Ze heeft geen correctie bedoeld ten aanzien van de recente verklaringen van Europese Bisschoppenconferenties. Dit is dus niet het laatste woord. Dat geldt evenmin voor de verklaring van de Nederlandse bisschoppen van 1995.

Vrijdag

De laatste dag van onze Visitatio Ad Limina. Nog een groot aantal Vaticaanse bureaus staan op het programma, waaronder Pauselijke Commissie Justitia et Pax. Daar spreken we over de rechten van vrouwen - onder meer over acties tegen vrouwenhandel zoals ook door Nederlandse vrouwelijke religieuzen gevoerd worden; de rechten van kinderen en acties tegen kinderarbeid en tegen het opleiden en inzetten van kindsoldaten. Hiermee is het bezoek bijna afgesloten.

Rest ons nog één onderdeel: de afsluitende viering. Vanuit Trastevere worden we naar het Sint Pietersplein gereden. Daar ligt tegenover de uiterste linkerpunt van de colonnade tegen de Janiculus, de Kerk van de Friezen, de oude 'Schola Frisorum', pleisterplaats voor de pelgrims uit onze lage landen sinds de achtste eeuw. Willibrord heeft hier niet vertoefd, maar ging wel reeds 'ad limina', met meer inspanning dan wij zijn opvolgers nu. Hij was hier in 690 en in 695 en werd door paus Sergius gewijd tot aartsbisschop van de Friezen, waarmee hij de eerste bisschop van Utrecht werd.

Kardinaal Simonis, de zeventigste bisschop van Utrecht, schetst in zijn preek de figuur van Willibrord als een pelgrim Gods, als een onvermoeibare geloofsverkondiger. Simonis eindigt met de wens en het vertrouwen dat ook wij, bisschoppen, en geloofsgemeenschap de oversteek wagen naar het nieuwe millennium, door te zijn en te doen wat we geloven. Ook nu is veel onzeker en zijn er genoeg tekenen van crisis, maar Gods woord is onze hoop en onze leidraad, Christus is met ons en Gods Geest geeft ons kracht en bezieling.

Aan het einde van de viering vraagt de kardinaal de bisschoppen om samen met hem de zegen te geven. Ik sluit daarbij bijzonder alle gelovigen van het bisdom Rotterdam in. Tenslotte zingen we zoals traditie is bij bijzondere gelegenheden in de Friezenkerk, het couplet van het Wilhelmus; 'mijn schild en de betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer'.

Ik vind dit lied en vooral deze tekst een sprekend slotakkoord voor dit Ad-limina-bezoek 1998: het gebed dat we 'vroom' mogen blijven, in ononderbroken dienst aan God en in blijvend verzet tegen elke tirannie van onrecht en geweld: dienstbare vroomheid, eigentijds gelovig, modern en devoot in de Randstad, in ons land.

Zaterdag

Na een lange vrijdagavond - warme zomeravond in de tuin van het college met gasten en persmensen - sta ik zaterdagmorgen toch weer vroeg op. Ik blijf nog een weekend in de Eeuwige stad. De rest van de dag besteed ik aan bezoeken aan vrienden, o.a. aan een echtpaar dat volgende week hun zilveren huwelijksjubileum viert.

's Avonds terug in het college zie ik nog de tweede helft van de voetbalwedstrijd Nederland-Korea, drie mooie doelpunten.

Zondag

Nog steeds geen uitslapen. Maak na enige bezinning een gedachtegang voor de zondagspreek. Ben namelijk gevraagd voor te gaan in de Eucharistieviering in de Friezenkerk. Daarna napraten met aanwezige Nederlanders: uit de Eeuwige stad en pelgrims. Voor het middageten ben ik in de Salesiaanse Universiteit, waar ik negen jaar lang overste was.

Breng daarna de laatste Romeinse dag door bij de medebroeders en met korte bezoeken aan vrienden in de buurt.

Maandag

In de ochtend tijd voor wat correspondentie. Daarna de vliegreis naar Amsterdam. Daar word ik afgehaald door twee medewerkers van het bisdom.

Kom net op tijd in Rotterdam voor de geplande ontmoeting om 18.00 uur met het bestuur van een Caritas-instelling in een van de grotere steden van het bisdom. 's Avonds laat slaap ik weer in mijn eigen bed.

Dinsdag 23 juni

Normaal Rotterdams dagprogramma. Na Eucharistie en ontbijt,postbespreking met secretarissen, een flinke stapel na meer dan een week. De vicaris-generaal praat me bij over de belangrijkste zaken en voorvallen die tijdens mijn afwezigheid aan de orde waren. 's Middags ontvang ik enkele mensen voor privégesprekken.

Daarna komt er een internationale groep bisschoppen, priesters en leken op bezoek. De Europese Bisschoppelijke Commissie voor Latijns Amerika houdt dit jaar haar jaarlijkse vergadering in Nederland in Den Haag. Op hun verzoek geef ik hun in kort bestek wat informatie over de situatie in onze kerkprovincie, over de noden en pastorale begeleiding van Latijns-Amerikaanse migranten in ons land. Daarna gebruiken we gezamenlijk de maaltijd in een Spaans restaurant.

Het valt me op dat eenmaal thuis niet alleen mijn aandacht weer volledig gevraagd wordt voor de zaken van het bisdom, maar dat tegelijk deuren en vensters open blijven staan voor de wereldkerk. In de wereldhaven Rotterdam zou dat ook moeilijk anders passen.

    • Mgr. A.H. van Luyn