Hogere productiviteit in tweede helft

ROTTERDAM, 27 JUNI. De 126 doelpunten die in de gisteravond afgesloten eerste ronde van het WK zijn gemaakt, werden opvallend ongelijk verdeeld over de twee speelhelften van de wedstrijden. Na rust werd de afgelopen tweeënhalve week in Frankrijk bijna twee keer zo vaak gescoord als in de eerste 45 minuten: 79 om 47 treffers. Vooral in het laatste kwartier van de duels was de productiviteit hoog met liefst 35 doelpunten.

Er wordt bij deze WK tot nu toe gemiddeld iets meer gescoord dan bij het toernooi van vier jaar geleden. Nu is dat 2,62 doelpunten per wedstrijd, tegen 2,58 in de eerste ronde van 1994. Door de uitbreiding van het aantal deelnemende landen van 24 naar 32 zijn er in Frankrijk meer wedstrijden in de eerste ronde gespeeld dan in de voorgaande WK's: 48 tegen 36. Bij het WK van '94 was het scorend eindgemiddelde 2,71 treffers per duel en dat is hoger dan in '90 (2,21) en '86 (2,54). Het meeste werd er gescoord bij de eindronde van 1954. Honderdveertig doelpunten in 22 wedstrijden leverden toen het prachtige gemiddelde van 5,38 op.

In het overzicht van de manieren waarop de doelpunten in Frankrijk zijn gemaakt, is vooral het hoge aantal eigen doelpunten opvallend. Dat gebeurde liefst vijf keer. Bij het WK van '94 werd in de eerste ronde maar één keer in eigen doel geschoten, in '90 zelfs helemaal niet. Verder kenden de scheidsrechters deze keer veel strafschoppen toe, dertien in totaal. Die werden alle benut. Zo gebeurde dat ook in 1994 met de negen penalty's die toen werden gegeven. In 1990 lag dat anders met liefst vijf missers op het totaal van elf toegekende strafschoppen.

Vijfentwintig doelpunten werden er in Frankrijk met het hoofd gemaakt, bijna 20 procent van de totale productie. Dat verschilt nauwelijks met vier jaar geleden. Bij het WK '94 werd er in de eerste ronde wel meer van buiten het strafschopgebied gescoord. Toen lag het gemiddelde met twintig treffers op 22 procent, bij het huidige WK was men maar veertien keer succesvol met vrije trappen en afstandsschoten, een laag gemiddelde van elf procent.

De uitslag die het meest, acht keer, voorkwam was 1-0. Dat was bij de voorgaande WK's ook al zo. Net zoals in 1990 en '94 was 6-1 de grootste uitslag van de eerste ronde. Spanje was daar tegen Bulgarije verantwoordelijk voor, maar werd desondanks uitgeschakeld. Nederland en Argentinië wonnen beide ook met vijf doelpunten verschil, 5-0 tegen respectievelijk Zuid-Korea en Jamaica. De topscorer van de eerste ronde in '94, de Rus Salenko, maakte zes doelpunten. De Argentijn Batistuta en de Italiaan Vieri kwamen in Frankrijk nog niet verder dan vier.

Er zijn door de scheidsrechters in de eerste ronde beduidend meer spelers uit het veld gestuurd. Zestien spelers kregen een rode kaart, in 1990 en '94 waren dat er nog maar acht. Het aantal gele kaarten is in vergelijking met vier jaar geleden gemiddeld ongeveer hetzelfde gebleven. In Frankrijk vielen er 167 gele kaarten in 44 wedstrijden, in '94 in de Verenigde Staten waren dat er 150 in 36 duels.