Historische hits

De kennis van het verleden holt achteruit. Hoogste tijd om daar iets aan te doen, met een zomercursus Historische Hits.

Les 2: de vaderlandse geschiedenis in een notenbalk.

De Nederlandse geschiedenis kent vele mijlpalen - van de Moord op Bonifatius tot het Akkoord van Wassenaar, en van de Bataafse Opstand tot de Afgang van 7 juli 1974 (Oranje bij München geveld). Maar de weerslag daarvan in de Nederpop is eenzijdig. Wie de hitparades van de afgelopen veertig jaar bestudeert, zou kunnen denken dat slechts twee historische feiten werkelijk indruk op de muzikantenziel hebben gemaakt: de oliecrisis van 1973 en het verdwijnen van de piratenzenders in de zomer van 1974.

Dat laatste is niet verwonderlijk. De Nederlandse artiesten hadden veel te danken aan de commerciële radioschepen op de Noordzee, die er - zeker in de tijd vóór Hilversum 3 - voor hadden gezorgd dat hun plaatjes gedraaid werden. Een bedankje kon er dan ook wel af toen de minister van CRM besloot om de piraten aan de ketting te leggen. Peter Koelewijn behaalde een achtste plaats in (Veronica's) Top 40 met het gevoelige 'Veronica Sorry', en onder meer Ben Cramer, Roek Williams en Vader Abraham waren hem toen al voorgegaan.

Ook de olieboycot van oktober 1973, afgekondigd door de OPEC tegen de landen die Israel steunden in de Yom Kippur-oorlog, prikkelde de verbeelding van de liedjesschrijvers. Hoewel premier Den Uyl bij het begin van de crisis doem predikte ('Het zal nooit meer worden zoals het was'), bleken benzinebonnen en autoloze zondagen al gauw een overdreven reactie. Stof genoeg voor Pierre Kartner, de aartsvader van de Nederlandse novelty song: rond carnaval 1974 stond hij als Vader Abraham twee weken nummer 1 met 'Den Uyl Is In Den Olie', een actuele bewerking van de aloude canon 'De uil is in den olmen' waarbij de achtergrondkoortjes ('Koek-Koek, Koek-Koek') werden verzorgd door de protestpoliticus Boer Koekoek. De concurrerende carnavalskraker over de oliecrisis, 'Kiele Kiele Koeweit' van het satirische vijftal Farce Majeure, werd op veilige afstand gehouden.

Het verdere vaderlandse verleden vertoont bij de Hollandse hitmakers nogal wat lacunes. Er is natuurlijk Gerard Cox' '1948 (Toen Was Geluk Heel Gewoon)', een mooi nostalgisch liedje over de Wederopbouw, op muziek van Gilbert O'Sullivan en woorden van Kees van Kooten en Wim de Bie. Veertigers herinneren zich de 'Zuiderzeeballade' waarin de bouw van de Afsluitdijk in smartlapvorm bezongen wordt. En de charmezanger Marc Winter (bekend van 'De heilsoldaat') heeft ooit een singeltje gewijd aan Floris V. Maar de hit met het meeste Hollands historisch besef kwam van Rob de Nijs (tekst Lennart Nijgh, marsmuziek van Boudewijn de Groot) en ging over de Tachtigjarige Oorlog.

In 'Jan Klaassen De Trompetter', dat precies 25 jaar geleden in de Top 40 stond, bezingt De Nijs de eerste jaren van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning Filips II. Een aantal 'lieux de mémoire' komt voorbij: de inname van Den Briel (1 april 1572), de belegering van Alkmaar (waar in 1573 de victorie begon) en de slag op de Mokerhei (april 1974), die onder meer twee broers van Willem van Oranje het leven kostte. Geheel volgens de historiografische trends van de jaren zeventig wordt het verloop van de strijd niet bezien vanuit het perspectief van de hoge heren, maar door de ogen van een gewoon soldaat: Jan Klaassen, trompetter in het leger van de prins.

Met zijn hang naar flierefluiten en zijn pacifistische inslag ('hij had geen geld en hij was geen held en hij hield niet van het krijgsgeweld') is Jan Klaassen een archetypische Hollandse militair. Hij loopt de kantjes eraf, duikt in bed met de dochter van de schout terwijl zijn makkers in de kou de tenten opzetten, en speelt liever honderd liedjes voor de kinderen van de stad dan één voor de prins op inspectietocht. De calvinisten onder ons die zo'n houding graag afgestraft zien, krijgen hun zin. Het prinselijk leger keert niet terug van de Mokerhei, en Rob de Nijs besluit zijn lied met een droeve strofe: 'Geen mens die van Jan Klaassen ooit iets teruggevonden heeft/ Maar alle kinderen kennen hem, hij is niet dood, hij lééft.'

Van de vaderlandse geschiedenis kan helaas niet hetzelfde worden gezegd. Die is tegenwoordig in de hitparade even dood als op de basisschool.

    • Pieter Steinz