Het racket van Kea Bouwman

Het is altijd de schuld van het racket. Of het is te zwaar of het is te smal. Of het handvat ligt niet lekker in de hand of de snaren staan niet strak genoeg.

Een bal die verkeerd wordt geslagen, levert altijd het tafereel van een aan snaren pulkende tennisspeler op. Ze hebben ten einde raad zelfs een machine uitgevonden om de snaren op de juiste spanning te zetten en ze hebben zowaar een heel klein handig apparaatje bedacht om de snaren in een handomdraai weer recht te drukken. Wat er al niet is gedaan om een tennisracket te maken waarmee de bal de juiste snelheid en het gewenste effect gegeven kan worden. Zowel toptennis en amateurtennis is een kwestie van detail geworden. Hoe zou Kea Bouwman-Tiedema het gedaan hebben met haar houten slagwapen? Nou, ze werd er in de jaren twintig veruit de beste Nederlandse speelster mee. En ze behoorde ook op internationaal niveau tot de besten. In 1923 speelde ze met de femme fatale van het vooroorlogse tennis Suzanne Lenglen een demonstratiedubbel op Wimbledon. Op de Olympische Spelen van 1924 in Parijs behaalde ze in het mixed-dubbel met Henk Timmer een bronzen medaille. Tweemaal bereikte ze de laatste acht op Wimbledon, tweemaal behoorde ze tot de top-tien van de wereld. Op de Open Franse kampioenschappen van 1927 werd ze winnares. Ondanks het houten racket.

    • Guus van Holland