Het gif op een halve kilo aardbeien; ONRUST OVER BESTRIJDINGSMIDDELEN OP GROENTE EN FRUIT

De Consumentenbond en drie milieu-organisaties startten deze week een offensief tegen zeven hormoonverstorende bestrijdingsmiddelen. Volgens de wet zijn de aardbeien, sla en paprika's echter veilig, omdat ze maar zo weinig van het gif bevatten.

ER ZIJN PEUTERS van anderhalf jaar die ontzettend graag aardbeien lusten. Als ze de kans krijgen schrokken ze gerust een heel bakje op. Lopen deze peuters nu risico, omdat op aardbeien bestrijdingsmiddelen zitten die de werking van hormonen kunnen verstoren?

Volgens de Commissie Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB) niet. Volgens de Consumentenbond, de Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace en Milieudefensie wel. Met een onderzoeksrapport, een persconferentie en advertenties in kranten, trokken de vier maatschappelijke groeperingen deze week aan de bel. De organisaties willen een onmiddellijk verbod op zeven bestrijdingsmiddelen. Ze kozen voor deze zeven, omdat ze in knaagdieren de werking van bepaalde hormonen verstoren én omdat ze vaak op groenten en fruit zitten, vooral op sla, paprika en aardbeien.

Dat op veel groenten en fruit resten van bestrijdingsmiddelen blijven zitten staat buiten kijf. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een rapport van het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten (RIKILT-DLO). Van de 11.226 producten die in 1996 op residuen zijn getest, bevat ongeveer de helft bestrijdingsmiddelen. Zo is in 1996 op driekwart van de Nederlandse aardbeien en op tien procent van de Nederlandse sla de stof benomyl aangetoond. Het afbraakproduct ervan, carbendazim, verstoort in knaagdieren de werking van geslachtshormonen en brengt geboorte-defecten teweeg. In 1996 bleek bijvoorbeeld ook meer dan een kwart van de aardbeien en sla hormoonverstorende dithiocarbamaten te bevatten. Dithiocarbamaten kunnen bij muizen een vergrote schildklier en afwijkingen aan het voortplantingssysteem veroorzaken.

RESIDU-TOLERANTIE

Niettemin vonden de onderzoekers op de producten slechts zelden meer bestrijdingsmiddel dan de zogeheten residu-tolerantie, dit is de wettelijk toegestane hoeveelheid van een bepaald gif op een bepaalde groente- of fruit. Van de geteste aardbeien in 1996 zat op maar drie procent meer van een bepaald bestrijdingsmiddel dan wettelijk is toegestaan; voor de Nederlandse sla was dit ook drie procent, voor de buitenlandse sla was het evenwel 21 procent. Voor vijf hormoonverstoorders, te weten benomyl, endosulfan, lindaan, procymidon en vinchlozolin, is overschrijding van de residu-tolerantie op Nederlandse sla, aardbeien en paprika niet gevonden. Voor twee ervan - penconazool en dithiocarbamaten - bleef de overschrijding beperkt tot minder dan een procent van de geteste sla, paprika en aardbeien.

Maar stel dat het gebeurt. Een peuter weet op een dag maar liefst een halve kilo aardbeien naar binnen te werken met daarop vijf keer zoveel van het verdachte carbendazim dan de wettelijk toegestane hoeveelheid van 0,17 milligram per kilo aardbeien. De peuter krijgt dan 0,425 milligram carbendazim binnen. Zelfs die grote hoeveelheid is nog de helft minder dan de eveneens wettelijk vastgelegde Acceptable Daily Intake (ADI). Elke consument mág per kilo lichaamsgewicht, 0,1 milligram carbendazim per dag binnenkrijgen. Een peuter van tien kilo loopt dus volgens de wet nog net geen gevaar, als hij één milligram carbendazim binnen krijgt.

De waarde die aangeeft hoeveel mensen maximaal van een bepaald gif binnen mogen krijgen, is gebaseerd op proeven met muizen, ratten of cavia's. Die proeven, die de bestrijdingsmiddelenfabrikanten moesten uitvoeren, toonden aan dat bij een chronische hoeveelheid van tien milligram carbendazim per kilo muis, het gif geen tumoren of andere afwijkingen meer geeft aan de organen, het immuunsysteem, de nakomelingen en de ongeboren vrucht (daarboven deed het dat wel). Omdat mensen, met name baby's en zwangere vrouwen, weleens gevoeliger kunnen zijn dan muizen, wordt voor de veiligheid dit getal van tien milligram door een factor honderd gedeeld. Ook al zou dus de peuter, doordat ze op een dag behalve een pond aardbeien ook nog eens veel sla, mango, papaya en paprika eet, aan de grens van één milligram komen, dan nog is de concentratie carbendazim in haar lichaam honderd keer lager dan de concentratie die bij muizen zichtbare afwijkingen geeft.

HORMOONVERSTOORDER

De maatschappelijke groeperingen weten echter feilloos de onzekerheden in dit concentratie-beleid aan te wijzen. Dat een hoge concentratie dithiocarbamaat bij knaagdieren de schildklier vergroot, kan het topje zijn van een ijsberg. Misschien tast de hormoonverstoorder in duizend keer lagere concentraties al wel de intelligentie, het gedrag of de vruchtbaarheid aan. Maar dan zo weinig dat het de onderzoekers niet opvalt, dat het zelfs niet aan te tonen ís. Daarnaast krijgen de muizen één bestrijdingsmiddel tegelijk toegediend. Wat voor effect heeft een ophoping van meerdere hormoonverstoorders, wat voor effect heeft de interactie hiertussen? Ook wordt alleen gekeken naar de inname van bestrijdingsmiddelen via voedsel. Maar mensen worden ook blootgesteld aan resten van bestrijdingsmiddelen in hout en tapijten, en in de lucht.

Om geen enkel risico te lopen, willen de maatschappelijk groepen een totaal verbod op hormoonverstoorders. Hieraan hangt echter ook een prijskaartje. Bij een totaal verbod erop, zullen vooral fungiciden verdwijnen. Een ruime keus aan bestrijdingsmethoden tegen schimmels is echter belangrijk omdat het gebruik van steeds dezelfde methode gemakkelijk tot resistentie en misoogsten leidt. Zo'n maatregel zou dan dus eigenlijk gepaard moeten gaan met steun aan alternatieven zoals hygiënische maatregelen en sterkere rassen. Anders worden de aardbeien misschien zo duur dat ouders ze laten liggen. En dat is ook weer niet bevordelijk voor de gezondheid van de peuter.

Rapport: Dagelijkse kost. Dossier Hormoonverstorende bestrijdingsmiddelen op ons voedsel en in ons milieu. Consumentenbond Den Haag.