Een zuurstofmasker wegtrekken uit liefde

ROME, 27 JUNI. Zondagmorgen om zes uur, na een slapeloze nacht, trok Ezio Forzatti zijn nette blauwe jasje aan. In de ene zak stopte hij de trouwring van zijn vrouw, en in de andere een pistool. Na een laatste snelle blik om zich heen ging hij op weg naar het ziekenhuis van Monza.

Forzatti was radeloos. Zijn vrouw Elena, met wie hij al 25 jaar was getrouwd en die nog steeds de lust van zijn leven was, had al enige tijd last van regelmatige bloedingen. Tien dagen eerder had zij haar scholieren uit de eerste klas een hand gegeven en gezegd dat ze voor wat onderzoeken naar het ziekenhuis moest.

De artsen hadden ernstig gekeken toen ze de resultaten zagen. Trombocitopenie. Bij deze aandoening vernietigt het lichaam de bloedplaatjes die nodig zijn om kleine wondjes in de bloedvaten te dichten. Het betekent leven op de vulkaan: iedere dag kan er een fatale hersenbloeding zijn.

Vrijdag was het gebeurd, eerder dan de artsen hadden gedacht. Ze hadden geopereerd, vier uur lang, maar Elena was in een coma geraakt. Een onherroepelijk coma. De volgende dag zeiden de artsen dat het encephalogram plat was. Er was geen hersenactiviteit meer.

Elena was alles voor ingenieur Ezio Forzatti. De professore, zoals de buren hem noemden, heeft geen ouders meer, geen kinderen, geen broers of zussen. Alleen zijn vrouw en zijn baan als leraar aan een technische handelsschool.

Om half zeven stond hij voor de gesloten deur van de intensive care van het ziekenhuis. Hij wilde zijn vrouw zien. Dat kan niet, er wordt nog schoongemaakt, zei de dienstdoende arts. “Ik wil mijn vrouw zien”, schreeuwde Forzatti opnieuw tegen haar, zwaaiend met zijn pistool.

Onder schot gehouden door Forzatti ging ze hem voor. De man joeg met zijn pistool iedereen de kamer uit waar zijn vrouw lag. Toen hij alleen was met haar, schoof hij de trouwring die de artsen voor de operatie hadden verwijderd weer aan de vingers van zijn vrouw. Hij trok het zuurstofmasker weg, zette alle apparatuur uit en omhelsde haar.

De toegesnelde politie-agenten konden hem niet de kamer uit praten. Forzatti wilde een bevriende arts, om er zeker van te zijn dat zijn vrouw dood was. Toen die was gekomen en had vastgesteld dat zijn vrouw was overleden, kalmeerde Forzatti. Hij gaf zijn pistool, dat leeg bleek te zijn, aan de politie, liet zich de handboeien om doen en ging gewillig mee naar de gevangenis.

Euthanasie? Forzatti vindt van wel. “Ik wilde haar niet onnodig laten lijden”, zei hij tegen de agenten die hem hebben ondervraagd. In de commentaren in de kranten en in de bar overheerst de sympathie voor hem. De officier van justitie heeft zijn voorarrest veranderd in huisarrest. Maar hij heeft hem wel aangeklaagd, wegens moord. Euthanasie bestaat niet volgens de Italiaanse wet, in geen enkele vorm.

Jarenlang heeft de wetgever om dit probleem heen gelopen, met kennelijke instemming van het Vaticaan. Hetzelfde geldt voor een groot aantal andere zaken die de ethiek van leven en dood raken. De katholieke kerk vreest dat iedere vorm van regelgeving zal ingaan tegen de absolute verboden die de kerk veelal hanteert.

Dat is overigens niet op alle terreinen zo. Met name op het gebied van de kunstmatige inseminatie zijn in Italië zaken gebeurd door het ontbreken van regels, zoals het zwanger maken van vrouwen van zestig, die door wetgevers in andere landen aan banden zijn gelegd.

Het parlement debatteert nu over een wetsvoorstel voor kunstmatige inseminatie. De Italiaanse bisschoppen zijn een fel publicitair offensief begonnen om hun gezichtspunten hierover zoveel mogelijk in de wet te krijgen. Dit loopt bijna parallel met het offensief tegen de bestaande abortuswet, waarvoor door de paus het startsein is gegeven.

Minister van justitie Rosy Bindi zei, zonder specifiek over euthanasie te spreken, dat wetgeving ten aanzien van terminaal zieken “niet langer meer kan worden uitgesteld. We moeten regelen hoe we doodgaan, niet alleen hoe we leven”.

Gezien de rol die het Vaticaan en de Italiaanse bisschoppen willen blijven spelen in de Italiaanse politiek, zal dit een felle discussie worden. De eerste voorzetten zijn al gegeven. De voorzitter van de Nationale Commissie voor bio-ethiek, de arts Francesco D'Agostino, vindt dat Forzatti het recht in eigen hand heeft genomen. Het antwoord daarop van mensen die met hem sympathiseren, is dat Forzatti zich waarschijnlijk graag aan een wet had gehouden, als die er was geweest. Bij afwezigheid daarvan heeft hij vertrouwd op zijn eigen gevoel voor wat goed en slecht is.

    • Marc Leijendekker