De gehele wereld verbeeld

Abraham Ortelius [1527-1698]. Aartsvader van onze atlas. Universiteitsbibliotheek Amsterdam t/m 21 augustus. De gelijknamige catalogus [uitgeverij Canaletto] kost ƒ 32,50.

DAT OUDE KAARTEN IN VELE antiquariaten, op boekenmarkten en veilingen op grote schaal voorhanden zijn, geeft aan in wat voor enorme aantallen ze ooit gedrukt zijn. Hun gewildheid als verzamelobject en incidenteler als geschenk in fraaie notenhouten lijstjes bewijst dat men nog steeds vatbaar is voor hun esthetiek. Oude Nederlandse kaarten associeert men doorgaans met namen als Blaeu, Janssonius en Hondius, maar deze uiterst succesvolle commerciële uitgevers uit de zeventiende eeuw bouwden voort op een traditie die al veel eerder begonnen was in Antwerpen. Deze stad was toen het cartografisch centrum van Europa en Abraham Ortelius kan men met recht de aartsvader van de moderne cartografie noemen, omdat hij als eerste een wereldatlas samenstelde, het Theatrum Orbis Terrarum. Morgen is het 400 jaar geleden dat Ortelius overleed. Ter gelegenheid hiervan stelde de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam een tentoonstelling over zijn werk samen.

KOOPMANSFAMILIE

Ortelius kwam uit een gegoede protestantse koopmansfamilie. Hij was autodidact, maar ontwikkelde zich tot een universeel geleerde, beheerste verschillende talen, reisde veel in Europa en sloot vriendschap met talloze geleerden. Hij ontwikkelde zich ook tot een gewiekst koopman in boeken, kaarten en antiquiteiten. Zowel geografie, maar misschien meer nog geschiedenis hebben hem zijn leven lang geboeid.

Toen Ortelius geboren werd bestond er al een soort wereldatlas, maar die ging terug op de geografische gegevens die de Griekse geleerde Ptolemaeus in de tweede eeuw na Christus in Alexandrië had vergaard. De tekst en de 27 kaarten waren al in 1477 gedrukt onder de title Geographia, maar het was een grof en onnauwkeurig geheel, waar Amerika uiteraard nog helemaal niet op voorkwam. De enorme hoeveelheid informatie over Azië, Afrika en Amerika die de hele zestiende eeuw het wereldbeeld verrijkte maakte voortdurende aanpassingen van het kaartbeeld noodzakelijk.

Ortelius werkte jaren aan het ambitieuze plan om dit Ptolemeïsche wereldbeeld te vervangen. Het werd een moderne, samenhangende reeks kaarten van alle delen van de wereld, gebaseerd op de beste en meest actuele kaarten die voorhanden waren. In 1570 verscheen in Antwerpen dit magnum opus onder de titel Theatrum Orbis Terrarum. Deze atlas (hoewel dat woord nog niet in gebruik was) was een schot in de roos. Voor het eerst konden Europeanen het gevoel hebben dat ze de wereld in hun boekenkast hadden. De wereld werd aan iedere belangstellende 'opgevoerd', daar wijst de titel op en de titelprent benadrukt dat nog eens: men ziet een erepoort in renaissance-stijl met er bovenop de personificatie van het 'superieure' Europa; links staat Azië en rechts Afrika. Het nog maar gedeeltelijk bekende Amerika zit op de voorgrond en daarnaast wordt het 'onbekende Zuidland' gerepresenteerd door een borstbeeld. Door deze poort treedt de lezer en kijker het toneel van de wereld binnen.

MONSTERPROJECT

De eerste editie van dit monsterproject bevatte 53 kaartbladen. Bij elke kaart hoorde een Latijnse tekst. Het succes was groot. Er verschenen vertalingen in het Duits, Frans, Spaans, Engels, Italiaans en het Nederlands, die laatste editie onder de titel Theatre, oft toonneel des aerdt-bodems. In totaal zijn er 34 edities verschenen en bovendien supplementen die de bezitter van een ouder exemplaar van de nieuwste aanvullingen voorzag. De geografische kennis nam zo toe dat het aantal kaartbladen in 1598 al gegroeid was tot 119. Recente schattingen komen op een totaal van 7.500 Ortelius-atlassen die ooit gedrukt zijn en zo'n 900.000 kaarten. Waarschijnlijk heeft iets minder dan de helft daarvan de tand des tijds doorstaan.

POCKET-ATLASJE

Het uitgeven van een atlas was een kostbare onderneming. Cartografen moesten oud materiaal onderling vergelijken en nieuwe informatie verwerken. Kaarten moesten getekend worden en gegraveerd, teksten moesten geschreven worden. Dit soort boeken op folioformaat waren dan ook kostbaar, typisch boeken voor de bibliotheken van geleerden en voor gefortuneerde burgers en niet zozeer voor praktisch gebruik. Het was dan ook een lumineus idee van de uitgever Philip Galle het materiaal van deze atlas te gebruiken voor een atlas op zakformaat. Ook dit werd een succes. Pocket-atlasjes voor de reiziger verschenen in het Frans, Nederlands, Latijn en Italiaans.

Abraham Ortelius publiceerde behalve het Theatrum, nog een groot werk, een atlas van de klassieke wereld, waarin hij zijn grote liefde voor de oudheid legde, het Parergon (1579). Hiervoor baseerde hij zich niet op bestaande kaarten, maar op teksten van de klassieke historieschrijvers.

Het succes van het Theatrum bracht ook andere uitgevers op gedachten. De Antwerpenaar Gerard de Jode, bracht een Speculum orbis terrarum op de markt, maar het succes was toch minder groot. Anders lag het met het project van Gerard Mercator. Deze cartograaf uit Duisburg, vriend van Ortelius, publiceerde in 1585 het eerste deel van wat zou gaan heten Atlas sive cosmographiae meditationes de fabrica mundi .... Dit was de eerste keer dat zo'n verzameling kaarten 'atlas' werd genoemd. Mercators werk was in twee opzichten moderner dan die van Ortelius. Waar Ortelius nog het kaartbeeld van zijn bronnen respecteerde, werkte Mercator veel meer aan de uniformering van de kaarten in stijl, schaal en belettering. Bovendien paste Mercator de naar hem genoemde projectie toe. Bij Ortelius kwamen de meridianen aan de polen in een centraal punt bijeen, wat formeel wel correct is, maar wat voor de kaartlezer onhandig is omdat in het noorden en het zuiden de geografische eenheden steeds dichter op elkaar gepropt raken. Mercator bedacht een andere projectie, waarbij de meridianen evenwijdig blijven lopen en de breedtegraden naar de polen toe werden verlengd. Dit systeem, dat voor het gebruik veel gemakkelijker is, namen vrijwel alle kaartenmakers over.

De atlassen van Ortelius en iets later van Mercator bleven, keer op keer gemoderniseerd, zo'n halve eeuw populair. Maar in de jaren twintig van de zeventiende eeuw was er een nieuwe generatie kartografen en uitgevers actief geworden en had het centrum van het cartografisch bedrijf zich verplaatst naar Amsterdam. Hier bouwden de beroemde uitgevers als Blaeu en Hondius verder op wat ooit begonnen was in Antwerpen en Duisburg.

Op de tentoonstelling in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek liggen de atlassen van Ortelius in vele versies en hangen er losse kaarten tegen de wanden. Al het materiaal is eigendom van de bibliotheek of van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, waarvan de collectie berust in deze bibliotheek. Opvallend is de diversiteit in het kaartbeeld van Ortelius' werk, in schaal, detaillering en in de figuratieve voorstelling. Zo hangen er tamelijk saaie kaarten, maar ook een buitengewoon levendige kaart van IJsland, die teruggaat op de kaart van een IJslandse predikant. Men ziet er allerlei zeedieren op, spuitende walvissen, springende zeepaarden en vervaarlijke krokodilachtigen, die ontleend waren aan weer een andere kaart.

Een van de meest gewaagde projecten van Ortelius is de uitgave van de zogeheten Peutingerkaart geweest. Dit is een dertiende eeuwse kopie van een laat-Romeinse wegenkaart. Het hele Europese wegennet is hier op weergegeven in een geabstraheerde stijl. Ortelius gaf deze kaart verkleind uit. Op de tentoonstelling hangt daar weer een vergrote kopie van.

NETWERK

De begeleidende catalogus is sterk bibliografisch gericht, dat wil zeggen dat de aandacht vooral uitgaat naar de editiegeschiedenis. Op een symposium in de Universiteitsbibliotheek kwam ook de veelzijdige persoonlijkheid van Ortelius aan bod. Een erudiete hoog gerespecteerde man met een universele belangstelling, die een grote bibliotheek en een collectie kaarten, munten, oudheidkundige voorwerpen en zaken uit de natuur bezat. Uit de bijna 200 brieven die van hem bewaard gebleven zijn en uit zijn album amicorum blijkt het uitgebreide commerciële en intellectuele netwerk van cartografen, filologen, oudheidkundigen en schilders waarvan hij deel uitmaakte. Het wachten is op een biografie van deze erudiet, waarbij behalve zijn cartografische activiteiten ook het culturele milieu waarin hij verkeerde wordt belicht.

    • Roelof van Gelder