Controle op aangiften

Deze week heeft de fiscus in dagblad-advertenties belastingbetalend Nederland het verschil tussen een voorlopige en een definitieve aanslag uit de doeken gedaan. Dat is nuttig want in de laatste weken van juni stuurt de Belastingdienst een ongewoon groot aantal aanslagen de deur uit. Daarmee komt de dienst tegemoet aan de toezegging dat iedereen die voor 1 april zijn aangiftebiljet heeft ingestuurd, voor 1 juli een aanslag ontvangt.

De Belastingdienst maakt van de gelegenheid gebruik om de belastingbetalers er van te doordringen dat de dienst ernst maakt van het napluizen van belastingaangiften.

“De Belastingdienst controleert of de gegevens in uw aangifte overeenkomen met de gegevens van de Belastingdienst”, zo stelt de advertentie. Stoere taal die meer suggereert dan er in werkelijkheid gebeurt. Hoewel de meeste mensen denken dat hun aangiftebiljet onder ogen komt van een nijvere ambtenaar die de aanvaardbaarheid van ziektekosten afweegt, komt in werkelijkheid het merendeel van de aangiftebiljetten niet onder ogen van iemand anders dan de typiste.

De centrale computer in Apeldoorn beoordeelt of basis van enkele bij de fiscus bekende gegevens of er fouten in de aangifte zitten, vervolgens of de opgegeven cijfers erg van het gemiddelde afwijken en ten slotte wat het risicoprofiel van de betrokkene is. De bedoeling is dat zeventig procent van de aangiften op die manier zonder verdere menselijke bemoeienis wordt afgewerkt. Omdat het automatische selectiesysteem vorig jaar niet naar behoren werkte, bleef de automatische afhandeling in 1997 steken op 57 procent. Het restant kwam door de grote drukte op de belastingkantoren overigens slechts voor een deel echt onder ogen van een deskundige belastingambtenaar.

Overigens kan de Belastingdienst als een aangifte op deze manier is afgedaan nog vijf jaar optreden tegen fouten die later alsnog aan het licht komen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij gelegenheid van de bijzondere aandacht die ieder jaar aan één specifiek thema wordt besteed. Dit jaar is het rode potlood gehanteerd bij de woonbelasting van het eigen huis, het zogenoemde huurwaardeforfait. Dat bij het belastingbiljet 1997 de aandacht zich richt op het huurwaardeforfait is niet vreemd. 1996 was namelijk het laatste jaar waarin de belastingbetaler zelf de waarde van het huis kon bepalen om op basis daarvan het huurwaardeforfait te berekenen.

Voor 1997 geldt de WOZ-waarde: een voor alle belastingen geldende berekening op basis van de wet Waardering Onroerende Zaken. Daarmee verdween een veel toegepaste truc om minder belasting te betalen, namelijk het te laag opgeven van de waarde van het eigen huis. Overigens kwamen veel mensen tot een te lage waarde omdat veel gemeenten voor de berekening van de gemeentelijke onroerende zaakbelasting ook van een te lage waarde uitgingen. Dat kwam de gemeenten beter uit. Ook in de WOZ hebben de gemeenten een taak bij de waarderingen, maar er is voor gezorgd dat het nu wel om de juiste waarde gaat.

Voetbalplezier

Aangestoken door de prestaties van het Nederlands elftal, zouden ondernemers hun oog kunnen laten vallen op een business-seat in een voetbalstadion of zelfs de huur van een skybox kunnen overwegen. Als iets de fiscus alert maakt, is het wel een pleziertje waarvan de kosten in de vorm van een aftrekpost worden gepresenteerd aan de gemeenschap. Daarom gelden er allerhande aftrekbeperkingen voor zakendiners en andere pleziertjes.

De regelingen zijn inmiddels zo ingewikkeld dat het niet eens zo makkelijk is uit te maken hoe business-seats fiscaal behandeld moet worden. De betrokken ondernemer zal ze als volledig aftrekbare reclame- of sponsorkosten betitelen; de inspecteur ziet het eerder als representatiekosten of relatiegeschenken.

Dat kon tot vorig jaar betekenen dat de kosten slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet aftrekbaar zijn. Sinds 1997 is de wetgever milder: van de kosten voor een business-seat zijn nu hoe dan ook 90 procent aftrekbaar.

    • Cees Banning
    • Aertjan Grotenhuis