'Blieb' blaft Snuf; ELEKTRONISCHE HASJHOND DETECTEERT MINIEME HOEVEELHEDEN DRUGS

De War on Drugs heeft een nieuwe generatie drugsdetectoren voortgebracht. Maar ook aan deze zeer geavanceerde, elektronische hasjhonden valt te ontkomen.

DE DRAAGBARE DRUGS detector van fabrikant Allen uit Engeland weegt amper vijf kilo, maar kan cocaïne, heroïne, crack, cannabis, amfetamines en metamfetamines detecteren in minder dan tien seconden. Het apparaat ziet eruit als een forse kruimeldief, loopt op batterijen en heeft een false alarm rate van minder dan 1 procent. Als een van de drugs op koffer of verdachte wordt aangetroffen, klinkt een luid alarm terwijl op het LED-display de naam oplicht van de drug in kwestie. “De elektronische drugs-detectie vormt inmiddels mondiaal een enorme markt waarin honderden miljoenen gulden omgaan”, zegt Jaap de Ruiter, onderzoeker bij het TNO Prins Maurits Laboratorium in Rijswijk. Hij werkt in de groep 'analyse van toxische en explosieve stoffen'. Zijn primaire werkterrein is de detectie en identificatie van explosieven en chemische wapens, maar hij houdt zich ook veel bezig met drugs-detectie waarvan de techniek en methodiek vrijwel hetzelfde is. De genoemde apparaten adverteren niet voor niets met hun dubbele inzetbaarheid op drugs en explosieven. De Ruiter: “Door de war on drugs heeft deze markt een flinke boost gekregen. Er zijn zo'n tien producenten die deze markt bedienen, de meeste in de VS. Vanaf 1996 is er een nieuwe generatie apparaten op de markt met een verbluffende techniek.”

De Ruiter toont folders waarin apparaten worden beschreven met namen als Itemiser ('easily programs up to 40 substances of narcotics and explosives') en Ionscan 400 ('security screening for airports, prisons, embassies, nuclear power plants and other high-security locations'). “Dit soort apparaten wordt ook in Nederland gebruikt, maar hoeveel en waar is strikt geheim”, aldus de Ruiter. “Nederland geeft namelijk geen volledige openheid over de bestrijding van drugs en terrorisme. Wel kan ik zeggen, dat de inzet van dergelijke apparatuur enorm in opkomst is. Dat heeft te maken met allerlei internationale afspraken en verdragen om de beveiliging op luchthavens op een steeds hoger peil te brengen.”

De Ruiter legt uit dat de elektronische drugsdetectie rust op twee basis-technieken: de sporen-detectie die mogelijk is doordat op koffers en personen bijna altijd minieme hoeveelheden ('nano- en picogrammen') van de stof in kwestie achterblijven en de 'bulkdetectie' waarbij elektromagnetische straling door bagage of containers wordt gestuurd. In beide technieken is de laatste jaren grote vooruitgang geboekt. Het basisprincipe van de bulkdetectie is al decennia oud en berust op de meting van verschillen tussen de uitgezonden en opgevangen straling. Meestal is dat röntgenstraling die als extra voordeel heeft dat het ook visueel beeld oplevert. Omdat elke stof op een specifieke manier interactie aangaat met de straling, wijst een specifieke mutatie van bijvoorbeeld de sterkte van de straling op de aanwezigheid van een specifieke stof. Drugs hebben zo ook elk 'hun eigen' interactie. De Ruiter: “Het probleem is dat drugs en explosieven bijna altijd organische stoffen zijn die veel minder röntgenstraling absorberen dan bijvoorbeeld metalen. Daardoor zijn ze ook op het transmissiebeeld nauwelijks te zien. Dit kan worden opgelost door de backscatter (terugkaatsings)-techniek. Hierbij lees je de straling niet alleen uit nadat die in een rechte lijn van a naar b is gegaan, maar vang je ook de straling op die door het object in tal van hoeken is teruggekaatst. Deze teruggekaatste straling geeft veel meer informatie en levert op de monitor een beeld op, waarin de organische stoffen juist extra goed zichtbaar zijn.”

Een andere methode die de laatste jaren opgang maakt is die van de dual-energy. Hierbij gebruik je twee verschillende stralingsenergiën (vaak 80 en 120 kilo-elektronvolt) die twee verschillende transmissiebeelden opleveren. In dit verschil zit 'm de informatie over de organische stoffen. “En een derde methode in opkomst is het gebruik van neutronenstraling van 14 mega-elektronvolt”, zegt de Ruiter. Deze straling heeft zo'n hoge energie en zo'n kleine golflengte dat de doorstraalde stof op atomair niveau bekeken kan worden.

Dual-energy is thans zo'n beetje standaard op moderne luchthavens (specifieke informatie is geheim), backscatter en neutronenstraling zijn in ontwikkeling. De Ruiter: “De apparaten voor neutronen-straling zijn groot, zwaar en duur, maar zullen binnen afzienbare tijd meer worden ingezet.” Een geavanceerde bulkdetector op een luchthaven kost al gauw twee miljoen gulden, de mega-bulkdetectoren die worden ingezet op containers in havens een veelvoud van dit bedrag.

DAMP-DETECTIE

De technische ontwikkelingen in de sporendetectie zijn eveneens spectaculair.

Sporendetectie stoelt op contaminatie van personen en oppervlakten, maar ook op analyse van verdampte moleculen. De hasjhond maakt gebruik van deze zogeheten 'damp-detectie'. De elektronische sporen-detectoren - zeg maar de 'elektronische hasjhond' - zijn de laatste jaren spectaculair verbeterd. De werking van apparaten als de Itemiser en de Ionscan 400, is gebaseerd op de IMS-techniek (Ion Mobility Spectrometry) die zo'n 25 jaar geleden werd ontwikkeld in Engeland als hulpmiddel in de strijd tegen de IRA. Het IMS-proces begint met het nemen van een monster. Dat gebeurt met een klein stofzuigertje dat over kleding of koffer wordt bewogen ofwel deeltjes opzuigt uit de lucht. De opgezogen moleculen komen terecht op een uitneembare kaart (filter) die vervolgens wordt ingevoerd in het IMS-apparaat. De volgende stap is om deze moleculen weer in lucht te laten circuleren, maar wel in geconcentreerde staat. De Ruiter: “De apparaten zijn nog niet zo gevoelig als honden die de moleculen zo uit de lucht kunnen opsnuiven en interpreteren.” In deze preconcentratie-fase worden de moleculen op het filter verhit. Hierdoor verdampen ze binnen het apparaat dat ze ook weer opvangt op een klein oppervlak. Vanaf dit oppervlak worden de moleculen vervolgens met een korte en felle luchtstoot weggeblazen en opgevangen in een klein volume lucht.

In sommige apparaten zijn op deze manier concentraties van een factor 1.000 mogelijk. Hierna treedt de IMS-fase in waarbij de daadwerkelijke analyse plaatsvindt. De moleculen worden geïoniseerd en in een elektrisch veld gebracht. De ionen zullen dit elektrisch veld overbruggen richting detector (die een tegengestelde elektrische lading heeft), maar de snelheid waarmee ze dat doen hangt af van hun gewicht. Met andere woorden: elk type ion, afkomstig van een van de opgevangen stoffen, zal de afstand overbruggen in een specifieke tijdsspanne. De detector in het apparaat registreert exact welke ionen op welk moment binnenkomen en geeft dit schematisch weer in een grafiek. Als de grafiek een piek aangeeft op bijvoorbeeld 0,1972 seconden is dit een bewijs voor de aanwezigheid van de stof waarvan de ionen deze exacte tijd nodig hebben voor de overbrugging van het elektrisch veld. Elke drug heeft zo zijn eigen specifieke ionen-snelheid. Omdat het apparaat weet welke snelheden bij welke drugs horen, koppelt het specifieke tijdseenheden aan specifieke stoffen en kan het vrij scherp bepalen welke drugs worden aangetroffen. Dit hele proces duurt enkele seconden. De Ionscan 400, volgens de Ruiter een van de beste apparaten, kan daarom adverteren met zijn real-time detection capability.

HAPJES

Hoewel de detectieapparaten volgens de Ruiter technisch verbluffend goed zijn, hebben ze een belangrijk nadeel: intelligente monstername is er nog niet bij. Ze nemen als het ware hapjes van het oppervlak of uit de lucht, maar waar ze happen is willekeurig. Honden daarentegen trekken als vanzelf naar de plaats, waar de contaminatie aanwezig is. De Ruiter: “Je laat de hond zoeken naar een bron waarop je vervolgens het apparaat loslaat om te bepalen om welke stof het gaat. Dat is de beste methode om te werken.”De rol van de hasjhond bij de drugsdetectie is nog altijd onomstreden. Ons land beschikt thans over 60 hasjhonden die worden opgeleid op het trainingscentrum van het Korps Landelijke Politiediensten in Nunspeet. “Maar honden hebben ook veel nadelen“, zegt J. Zoodsma, commandant van de afdeling speurhonden in Nunspeet. “Ze gaan bijvoorbeeld dood, kunnen humeurig zijn, ze plassen en poepen en hebben steeds een begeleider nodig. Hoewel honden relatief snel en gemakkelijk te trainen zijn, zie ik de ontwikkeling van elektrische detectoren als een onomkeerbaar proces, zeker als de war on drugs doorgaat of feller wordt.”

Zoodsma zou graag zien dat 90 procent van het detectiewerk werd gedaan door machines. De honden zouden dan zeer specifiek kunnen worden ingezet bij situaties die grote mobiliteit vragen zoals massa-bijeenkomsten of onderzoek in woningen. Zoodsma: “Wat mij betreft is het zeker, dat we toegaan naar een situatie waarin honden zij aan zij opereren met geavanceerde apparatuur. Een combinatie van technieken geeft bovendien altijd het beste resultaat.”

Het net lijkt zich zo snel te sluiten rondom drugssmokkelaars. Honden, hyper-gevoelige sporen-detectoren en neutronenkanonnen of backscatter-machines laten het de koeriers dun door de broek lopen. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden om te ontsnappen aan al dit opsporingsgeweld. De eerste is de inzet van smokkelaars die uit de aard van hun functie niet snel in contact zullen komen met honden en opsporingsapparaten. Te denken valt aan stewardessen, piloten en diplomaten. Een stewardess die al jaren meeloopt op Schiphol: “Of mijn collega's smokkelen? Laat ik dit zeggen: het feit dat er onlangs een tegen de lamp is gelopen, zou genoeg moeten zeggen.” Een tweede methode is het aanleggen van 'geur-rookgordijnen' waarmee je de machines op een dwaalspoor zet. Als je jezelf in een knoflook-pantser hult met daaromeen een korset van salami, zullen de drugsmoleculen aanzienlijk moeilijker detecteerbaar zijn. Zo dreigt de war on drugs te verworden tot een war of smells.

    • Micha Kat