Zanger 'Berberse lente' in Algerije vermoord

In Algerije is gisteren de zeer populaire Berber-zanger Lounes Matoub vermoord. Vanochtend hebben woedende betogers in zijn geboortestreek Kabylië openbare gebouwen aangevallen.

AMSTERDAM, 26 JUNI. Lounes Matoub, een van de beroemdste zangers van Algerije, is gistermiddag vermoord, vrijwel zeker door een groepje radicale moslim-strijders van de GIA (Gewapende Islamitische Groep). De 42-jarige Matoub werd vlakbij zijn geboortedorp in Kabylië bij een valse wegversperring aangehouden en doodgeschoten.

Lounes Matoub was hèt artistieke symbool van alle verzet tegen de arabisering en islamisering van Algerije. Zo zong hij onder andere in het Tamazigh, een van de talen van de Berbers: “Het Arabisch is een interessante taal, die niet bijdraagt tot kennis en wetenschap”. En een paar jaar geleden zei hij in een interview: “Ik ben geen Arabier en geen moslim” - wat in de hele Arabo-islamitische cultuur als verraad aan de groepsidentiteit wordt gezien, en dus als een halsmisdaad.

Zijn uitspraken waren voor de GIA vier jaar geleden meer dan genoeg reden om deze 'Vijand Gods' te ontvoeren. Maar nadat de in Kabylië zeer invloedrijke MCB (de Culturele Beweging van de Berbers, die de erkenning van het Tamazigh als officiële taal eist) met “een totale oorlog” had gedreigd tegen de radicale moslims in Kabylië, dat wil zeggen met uitroeiing van al hun families, werd Matoub tot ieders verbijstering na twee weken vrijgelaten. Hij was, vertelde hij, weliswaar door de groep ter dood veroordeeld. Maar ze hadden zich bedacht en hem op de Koran laten zweren dat hij nooit meer zou zingen. De GIA verbiedt niet-religieuze, en dus frivole muziek, die de gelovigen alleen maar van het rechte pad kan afbrengen. In streken waar de GIA opereert, durft men zelfs huwelijken niet langer met zang en dans te vieren.

Drie maanden na zijn ontvoering trad Matoub echter alweer op met een concert in Parijs. Hij schreef De Rebel. een boek over zijn ontvoering. En hoewel hij wist dat de moslim-extremisten op de loer lagen om hem te pakken, en hij ook toegaf dat hij altijd bang was, ging hij regelmatig terug naar Kabylië, waar hij als “een levende martelaar” werd gevierd.

Niet ten onrechte. Op 20 april 1980 was hij één van de organisatoren van 'de Berberse Lente' - het eerste grootscheepse Berber-protest op de universiteit van Tizi Ouzou tegen de door de overheid geforceerde Arabisering. Hij nam actief deel aan de bloedige onlusten van 1988, die het einde inluidden van de machtspositie van de eenheidspartij FLN, en werd toen door een politieman vijfmaal in de buik geschoten. Hij overleefde, maar raakte verslaafd aan pijnstillers èn aan het politieke protest. Hij sloot zich aan bij de Berberse politieke partij RCD van Saïd Sadi, en viel het Algerijnse schoolsysteem aan dat fanatieke half-analfabeten de samenleving instuurt en “monsters vormt die de sterren uitdoven”.

Pagina 4: Moord op Berber-zanger is teken aan de wand

In feite heeft Lounes Matoub langer geleefd dan velen hadden verwacht. Andere beroemde zangers, die zich minder provocerend opstelden, werden vanaf 1994 doodgeschoten of gekeeld. De laatste was de in september 1996 vermoorde rai-zanger 'Cheb Aziz'. Maar daarna was het afgelopen met de doelgerichte liquidaties van bekende kunstenaars, intellectuelen en journalisten. Gods Strijders gingen over tot een nieuwe tactiek: die van de willekeurige massa-slachtpartijen.

De moord op Lounes Matoub is dan ook een teken aan de wand. De spanningen liepen de laatste weken toch al op als gevolg van nieuwe slachtpartijen op burgers, bomaanslagen op markten, treinen en zelfs begraafplaatsen en succesvolle hinderlagen tegen de strijdkrachten. Die spanningen zullen zullen ongetwijfeld nog verder toenemen door een reeks van factoren. In de eerste plaats door groeiende machtsconflicten - zowel binnen de overheid als binnen de gewapende moslimgroepen.

Binnen de overheid groeit de onzekerheid omdat het een algemeen bekend 'staatsgeheim' is dat president Zeroual aan een ernstige hart- en vaatziekte lijdt, waardoor hij volgens sommigen zelfs zijn ambtstermijn niet zal kunnen afmaken. Achter de schermen maakt een aantal generaals en ex-generaals zich al op voor de strijd om de opvolging.

Binnen de gewapende moslim-groepen is een oorlog aan de gang. Een deel van de strijders van het AIS (het Islamitisch Reddingsleger), de gewapende arm van de verboden radicaal-islamitische partij FIS, is het niet eens met het staakt-het-vuren dat vorig jaar oktober met de legerleiding werd gesloten. Zij verwerpen die “capitulatie” en gaan door met de strijd, ook tegen hun vroegere kameraden. De AIS-manschappen die wèl met het staakt-het-vuren akkoord gaan, vechten zo nu en dan samen met de overheid tegen de GIA-strijders, omdat dezen “met hun moordpartijen op onschuldige burgers de islam bezoedelen”.

Maar ook binnen de GIA is er een splitsing tussen 'emirs' die met de massamoorden willen doorgaan en hen die ermee willen stoppen, omdat ze daarmee te veel vijanden hebben gemaakt.

Alsof die problemen nog niet genoeg zijn, hebben de machthebbers en het door hen overheerste parlement besloten om de Arabisering, die wettelijk al in 1991 was vastgelegd, maar vervolgens werd bevroren, nu eindelijk door te voeren, teneinde alle Arabische nationalisten en FIS-gezinden tevreden te stellen. Vanaf 5 juli, de verjaardag van de onafhankelijkheid, “dienen alle verklaringen, interventies, conferenties en televisie-uitzendingen in het Arabisch te worden gehouden. Zij moeten in het Arabisch worden vertaald, als zij in vreemde talen zijn opgesteld”. Voorts zullen “zij die in een officiële functie een document opstellen of tekenen dat in een andere taal dan het Arabisch is opgesteld, gestraft worden”. De boete bedraagt 5.000 dinar (167 gulden).

Om deze beslissing smakelijker te maken kwam er de afgelopen weken een campagne op gang, geleid door ex-minister van Informatie Benamar Zerhouni, thans een naaste medewerker van premier Ahmed Ouyahya. Hij haalde fel uit naar de Franstalige pers in Algerije. “Deze heeft niets gemeen met het Algerijnse volk, zijn cultuur en zijn tradities, behalve het feit dat zij in Algiers is gehuisvest. Zij is niet Franstalig, maar Frans naar inhoud en vorm (...). Deze pers manipuleert en is de oorzaak van alle onheil die dit land treft.”

De Arabischtalige schrijver Tahar Wettar schreef in de (Franstalige) krant Le Matin dat “alleen directeuren van ondernemingen zich van de taal van de koloniale mogendheid bedienen”. En hij voegde eraan toe: “Frans is de taal die gebruikt wordt om zich tot honden te richten.”

Met deze aanvallen, die zelfs door een deel van de Arabischtalige media onacceptabel werden geacht, herleeft in feite het oude debat over de onbetrouwbaarheid van de Franstaligen - ook wel de 'hezb franca' genoemd, de Franse partij, die uitsluitend zou opkomen voor de belangen van de vroegere overheersers. Weliswaar werd Zerhouni discreet van zijn functie als baas van de Arabisering ontslagen, maar het kwaad was al gedaan.

De parlementariërs van de 'gematigd-islamitische' partij Ennadha beschuldigden de Franstalige media van “het voeren van een campagne tegen de Arabische taal en de islam”. En Mohammed Cherif Abbas, hoofd van de zeer invloedrijke Federatie van Mujahedeen (de strijders in de onafhankelijheidsoorlog) en tevens een van de leiders van de RND, de machtigste politieke partij, viel al diegenen aan “die deze natie willen verfransen en in het kamp van de Franstaligheid gooien”.

Maar intussen weet iedereen dat bijna alle machthebbers van Algerije hun geestesproducten in het Arabisch moeten laten vertalen, omdat zijzelf in het Frans denken en schrijven. En hun kinderen sturen zij naar Frankrijk om daar een goede opleiding te volgen. Ze kunnen dat omdat ze voldoende geld en de juiste relaties hebben om een visum te krijgen voor Frankrijk, dat gewone Algerijnen wordt geweigerd.

Sommigen zijn er dan ook van overtuigd dat de moord op Lounes Matoub, die zo'n fervente tegenstander was van de Arabisering, op afstand georganiseerd werd door geheime krachten binnen de overheid. Door hem het eeuwige zwijgen op te leggen, zou men aan zijn politieke kameraden het signaal hebben willen geven dat het beter is om datgene wat besloten is in gelatenheid te ondergaan, en het slechte voorbeeld van de zanger niet te volgen.

Nu Algerije, zoals alle olieproducerende landen, door de vrije val van de olieprijzen met zeer ernstige financiële problemen wordt geconfronteerd, en de mogelijkheden tot afkoop van sociale ontevredenheid aanzienlijk verkleind zijn, ligt er nòg meer geweld op de loer en zou Lounes Matoub wel eens de eerste kunnen zijn in een nieuwe reeks van uitgezochte slachtoffers.