'Wij hebben geen cultuur van bijltjesdagen'; Fractieleider Thom de Graaf over de zelfanalyse van D66

D66 wil meer smoel tonen. Thom de Graaf is dat op twee fronten aan het bewerkstelligen. Een gesprek met de onderhandelaar en fractieleider van D66.

DEN HAAG, 26 JUNI. Hij wil geen vadermoordenaar zijn. Hans van Mierlo, de oude leider, is beslist niet afgeschreven. En Elst Borst, de verliezende lijsttrekker, heeft voluit zijn steun. Beiden ziet hij als mogelijke ministers in een tweede paarse coalitie. “Ik heb niet van ze gehoord dat ze niet beschikbaar zijn.”

Thom de Graaf, fractievoorzitter van D66 en onderhandelaar voor zijn partij, weet dat het tweede paarse kabinet er komt. Niet voor eventjes, maar voor de volle vier jaar. “Als je daar niet in gelooft, moet je er niet aan beginnen.” D66 zal in de nieuwe kabinetsperiode brutaler worden en op twee fronten zijn gezicht tonen: in het kabinet en vanuit de fractie.

En de partij moet zich vernieuwen: professioneler en kritischer worden, zonder zichzelf te verliezen. “Deze partij heeft altijd uitgeblonken in goede onderlinge verhoudingen. Dat moeten we niet loslaten.”

D66 heeft geen durf, geen visie en geen organisatie, zegt het wetenschappelijk bureau. De campagne en de opvolging van Van Mierlo verliepen slecht, oordelen partijleden. Is D66 de kluts kwijt?

“Het beeld van rumoer en onrust is onjuist. Ik vind dat de partij na alles wat het afgelopen jaar is gebeurd een bewonderenswaardige rust en wijsheid bewaart. Dat er kritiek is, begrijp ik en die is ook legitiem, maar ik vind dat het heel beheerst gaat. Er is bij ons geen sprake van bijltjesdagen, daar is de cultuur van de partij niet naar. Maar er is wel sprake van een verstandige zelfanalyse: waar staan we en hoe kunnen we de volgende vernieuwingsslag maken?”

De combinatie van minister en leider krijgt kritiek. Is de keuze van Borst een verkeerde geweest?

“Ik sta nog steeds achter de keuze van Els Borst. Ik heb daar destijds van harte aan meegewerkt en ik vind dat het bij de verkiezingen ook goed is uitgepakt. Ik vind het ook niet juist om per definitie te zeggen dat de politiek leider niet in het kabinet zou mogen zitten.

“D66 moet in de volgende kabinetsperiode zowel in het kabinet als in de fractie herkenbaar zijn. Mensen kiezen je niet alleen maar omdat je in de Tweede Kamer zo leuk staat te praten. Die kiezen je ook vanwege het beleid dat je in een kabinet voert.”

Uw opvatting heeft al één slachtoffer geëist. Wijers heeft bedankt voor een rol als partijminister.

“Hans Wijers heeft om zakelijke en inhoudelijke redenen afgezien van een kandidatuur voor een volgend ministerschap. Ik zou hem geen slachtoffer noemen van een nieuwe koers: het is zijn eigen keuze geweest. Begrijp me goed, ik had hem liever behouden. Hij zou een uitstekende minister zijn geweest in de volgende periode.”

U heeft geen druk op hem uitgeoefend om te blijven?

“Nee, ik zou het heel raar vinden om bovenop iemand te gaan zitten die zelf niet wil.”

In de partij worden bezwaren gemaakt tegen een nieuw ministerschap van Van Mierlo. Heeft D66 Van Mierlo afgeschreven?

“Uitlatingen van een enkeling dat Hans van Mierlo zou hebben afgedaan, betreur ik zeer. Ik vind het uiterst navrant dat D66'ers in die termen spreken over iemand die zo'n grote rol heeft gehad in de ontwikkeling van de partij. Voor mij is hij helemaal niet afschreven. Hans van Mierlo is Kamerlid en minister in het kabinet.”

Is een zittende minister voor u ook een kandidaat-minister?

“Ja, tenzij iemand heeft aangegeven geen kandidaat te willen zijn.”

Partijleden zeggen: Van Mierlo is te oud en loopt al te lang mee. Met oude gezichten kan D66 niet vernieuwen.

“Dat vind ik een rare redenering. De partij vernieuwt zichzelf in het permanent doordenken van idealen en ideeën. Dat heeft weinig te maken met hoe oud mensen zijn en hoe lang ze actief zijn. Ik ben zelf ook al twintig jaar actief in D66. Moet ik dan nu ook weg?

“Hans van Mierlo loopt al heel lang mee, maar ik bestrijd de gedachte dat iemand op een gegeven moment te oud is voor het politieke bedrijf. Dat verhoudt zich op geen enkele manier met het open karakter en de idealen van D66.”

U heeft Van Mierlo en Borst gevraagd of ze weer minister willen worden?

“Ik heb van beiden niet gehoord dat ze niet beschikbaar zijn.”

Bent uzelf beschikbaar voor een ministerschap?

“Vorig jaar, een half jaar geleden en ook vlak voor de verkiezingen heb ik gezegd dat ik geen minister wil worden.”

Een ministerschap, bijvoorbeeld Binnenlandse Zaken, lokt niet?

“Binnenlandse Zaken is een fantastisch beleidsterrein. Maar voor een ander. Ik was Kamerlid, ik ben Kamerlid en ik wil Kamerlid blijven.”

U maakt als onderhandelaar een gedetailleerd regeerakkoord. Wantrouwen de paarse partijen elkaar zo erg?

“Nee, een regeerakkoord is geen gestold wantrouwen, zoals Ruud Lubbers wel eens heeft gezegd. Een regeerakkoord is een zakelijke politieke afspraak tussen partijen die niet hetzelfde zijn, anders waren ze wel één partij. Een goed regeerakkoord is een investering in een coalitie die bedoeld is om het wat langer dan een paar maanden of een jaar uit te houden.”

Kabinetten van dezelfde samenstelling sneuvelen in de tweede periode, leert de geschiedenis. U weet dat u aan een tijdelijk kabinet werkt?

“Ik ben niet van die categorie. Paars I was een bijzonder kabinet vanwege de samenstelling. Wat mij betreft is het bijzondere van Paars II dat het vier jaar aanblijft. Als je daar niet in gelooft, moet je niet aan zo'n coalitie willen werken.”

    • Kees van der Malen