Voor landbouw in EU is het wachten op de WTO

De term 'budgettair neutraal' stond afgelopen maandag bij aanvang van de landbouwraad in Luxemburg nog hoog in ieders vaandel. Na de marathonvergadering bleek dat het landbouwbeleid opnieuw duurder te zijn.

LUXEMBURG, 26 JUNI. Toen de Britse voorzitter Cunningham afgelopen nacht voor het laatst met de hamer sloeg bleek te zijn gebeurd wat altijd gebeurt. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zal vanaf het jaar 2000 ruim een half miljard gulden duurder zijn geworden.

De geloofwaardigheid van de Europese Unie is er deze week niet groter op geworden. Terwijl de Europese Commissie er met Agenda 2000 naar streeft die uitgaven terug te dringen wordt door afzonderlijke lidstaten nog druk gegraaid in de steeds rijker gevulde ruif. Verwonderlijk is dat ook niet, na de reacties van de afzonderlijke lidstaten op de in maart gepresenteerde Agenda 2000.

Toen in de loop van de week duidelijk werd dat het 'prijzenpakket' voor volgend jaar, waarover in Luxemburg duidelijkheid moest komen veel meer zou gaan kosten dan was geraamd, werd al duidelijk dat met name de Nederlandse minister Van Aartsen tegen zou gaan stemmen. Maar hij is op dat punt dan ook een roepende in de woestijn.

De inkomensondersteuning aan Europese boeren zoals eind maart in Brussel werd besproken in het kader van Agenda 2000 was volgens hem toen al achterhaald en zal binnen afzienbare tijd moeten worden aangepast. De Europese belastingbetaler zal in de volgende eeuw niet meer bereid zijn mee te betalen aan compensatie voor lagere prijzen voor boeren, zeker niet als deze steun niet afhankelijk wordt gemaakt van maatschappelijke behoeften als natuur, landschap, economische duurzaamheid en dierenwelzijn.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid heeft nog het meest weg van een mammoettanker, die ter hoogte van Bretagne al moet gaan bijsturen om de Nieuwe Waterweg te kunnen bereiken. Dr. S. Mansholt, die in 1995 overleed, was in de jaren zestig minister van Landbouw en een toen al groot voorstander van herziening van het Europese Landbouwbeleid, maar het roer is nog altijd niet om gegaan.

Er zijn in en rondom de landbouw allerlei ontwikkelingen gaande die duiden op systemen die weinig stabiel en duurzaam zijn, meent Van Aartsen. Systemen als de inkomensondersteuning zijn geen goede pijlers om het landbouwbeleid in de 21-ste eeuw op te bouwen. Een trendbreuk is volgens hem noodzakelijk, maar deze week werd duidelijk dat daarvan voorlopig geen sprake is. Olijfolie-boeren, tabaksproducenten en bananentelers kunnen zich alleen maar rijker rekenen.

President van de Europese Commissie Jaques Santer en Eurocommissaris Franz Fischler (Landbouw) hebben eind maart de voorstellen gepresenteerd voor een gemeenschappelijke landbouwpolitiek na het jaar 2000. Santer maakte toen op voorhand al bekend, dat de onderhandelingen met de vijftien lidstaten hard en langdurig zullen zijn, wegens de grote belangen.

De cijfers van de Europese Commissie maken echter duidelijk dat een wijziging van de politiek hard nodig is. Hoewel de uitgaven voor de landbouw in de loop der jaren steeds ongeveer de helft van het gehele EU-budget vormden, betekent de primaire sector betrekkelijk weinig voor de werkgelegenheid. Op Griekenland, Portugal en Ierland na is in geen enkele lidstaat meer dan tien procent van de beroepsbevolking in de agrarische sector werkzaam. Ook als aandeel van het bruto binnenlands product is de landbouw van betrekkelijk geringe betekenis. Niettemin slokt een land als Frankrijk jaarlijks meer dan twintig miljard gulden op om de landbouw op de been te houden. Nederland krijgt een kleine vier miljard gulden. Een wijziging van het beleid is nodig, omdat deze politiek niet meer is vol te houden als een aantal Oost- en Midden-Europese landen in het begin van de volgende eeuw zal toetreden tot de Unie. Als de boeren in die landen menen dezelfde rechten te hebben als hun collega's in het 'oude' Europa, is de kas snel leeg.

Maar niet alleen de toetreding van die landen zal de EU dwingen het landbouwbeleid te herzien. De Wereld Handelsorganisatie (WTO) wil dat de steun vermindert, om de concurrentie van derde landen op de EU-markt een kans te geven. De volgende onderhandelingsronde van de WTO begint volgend jaar.

De oplossing om toch tot de noodzakelijke wijzigingen in het landbouwbeleid te komen ligt volgens cynici inmiddels bij die Wereld Handelsorganisatie. Nieuwe WTO-akkoorden zullen nodig zijn om in de toekomst verdere beleidswijzigingen te stimuleren.

Een trendbreuk hoeft dus niet te worden verwacht van de Europese Unie zelf. Dat bleek deze week nog maar eens en het was een bevestiging van de reacties die in maart op de Agenda 2000 kwamen. Verschillende lidstaten reageerden toen meteen al uiterst negatief op de plannnen van de Commissie. De zwaarste kritiek kwam uit Duitsland, Frankrijk en Spanje. Op wezenlijke onderdelen onrechtvaardig, vond Bonn. Een zware provocatie aan het adres van de Duitse boeren, vond Beieren. Voor een stevige koerswijziging van het Europese beleid kan een nieuwe WTO-ronde niet snel genoeg komen, lijkt het.

    • Bram Pols