Uitbreiding EU duurt veel langer dan verwacht

Tot voor kort hoopten Europese diplomaten dat de toetreding tot de Europese Unie van een aantal Midden- en Oost-Europese landen al in 2002 mogelijk was. Maar inmiddels heeft het pessimisme toegeslagen.

BRUSSEL, 26 JUNI. Midden-Europese landen zullen op een veel later tijdstip tot de Europese Unie toetreden dan tot voor kort werd aangenomen. Zowel EU-diplomaten als ambtenaren van de Europese Commissie verwachten dat Polen niet voor 2006 lid van de EU wordt. Aangenomen wordt dat de onderhandelingen met de andere Midden-Europese landen waarmee de EU dit voorjaar is begonnen - Tsjechië, Hongarije, Slovenië en Estland - ook niet voor die tijd afgerond worden.

De Franse president Chirac zei vorig jaar nog dat Polen in 2000 bij de EU zou kunnen komen. Brusselse diplomaten gingen er toen al van uit dat de onderhandelingen op zijn vroegst in 2002 klaar zouden zijn. De voorzitter van het Europees Parlement, de Spanjaard Gil-Robles, zei vorige week in Cardiff tijdens de top van Europese regeringsleiders dat de EU pas na 2005 zal uitbreiden.

De gewijzigde inschatting is het gevolg van zowel problemen binnen de EU als van de confrontatie met het vele werk dat in de Midden-Europese landen verzet moet worden voordat ze zich aan de EU-wetgeving hebben aangepast. Bovendien ondervindt de Europese Commissie bijzondere moeilijkheden bij de voorbereiding van Polen op het lidmaatschap van de EU. In andere Midden-Europese landen bestaat de vrees dat zij geen lid mogen worden tot Polen klaar is.

Diplomaten verwachten dat de onderhandelingen over de uitbreiding slechts op een laag pitje voortgaan zolang de lidstaten het onderling niet eens zijn geworden over de Agenda 2000 met de EU-begroting voor de jaren 2000 tot 2006, de hervorming van het landbouwbeleid en de nieuwe opzet van de structuurfondsen.

De Belgische premier Dehaene denkt dat de onderhandelingen zo lang gaan duren, dat op een gegeven ogenblik zowel EU-landen als kandidaat-leden hun enthousiasme voor de uitbreiding gaan verliezen. De leider van de Poolse delegatie bij de onderhandelingen met de EU, Jan Kulakowski, is gealarmeerd door het verminderde enthousiasme bij de EU-lidstaten. Hij heeft deze week de EU opgeroepen om vooral zo snel mogelijk serieus te gaan praten.

De Europese staats- en regeringsleiders spraken in Cardiff af dat ze de gesprekken over de Agenda 2000 uiterlijk in maart volgend jaar afronden. EU-diplomaten betwijfelen of dit haalbaar is. De onderhandelingen hierover komen pas dit najaar onder het Oostenrijkse voorzitterschap van de EU op gang. Maar de Duitse bondskanselier, Kohl, heeft al gezegd dat de moeilijkste kwesties, zoals het voor Nederland bijzonder gevoelige punt van de verdeling van de financiële lasten van de EU, pas op het laatste ogenblik geregeld zullen worden.

De moeilijkheden die zowel de Europese Commissie als diplomaten signaleren bij de voorbereiding van Polen op het lidmaatschap van de EU, leiden tot onrust bij andere kandidaat-lidstaten. Zij vrezen dat ze niet tot de EU worden toegelaten zolang Polen niet voor toetreding gereed is. Officieel kan een kandidaat-lidstaat tot de EU toetreden zodra het land aan alle voorwaarden voldoet.

Maar iemand als de Hongaar Ferenc Somogyi, die als staatssecretaris bij het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken het beleid ten aanzien van de EU coördineert, gelooft niet dat de Duitse Bondsdag ooit met toetreding van zijn land tot de EU zal instemmen zolang de onderhandelingen met Polen nog voortduren. Voor bondskanselier Kohl heeft het Poolse lidmaatschap van de EU prioriteit. Hij heeft in Cardiff nog eens herhaald dat de oostgrens van Duitsland niet de oostgrens van de EU mag blijven. Duitse diplomaten verzekeren dat dit niet betekent dat andere kandidaat-lidstaten op Polen moeten wachten. Zulke uitspraken beschouwt Somogyi echter als een Duitse poging om druk op Polen uit te oefenen om zich serieuzer op de toetreding tot de EU voor te bereiden.

Bij de Europese Commissie wordt geklaagd over de slechte coördinatie binnen de Poolse regeringscoalitie, die na de verkiezingen van vorig najaar werd gevormd. Poolse ministers zouden onderling in een voortdurende strijd over bevoegdheden verwikkeld zijn. Het Comité voor Europese Integratie, dat het Poolse beleid zou moeten coördineren, staat onder leiding van minister Ryszard Czarnecki, die zich vorig jaar nog als euroscepticus profileerde. Hij moet opboksen tegen minister van Buitenlandse Zaken, Bronisaw Geremek, die ook probeert greep te houden op het beleid ten aanzien van de EU. Vorige maand liet premier Jerzy Buzek onderzoeken hoe het kon dat zijn land dit jaar 74,8 miljoen gulden van de Europese Commissie misliep. Commissaris Van den Broek besloot het geld in te houden, omdat Polen niet op tijd voldoende projecten had gepresenteerd die aan de eisen van de Commissie voldeden.

Volgens ambtenaren van de Commissie leidde het onderzoek van premier Buzek naar deze zaak tot de conclusie dat de problemen onder meer te wijten waren aan het gebrek aan coördinatie binnen de Poolse regering. EU-diplomaten zeggen ook dat Poolse ministers elkaar veelvuldig tegenspreken. De Europese Commissie heeft Brusselse ambtenaren naar Polen gestuurd om ter plaatse de opstellers van de afgekeurde plannen uit te leggen wat zij fout hebben gedaan. De kwestie kostte een Poolse staatssecretaris zijn baan.

Direct na Van den Broeks besluit om de 74,8 miljoen gulden niet uit te betalen, meldde de Poolse minister van Financiën, Leszek Balcerowicz, aan Brussel dat de kritiek van de Europese Commissie terecht was. Hij meende dat de zaken zouden verbeteren als de Europese Commissie meer naar hem zou luisteren. In Polen is inmiddels de coördinatie van projecten waaraan de EU in het kader van het Phare programma financieel bijdraagt, bij het ministerie van Financiën ondergebracht. Maar bij de Europese Commissie wordt dit niet als de oplossing van alle problemen beschouwd. In Brussel wijst men fijntjes op de projecten die Balcerowicz' eigen ministerie eerder voor EU-steun presenteerde, maar die als ongeschikt werden afgewezen.