Theoloog hekelt totalitair regime faculteit

De Nijmeegse theoloog Van Hoogstraten neemt vandaag afscheid van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij weigerde zich loyaal te verklaren aan het Vaticaan.

NIJMEGEN, 26 JUNI. Bij de theologische faculteit van de Katholieke Universiteit van Nijmegen is een frontale aanval gedaan op het “totalitaire regime” waaraan theologen bij katholieke universiteiten zijn onderworpen. “Door de controle die het Vaticaan uitoefent op de katholieke theologische faculteiten, wordt onder meer het recht van vrije meningsuiting geschonden.” Bovendien wordt door de absolute waarheidsclaim van de r.k. kerk “de hele traditie van vrije kennisverwerving en intellectuele integriteit te grabbel gegooid”.

Dat zei de 61-jarige Nijmeegse theoloog dr. H.D. van Hoogstraten, hoofddocent in de sociale ethiek en in de theologie van het maatschappelijk handelen, vanmiddag in een rede bij zijn afscheid van de faculteit. Na een hooglopend en langdurig conflict over zijn positie, is Van Hoogstraten uiteindelijk akkoord gegaan met een regeling van vervroegde uittreding. Toch voelde hij zich vanmiddag moreel verplicht om de 'minne streken' van de r.k. kerk 'aan de publieke kaak' te stellen. Van Hoogstraten weigerde mee te werken aan een onderzoek naar zijn leerstelligheid door het Vaticaan.

In tegenstelling tot de meeste theologen in Nijmegen is dr. Van Hoogstraten niet katholiek, maar protestants. In de jaren '60 heeft hij in Utrecht theologie gestudeerd en is hij in Amsterdam gepromoveerd. Vervolgens was hij enkele jaren hervormd predikant in Middelharnis. In 1973 legde hij zijn domineeschap neer, werd vormingsleider in Oegstgeest en kreeg in 1976 een aanstelling in Nijmegen. Waarom daar? “Omdat daar de democratisering in een versnelling was geraakt en men er tegelijkertijd bezig was met de eigen emancipatie en de bevrijding van anderen. Het kon niet mooier. Genadeloos werd daar het kapitalistische systeem van zijn lelijke kant belicht. Bevrijdingstheologie.”

Aan het eind van de jaren '80 keerde volgens Van Hoogstraten het tij. “Wat tot dan toe onmogelijk leek, gebeurde: de r.k. kerk ging zich expliciet met de theologische wetenschap bemoeien. In 1979 was er al een Vaticaans document, de Sapientia Christiana (christelijke wijsheid) uitgegeven. Het bevatte kerkelijke regels voor de theologische faculteiten. Goede theologen konden geweigerd worden omdat ze niet door de leerstellige of door de morele beugel konden.”

Pas na jaren bleek de Sapientia Christiana toegepast te gaan worden. “Dat bracht een algehele screening met zich mee: onderzoek naar leer en leven, antecedenten zoals elk totalitair systeem dat kent. Ik wist wat ik te doen had. Namelijk om tegenover het totalitaire gedrag van het Vaticaan mijn totale weigering te stellen.” Bovendien was Van Hoogstraten van mening dat op hem als niet-katholiek niet het katholieke kerkelijke recht van toepassing kon zijn.

Dr. J.R.T.M. Peters SJ, vice-voorzitter van het College van Bestuur van de KUN wijst erop dat de theologische faculteit van Nijmegen altijd al een dubbele status heeft. Enerzijds is zij een faculteit naar Nederlands recht en anderzijds naar internationaal kerkelijk recht. “Dat geeft spanning, onder andere wat de studieduur betreft”, zegt Peters, “maar er valt mee te leven. Bovendien is de instructie van Sapientia Christiana niet nieuw. Al in 1931 was er zo'n Vaticaanse regeling, Deus Scientiarium Dominus (God de Heer van de wetenschappen), voor alle katholieke theologische faculteiten. Toen die in 1979 werd vervangen, hoopte men op vernieuwing, maar het toezicht op de paar honderd theologische faculteiten bleef centraal en uniform geregeld.” Bij de komst van de nieuwe instructie in 1979, had Nijmegen zijn interne regelingen daaraan moeten aanpassen. Voor de benoeming van theologische hoogleraren en andere docenten had toestemming aan Rome moeten worden gevraagd. “Officieel was dat vereist”, zegt Peters, “maar het gebeurde niet en vanuit Rome en Utrecht werd er ook niet op aangedrongen. De opvolgende kardinalen Alfrink, Willebrands en Simonis lieten het op hun beloop, totdat kardinaal Simonis als grootkanselier van de theologische faculteit enkele jaren geleden opdracht gaf om met terugwerkende kracht alle benoemingen nog te laten goedkeuren. Ook bij Van Hoogstraten was een kerkelijke verklaring-van-geen-bezwaar alsnog vereist, maar dat is helemaal spaak gelopen.”

“In het geval van Van Hoogstraten is de zaak inderdaad vreemd verlopen”, zegt mr. A.J.M. Hustinx, secretaris van de theologische faculteit. “Hij heeft gemeend niet te moeten meewerken aan een procedure waarbij hij door de kerk op zijn kwaliteiten beoordeeld zou worden. Bij zijn aanstelling was dat ook niet gebeurd, dus kan ik me zijn bezwaren wel voorstellen.”