Steun voor bananenboeren in Europese Caraïben

LUXEMBURG, 26 JUNI. Bananenproducenten in (voormalige) Europese kolonieën krijgen vanaf volgend jaar steun uit Brussel van ruim 640 ecu per ton. Hiermee moet worden voorkomen dat de producenten door concurrentie van elders niet langer overeind kunnen blijven. De Nederlandse minister Van Aartsen (Landbouw) stemde vannacht tegen het uiteindelijke voorstel van de Britse voorzitter Cunningham, omdat het tegen de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zou zijn. De WTO heeft al eerder het Europese importregime voor bananen veroordeeld, omdat producenten uit Latijns Amerika worden gediscrimineerd.

Zuidelijke lidstaten, zoals Frankrijk, Spanje en Portugal die zelf bananen telen of nog koloniën hebben met bananenplantages hebben sinds januari voor die steun gepleit, omdat zij inkomensachteruitgang vrezen bij hun producenten als de bananenimport in Europa wordt vergemakkelijkt en dus goedkoper wordt.

De Europese Unie is gedwongen tot versoepeling van de importregels door een uitspraak in hoger beroep van de WTO vorig jaar. De VS hadden het Europees beleid met succes aangeklaagd omdat het discriminerend was.

Brussel maakt onderscheid tussen zogeheten dollarbananen, die traditioneel worden geïmporteerd door Amerikaanse handelshuizen als Dole en Chiquita en bananen uit Afrika, het Caraïbisch gebied en landen in de Stille Oceaan, zogeheten ACP-bananen, waarop geen importrechten worden geheven.

Van de dollarbananen mag jaarlijks 2,2 miljoen ton worden geïmporteerd, maar daar is 353.000 ton bijgekomen sinds de toetreding van Zweden, Finland en Oostenrijk. Voor de dollarbananen moet 75 ecu per ton aan invoerrechten worden betaald. Die extra 353.000 ton zou vanaf 1 januari volgend jaar met 300 ecu per ton worden belast om de inkomenssteun van Europese producenten te financieren. Van die extra belasting hebben de ministers echter afgezien.