Steigerungsfähig

Het had zo'n leuk Oranje-feestje kunnen worden.

In de studio van de NOS had men zich er al helemaal op voorbereid. Op de rekwisietenzolder bleek nog een voorraadje verkreukte Oranje-figuranten te liggen, die met een hoedje en een toetertje snel opgekalefaterd konden worden. Voor twee consumptiebonnen is de gemiddelde Nederlandse voetbalsupporter ook bereid desnoods zijn achterwerk oranje te laten verven door de hulpjes van Mart Smeets.

Smeets zelf nam breeduit voor de camera's plaats, alsof ons lot voortaan in zijn handen rustte, en haalde herinneringen op aan precies tien jaar geleden, toen Nederland Europees kampioen werd.

Dat alles gingen we gewoon even overdoen.

Toen de rust was aangebroken, wisten we dat niemand ons meer van het wereldkampioenschap kon afhouden. Het was nog slechts een kwestie van tijd, een paar wedstrijden. Had bondscoach Hiddink al niet enkele dagen geleden gezegd: “Geef mij maar Duitsland”?

Zelfs buitenlanders begonnen deel te nemen aan de snel uitbottende euforie. In de rust konden we Alan Hansen, analist bij de BBC, horen zeggen: “Het ontzagwekkende is dat Nederland nog een versnelling hoger kan spelen, ze zijn nu nog maar aan het wandelen.”

Even later kwam Dennis Bergkamp inderdaad met de wandelstok de kleedkamer uit.

Beelden van na de wedstrijd die bewaard zouden moeten worden: Mart Smeets met zijn bekende, goed geacteerde opgeruimdheid, terwijl op de achtergrond de Oranje-figuranten in diepe treurnis volledig uit hun rol zijn gevallen. Het feestje was verknald, hoe oom Mart ook nog zijn best deed.

Bij NOS Sport moeten ze hebben afgesproken dat de toon van de commentaren en interviews te allen tijde positief dient te blijven. Dus zei Smeets tegen de kritische gast Youri Mulder: “Moeten we nu weer gaan mopperen?” Waarop Mulder zeer ter snede reageerde: “In die kleedkamer moeten ze mopperen.”

Ook Tom Egbers liet zich er niet onder krijgen. “Eigenlijk is het niet zo slecht, die 2-2”, zei hij tegen Johan Cruijff, die net omstandig had uitgelegd hoe buitengewoon slecht dit resultaat tegen zo'n matige tegenstander was. En Jack van Gelder beval een asgrauwe Hiddink: “Lach even.”

Aan de jongens van de NOS zal het dus niet liggen. Maar geloven wij er nog wel in? Laten we eerlijk zijn: eigenlijk niet meer. Daarom was de ontgoocheling na afloop zo groot. Een ploeg die bij de minste of geringste tegenstand zo gemakkelijk instort - hoe zou die wereldkampioen moeten worden?

“Geef mij maar Duitsland.”

Hiddink mag heel erg blij zijn dat die beker nog even aan hem voorbij is gegaan. Berti Vogts, zijn Duitse collega, kreeg de vraag voorgelegd of hij blij was dat Nederland niet zijn volgende tegenstander zou zijn. Vogts zei daarop met nadruk: “Ik had ook graag tegen Holland gespeeld. We weten hoe we tegen ze moeten spelen. We hebben ze meermalen verslagen. Holland heeft een heel goed team als je ze spelen laat.”

De cursivering is van mij, maar ik neem aan dat Vogts daar geen bezwaar tegen heeft. Prima coach. In ongeveer alles het tegendeel van Hiddink: minder snor, minder ijdel, minder vriend van Freek de Jonge en Jan Mulder. Zo modieus als Hiddink is, zo sober is Vogts. Hiddink zou het liefst in de tv-studio's slapen, Vogts komt er alleen als het nodig is. Tussen Vogts en zijn interviewers bestaat zelfs niet de schijn van verbroedering.

Waar we Hiddink zien flikflooien met Harry en Tom en Jack en Frits en Henk en Jan, daar bewaart Vogts afstand - zoveel afstand zelfs dat zijn interviewer hem niet eens feliciteerde met het bereiken van de volgende ronde. Maar wiens elftal is, om met Uwe Seeler te spreken, het meest steigerungsfähig? Wij hebben zelfs geen goed equivalent voor dat woord.

    • Frits Abrahams