Column

Mijn neef & ik

Mijn neef en ik hebben spoorslags het stadion van Saint-Etienne verlaten en een beetje in de war dolen we door Frans niemandsland. We waren in de rust al niet zo enthousiast, omdat we Mexico op Tonedigo 4 vonden lijken. Maar wat er na rust gebeurde sloeg alles.

Tonedigo 4 ging los op basis van vuur, vlam, inzet, motivatie, wil, moeten, proberen, vechten, knokken en ik betrapte mezelf op een spontaan 'Hup Mexico'. Ik ging ook mee op het ritme van de Mexicaanse supporters. Die moedigen hun team namelijk aan. Nederlanders niet. Die Thialfen. Ze zingen Het kleine café aan de haven van Vader Abraham of Van voor naar achter, van links naar rechts of iets nog ergers. Ze zijn namelijk niet in Frankrijk om het Nederlands elftal aan te moedigen, maar om feest te vieren. Lekker ver van huis. Verder snapten we niets van de opstelling. Tegen Korea al niet, alleen hadden we toen na afloop het ongelijk aan onze kant. Maar nu? Eenzame Ronald, verdwaalde Philip, dolende Wim en zoekende Dennis. Van de wissels begrepen we ook weinig. En van de scheids nog minder. Arme Ramirez. Protesteren na een emotionele randje buitenspelgoal. En dan rood. Arabisch onbegrip. We zagen Willem-Alexander na afloop enthousiast doen. Maar dat is zijn werk.

Bij mijn auto vroeg een BBC-collega: 'And now?'

'Toulouse', mompelde ik.

'To loose?'

'Yes Toulouse!'