Liefde alleen is niet genoeg; Roman van Toon Tellegen

Toon Tellegen: Dora. Een liefdesgeschiedenis. Querido. 177 blz. ƒ 29,90

'De liefde is groot en modderig en ondiep,/ de liefde stroomt naar de zee', lezen we in Over de liefde en over niets anders, de vorig jaar verschenen bundel van dichter en kinderboekenschrijver Toon Tellegen. Een jaar later blijken zee en liefde nog altijd bij elkaar te horen. In Dora. Een liefdesgeschiedenis, Tellegens tweede prozaboek dat niet uitdrukkelijk voor kinderen is bestemd, vertrekken een zekere Vink en zijn beminde Dora ten slotte naar het strand. Maar ze doen er een heel boek over om zover te komen. In 52 hoofdstukjes laat Tellegen zien hoe de beide geliefden juist niet naar het strand gaan.

De opzet van zijn boek doet denken aan Raymond Queneau's Exercices de style, waarin een willekeurig verhaaltje op 99 verschillende manieren wordt verteld, telkens in een nieuw stijlregister. Bij Tellegen gaat het iets anders. Niet zozeer de stijl wisselt, als wel de stemming of de sfeer van waaruit steeds hetzelfde gegeven wordt belicht, hoewel sommige hoofdstukjes in het teken staan van zaken - dikte, sterven - die moeilijk een stemming of een sfeer kunnen worden genoemd.

Het gegeven is met dat al nauwelijks minder simpel dan bij Queneau. Vink (die als verteller optreedt) wordt wakker in zijn kamer, hoort op straat een motorfiets, ziet op de tafel een vaas met gladiolen staan en aan de muur een schilderijtje hangen van een paardenrace uit de vorige eeuw. En als altijd denkt hij aan zijn Dora. Met haar zou hij naar het strand willen, maar het lukt hem niet de woorden over zijn lippen te krijgen. 'Ik wist het nu zeker. Ik zou haar nooit vragen om met mij naar het strand te gaan. Altijd zou ik een jongen blijven, een jongen van een jaar of zestien, die iets wilde vragen, die zijn hart voelde bonzen, die zijn hoofd voelde gloeien, die niets vroeg.' Daarna slaapt hij weer in.

In de volgende hoofdstukjes is het telkens Dora die hém vraagt met haar naar het strand te gaan. Wat zou er gebeurd zijn als hij 'aardig' was geweest, of 'gezellig' of 'ziek' of 'onopvallend' of 'wreed' et cetera? In totaal 52 mogelijkheden passeren de revue. Met steeds hetzelfde resultaat: Dora vertrekt in haar eentje, terwijl Vink zich thuis kwelt met spookbeelden van mannen (en een enkele vrouw) die zijn geliefde op het strand belagen.

Elk hoofdstukje begint met de binnenkomst van een zekere heer Leenderts, die meer dan eens de vaas met gladiolen aan scherven gooit en Vink op de meest uiteenlopende manieren waarschuwt, zonder dat erbij staat waarvoor. Intussen doet een koor onder leiding van een wanhopige dirigent op het grasveld voor Vinks huis vergeefs pogingen de juiste toon te treffen van het lied 'bloemen verwelken, schepen vergaan, maar onze liefde, o onze liefde blijft altijd bestaan...' Na een paar hoofdstukjes duiken er bovendien twee buurjongens op die door het raam naar binnen loeren en in de kamer steeds iets anders zien, voordat ze de blik weer afwenden en gaan voetballen.

Pas nadat met deze merkwaardige ingrediënten het hele scala van mogelijkheden is doorlopen, blijkt dat er niets aan de hand is geweest. Vink heeft aldoor geslapen. In het laatste hoofdstukje vertrekt hij zonder mankeren met Dora naar het strand, op de motorfiets, terwijl de buurjongens toekijken en het koor eindelijk losbarst in uitbundig gezang. De scherven van de vaas met gladiolen hebben dus toch geluk gebracht.

Een ode aan de liefde en haar vele schakeringen zou je dit boek kunnen noemen, de liefde die onzeker maakt en daarin haar echtheid bewijst. Maar dat legt de nadruk te zeer op het - minimale - verhaal. In feite gaat het Tellegen minder om de liefde dan om de taal. Deze 'liefdesgeschiedenis' biedt hem de gelegenheid zijn verbale fantasie te testen. In zijn vorige prozaboek voor volwassenen, de verhalenbundel Twee oude vrouwtjes (1994), had hij al iets dergelijks gedaan, door elk verhaal met deze zelfde titel te laten beginnen. Ditmaal heeft hij het zich een beetje moeilijker gemaakt, doordat bijna alle elementen gelijk blijven.

De lezer voelt zich daarbij als een toeschouwer in het circus, die een reeks acrobatische toeren mag gadeslaan. Alleen de stiekeme hoop dat het fout zal gaan ontbreekt, want een literair spel dat mislukt, levert geen spektakel op. Met als onvermijdelijk gevolg dat de spanning een stuk minder hevig uitpakt.

Om dit boek kun je hoogstens grinniken, bijvoorbeeld in het hoofdstukje 'nieuwsgierig', wanneer Vink van de heer Leenderts een draai om zijn oren krijgt en zich prompt afvraagt waarom een 'draai' niet gewoon een 'klap' heet. Of je kunt huiveren, in het hoofdstukje 'vies', om het 'bord balkenbrij met schelvis' dat bij Vink al een paar weken op de grond staat. Tellegen weet je zelfs zover te krijgen dat je ervan opkijkt wanneer hij in het hoofdstukje 'saai' inderdaad twee bladzijden met kraak- en smaakloos proza weet te vullen, zozeer ben je inmiddels gewend geraakt aan zijn mild absurdistische capriolen.

Maar de gewenning heeft ook een nadeel: op den duur geloof je het wel. Ondanks lichtheid en luchtigheid bezwijkt de aandacht onder het al te demonstratieve karakter van de exercities, waarvan de variatie geen moment zo verbluffend wordt als bij Queneau. Hoewel Tellegen het ene idee waarop zijn boek berust met merkbaar plezier heeft uitgewerkt, blijkt dat gaandeweg toch steeds meer een plezier voor de schrijver te zijn, steeds minder een plezier voor de lezer.

Als literatuur in de eerste plaats 'vorm' is, zoals P.F. Thomése onlangs in De Revisor betoogde, dan bewijst Tellegens Dora - zonder twijfel onbedoeld - dat een boek om te blijven boeien behalve vorm ook nog inhoud nodig heeft. Net als in het echte leven is de liefde alléén, zelfs de liefde voor taal en letteren, niet genoeg.

    • Arnold Heumakers