Kunst op de vrije markt

Mensen die naar de 'klassieke muziekzender van Nederland' luisteren (tussen aanhalingstekens want een op de twee keer blijk je de andere zender te hebben aangezet, die van het allemachtig interessant gekwek over klassieke muziek), worden de laatste dagen fors toegesproken. “Kunst is er niet om te ámuseren, kunst is er om de menselijke geest te próvoceren!” Het klonk als de boze stem van iemand uit de hoorspelkern in een klassiek gewelf; de dagen van Ome Keessie en Paul Vlaanderen.

En nu dezelfde stem: “De verbeelding van de kunstenaar is het enige èffectieve wapen tegen het zuunisme van de hedendaagse mens!' Het is een reclametekst waarin je wordt aangeraden, de KunstRAI te bezoeken.

Er is een tijd geweest - misschien nog niet helemaal voorbij maar wel op zijn einde lopend - waarin een kunstenaar links was. Vanzelfsprekend. Communist was het beste, en men vond daar niets opzienbarends aan. Picasso was communist, en we moeten toegeven: als je zijn oeuvre overziet kun je je niet voorstellen dat het door een christendemocraat is gemaakt. Wie in de Sovjet-Unie als Picasso schilderde deed dat in het verborgene of kwam in Siberië terecht. In het Westen legden de kapitalisten zo iemand niets in de weg, betaalden hem veel geld, en wat hij in het stemhokje deed moest hij zelf weten. Pas de laatste jaren worden de communisten ter verantwoording geroepen. Ik vind dat de schilders met rust moeten worden gelaten. Als we ze toen beroemd hebben gemaakt, kunnen we ze nu niet meer lastig vallen met hun politieke keuzen. Neem die maar op de koop toe.

De kunst van het Westen was overwegend antikapitalistisch omdat de meeste kunstenaars in hun eenvoud ervan overtuigd waren dat kapitalisme voor corruptie, onderdrukking en oorlog stond. De kunst van de revolutie was in alle opzichten het tegendeel. Wel waren er kunstenaars die hun opdracht hadden verraden door zich ondergeschikt te maken aan een politiek belang. Ze maakten kunst volgens de ideologische eisen van het fascisme, of het socialisme zoals dat in de Sovjet- Unie zelf de regels stelde. Het resultaat was een gezonde volkskunst of een sociaal realisme die in menig opzicht niet zoveel van elkaar verschilden. Het is allemaal voorbij.

Na bijna tien jaar van progressief toenemende ervaring met de vrije markt wordt het zichtbaar: de nieuwe maatschappij van het mondiale kapitalisme heeft de kunsten van iedere ideologie ontdaan: de expliciete van een of ander soort communisme, en ook de vage afleidingen, de niet nader beredeneerde overtuigingen. Daarvoor in de plaats ontstaat misschien iets dat we nog niet hebben omschreven, of er is al iets ontstaan: de wereld van de zuivere wedijver, waarin talenten, ideeën, media, hype, roem en geld bepalen wat er op het artistieke toneel gebeurt. Stel het je voor als een zee vol draaikolken waarin de besten erin slagen het hoofd vèr boven water te houden, de handigsten zich naar de rand laten centrifugeren en de anderen in de vergetelheid worden gezogen. Het is een zee waarin je aan normen, waarden en ideologiën niets meer hebt. Het gaat om het naakte overleven. Niet iedereen is een Andy Warhol voor wiens oranje Marilyn Monroe bij Sotheby's 35 miljoen gulden wordt betaald. Wat doe je?

Moeten de kunstenaars zich aansluiten bij de stellingen van Simonis en Plaisier, zoals deze geestelijke voorgangers die tegen de deur van de Tweede Kamer hebben gespijkerd, de speciaal meegebrachte kunstdeur met de zeven stellingen waarvan je onmiddellijk denkt: welk PR-bureau heeft die geformuleerd? En dan: wat zou er van het Calvinisme terecht zijn gekomen als Luther ook zo'n kunstdeur mee naar Wittenberg had genomen? En wie heeft dat in wiens naam verzonnen: 'collectieve rustdagen zijn de groenstroken in onze tijdsbeleving'? Als die vondst de copywriter maar niet op een collectieve groenstrook te binnen is geschoten.

Het kapitalisme was de gezworen vijand van kunst en cultuur. Niet meer. Het kapitalisme is opgevolgd door de vrije markt en die heeft zich over alles ontfermd, ook over kunst en cultuur. Is dat een ramp? Over het antwoord op die vraag hebben we nog nauwelijks nagedacht. Soms wel, soms niet. Ga naar het museum, ga naar de bioscoop, ga naar de KunstRAI en geef zelf het antwoord. Het mooie van de vrije markt is in ieder geval dat de klant er koning is, al is het dan een koning, meer dan al zijn voorgangers omringd door raadgevers die proberen hem te bedotten.

    • H.J.A. Hofland