Kosten half miljard hoger; EU-akkoord over prijzen landbouw

LUXEMBURG, 26 JUNI. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in de Europese Unie gaat vanaf het jaar 2000 ongeveer 250 miljoen Ecu (560 miljoen gulden) meer kosten.

Dat is het gevolg van een nieuw prijzenpakket, waarover een meerderheid van de ministers van landbouw in de EU het vannacht eens is geworden. De Nederlandse minister Van Aartsen en zijn Franse collega Le Pensec stemden tegen.

De belangrijkste oorzaak van de kostenstijging is een wijziging in de marktordening voor olijfolie. De Europese commissie had voorgesteld in de toekomst boeren inkomenssteun te gaan geven naar rato van het aantal olijfbomen op hun land in plaats van de geproduceerde hoeveelheid olijfolie, onder meer om de fraude te beteugelen. Vervolgens zou het totaal aantal bomen per lidstaat worden gelimiteerd. In de eerstkomende jaren zou een overgangsregiem van kracht worden waarin voor elk producerend land een nationale, gegarandeerde hoeveelheid olijfolie is vastgelegd. Tot nu toe gold een hoeveelheid voor de hele EU.

Met name de Spaanse minister De Palacio toonde zich deze week fel tegenstander van het plan, omdat hij de toegewezen, gegarandeerde hoeveelheid olijfolie die Spanje mag produceren te gering vindt. Het voorstel zou de groei van de sector in Spanje beknotten, terwijl de Spaanse regering de - gesubsidieerde - productie van olijfolie in bepaalde gebieden juist propageert. De raad verhoogde het totale contingent uiteindelijk van 1,73 miljoen ton naar 1,77 miljoen ton, waarbij Spanje 760.027 ton in plaats van de eerder toegewezen 740.603 ton krijgt.

Ook een nieuwe marktordening voor bananen gaat Brussel meer geld kosten. Door soepeler importregels voor bananen uit landen van buiten de EU zal het inkomen van Europese bananenboeren - vooral in de koloniën - achteruitgaan. Om dat te compenseren krijgen die boeren vanaf 1 januari 640 ecu per ton bananen aan steun vanuit Brussel.

De ministers hebben verder besloten het komend seizoen het zogeheten braakpercentage op tien te brengen. Het gaat daarbij om een deel van het akkerland dat boeren - tegen vergoeding - braak moeten laten liggen om overproductie tegen te gaan. De Commissie had voorgesteld dat percentage komend seizoen op vijf te houden, maar inmiddels dreigen er forse graanoverschotten te ontstaan.

Minister Van Aartsen is er wel in geslaagd het voorstel tot het met 25 procent terugbrengen van steun aan boeren die hennep verbouwen goeddeels teniet te doen. Die steun gaat nu met slechts 7,5 procent omlaag. De Commissie en de Britse voorzitter Cunningham waren bang dat de forse toename van het hennep-areaal in Europa de laatste jaren verband zou houden met de productie van cannabis. Van Aartsen meent echter dat de teelt van hennep vooral in het noorden van Nederland van toenemend belang is, hetgeen niets te maken heeft met illegale hennepteelt, die bovendien onder glas plaatsvindt.