Kinderhooft

F.B. Hotz heeft de P.C. Hooftprijs 1998 voor proza gekregen. Dat is niet omdat er geen andere prozaïsten voor handen waren: Gerrit Krol was ook een uitstekende kandidaat geweest, of Alfred Kossmann, Cees Nooteboom, Maarten 't Hart, Jeroen Brouwers. Er is in de categorie proza - de P.C. Hooftprijs wordt afwisselend voor proza, poëzie en essay uitgereikt - geen gebrek aan keuzes. En over zes jaar zijn er weer namen bijgekomen van schrijvers wier oeuvre zo omvangrijk en/of indrukwekkend is geworden dat ze ook in aanmerking komen.

Ook onder de dichters valt er wel het een en ander te kiezen, en aangezien er in Nederland veel en goed gedicht wordt ziet het er niet naar uit dat jury's die de P.C. Hooftprijs voor poëzie moeten uitreiken moeilijkheden krijgen.

Het derde genre waarvoor de P.C. Hooftprijs wordt uitgereikt levert echter wel problemen op. Essayisten zijn in Nederland betrekkelijk dun gezaaid. Bovendien beoefenen veel schrijvers die goed essayeren ook nog andere genres waarin ze dan bekroond worden. J. Bernlef bijvoorbeeld, een aantrekkelijk essayist, kreeg de prijs voor poëzie, wat wel zo leuk was, maar toch. Weer een essay-kandidaat minder. Jury's die een essayist moeten bekronen, zoals de jury die nu aan het werk gaat, hebben het moeilijk. Waardoor het eigenaardige verschijnsel ontstaat dat iedereen die maar een beetje essays schrijft, vanzelf de P.C. Hooftprijs krijgt.

Dat kan niet de bedoeling zijn. Elke drie jaar een essayist bekronen is te veel.

Nu wil het geval dat bij de oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur, de tweejaarlijkse Theo Thijssenprijs, zich min of meer hetzelfde probleem voordoet. Weliswaar zijn er veel kinderboekenschrijvers, maar de nog niet bekroonde oeuvres die in aanmerking komen zijn op de vingers van een hand te tellen. In de komende jaren zullen, waarschijnlijk achtereenvolgens, Imme Dros, Joke van Leeuwen en Sjoerd Kuyper bekroond worden. Dat kan moeilijk anders. Eventueel kan Margriet Heymans overwogen worden. Daarna is Ted van Lieshout aan de beurt en als hij flink doorschrijft komt vervolgens vanzelf Bart Moeyaert. En dan zijn we tien of twaalf jaar verder en dan zijn ze op. De kans dat iemand in tien jaar ineens een Theo Thijssenprijswaardig oeuvre bij elkaar schrijft is niet zo groot.

Als de Theo Thijssenprijs nu eens opgenomen werd in de P.C. Hooftprijs. Dan slaan we twee vliegen in een klap: de jeugdliteratuur wordt eindelijk eens uit dat onzinnige jeugdgetto verlost en alle prijzen worden iets minder vaak uitgereikt. Dat is voor proza en poëzie geen ramp, het wordt alleen maar bijzonderder om de prijs te krijgen. En voor essay en jeugdliteratuur is het zelfs goed, er is meer tijd voor het tot stand komen van bekronenswaardige oeuvre's.

Zo moet het dus.

    • Marjoleine de Vos