Jane Smiley, de Balzac van de Midwest; Wraak als allesverterend motief

Jane Smiley: The All-true Travels and Adventures of Lidie Newton. Flamingo/HarperCollins, 452 blz. ƒ 48,95 Een Nederlandse vertaling verschijnt in november bij Arena.

Jane Smiley: De wetten van het land. Vertaling Eva Wolf. Arena, 367 blz. ƒ 39,90

'De Balzac van het Amerikaanse midden-westen', heeft collega Alison Lurie haar al eens genoemd, en hoewel daar enige nieuw-wereldse overdrijving in zit, moet gezegd worden dat Jane Smiley zich in betrekkelijk korte tijd als een veelzijdige chroniqueur van die streek heeft onderscheiden. Ze deed dat in een veelvoud van genres, waaraan ze nu meest recentelijk dat van de historische roman heeft toegevoegd.

In Lidie Newton neemt ze de lezer mee naar de periode kort voor de Amerikaanse burgeroorlog, toen het conflict tussen de pro- en anti-slavernijfracties in het land zich toespitste in Kansas. Dat was nog geen staat in die tijd, maar een betwiste en in hoge mate wetteloze Territory waar schietpartijen, permanente dronkenschap en primitivisme de toon zetten bij de mannelijke bevolking, en de vrouwen hoofdzakelijk verbijsterd toekeken als ze niet te zeer verdiept waren in hun haakwerkje of gebedenboek.

Het is die ambiance waar Lidie Newton in verzeild raakt, nadat ze in haar woonplaats in Illinois door de langstrekkende, keurige en moreel verheven anti-slavernij activist Thomas Newton als bruid wordt uitverkozen. Dat ze überhaupt aan de man raakt, roept evenveel verbazing als opluchting op bij haar halfzusters, die haar als mogelijke partner al hadden opgegeven, niet alleen omdat ze een tomboy is (ze kan schieten, zwemmen en paardrijden als de jongens van haar leeftijd) maar ook nog eens, in haar eigen woorden, plain, onaantrekkelijk.

Het beste deel van het boek is de beschrijving van de tocht naar het barre westen en de eerste winter in het onherbergzame oord. De zo vaak geromantiseerde trek westwaarts wordt door Smiley fraai en in zeer authentiek aandoende termen beschreven, vol bitterheid en ontbering. Haar Lidie houdt er een montere levensvatbaarheid bij in stand, maar als haar man (én haar lievelingspaard, waarvoor ze af en toe een wat grotere affectie lijkt te vertonen) worden gedood door één van de rondtrekkende pro-slavernij bendes wordt wraak geacht haar allesverterende motief te zijn. Ze knipt haar haar af, trekt de kleren van wijlen haar man aan en gaat gewapend op zoek naar de moordenaars. Dat loopt allemaal totaal anders af dan het zich laat aanzien, en zonder al te veel van de ontwikkeling prijs te geven, moet ik zeggen dat de schrijfster dit niet allemaal even overtuigend presenteert.

Lidies uiterlijke transformatie tot man is niet totaal geloofwaardig en haar compagnonschap met de slavin met wie ze tracht te ontsnappen is van een onbetrokkenheid die, zelfs in de tijd geplaatst, wat merkwaardig blijft. Maar misschien wil Smiley ermee onderstrepen dat haar heldin eigenlijk nooit rigoureus partij kiest in de goose question, zoals de slavernij-kwestie ter plekke wordt genoemd. En zo resoluut als ze naar de moordenaars van haar man en haar paard op zoek gaat, zo weinig gedachten keurt ze hen nog waardig als ze haar wraakzuchtige voornemens moet laten varen.

Smiley's roman speelt zich af tegen hetzelfde historische decor als het enkele maanden geleden verschenen lijvige opus Cloudsplitter van Russell Banks. De historische hoofdpersoon van dat boek, John Brown, komt hier ook prominent ter sprake. Behalve de periode waarin het boek zich afspeelt heeft Lidie Newton met Banks' boek nog iets anders gemeen, en dat is dat de vertelling min of meer de gevangene is van het point of view van de verteller. Bij Russell Banks resulteerde dat in een teleurstelling, omdat hij persoonlijke, secundaire obsessies laat prevaleren boven het grote thema van de fascinerende tijd. Smiley scoort beter als portrettist van de episode en uiteindelijk ook als verteller. Dat heeft waarschijnlijk veel te maken met het feit dat ze, in tegenstelling tot Banks, voor een fictieve verteller heeft gekozen. Dat geeft haar meer literaire bewegingsvrijheid, maar ook zij benut die onvoldoende om al de honderden pagina's die dit boek telt te blijven boeien.

Ongeveer tegelijkertijd, en met als aanleiding de verfilming van het boek, verscheen van dezelfde schrijfster een herdruk van het al eerder in vertaling uitgebrachte De wetten van het land, in de oorspronkelijke versie als A Thousand Acres bekroond met de Pulitzerprijs. Dit boek, in Amerika ondertussen een enorme best-seller, zou gekwalificeerd kunnen worden als een tot streekroman herschreven versie van King Lear, ware het niet dat zo'n kwalificatie iets te kwaadaardige connotaties heeft. Maar het blijft een toegevoegde waarde, te zien hoe ver Smiley gaat in het doortrekken van de parallellen met Shakespeares drama, waarin een bejaarde boer in Iowa de rol van hedendaagse Lear speelt. Verraad, dood, blindheid, desertie, krankzinnigheid, overspel, vergiftiging, een voor de rechter uitgevochten familieruzie, en alsof dat nog niet voldoende tragedie is voegt Smiley daar op eigen initiatief incest aan toe. Aangezien de vader, in zijn aanzwellende gekte, door de schrijfster op een afstand wordt gehouden vraagt ze van de lezer die laatste dimensie ook te gelóven en dat blijft dan precies een van de zwakke plekken van het verhaal. We komen erg weinig te weten over de motieven van de familieleden tussen wie het drama zich afspeelt, en dat kan niet geheel vergoelijkt worden door een verwijzing naar hun boerse zwijgzaamheid.

Evenals in The All-True Travels and Adventures of Lidie Newton toont Jane Smiley in dit hedendaagse drama haar lef om het grote tableau op te zetten, en evenals in dat laatste boek laat ze ook hier zien dat ze gaandeweg af en toe de functie van bepaalde brede penseelstreken uit het oog verliest. Wat niet wegneemt dat beide romans, zowel de contemporaine als de historische, hun pretentie een Amerikaans klassiek verhaal te vertellen ruimschoots waarmaken.

    • Jan Donkers