'Hollander Gerritsz ontdekte Antarctica'

GRONINGEN, 26 JUNI. De eregalerij van vaderlandse ontdekkingsreizigers is volgens een Groningse onderzoeker aan uitbreiding toe. In zijn boek The discovery of the far South, dat dit jaar verschijnt, schrijft Wim Ligtendag dat er gegronde aanwijzingen dat de Enkhuizer schipper Dirck Gerritsz, alias 'de Pomp', in 1599 voor het eerst het langs de Zuidpool is gevaren, ruim twee eeuwen voordat de Brit Bransfield en de Rus Von Bellinghausen Antarctica op de kaart zetten.

De laatste jaren wordt gediscussieerd over een aantal oud-Hollandse ontdekkingen. Nieuw-Zeelandse onderzoekers claimden vorige maand dat Portugese zeevaarders Nieuw-Zeeland hebben verkend, ruim voordat Abel Tasman het in kaart bracht. En vorig jaar stelde het Amerikaanse National Maritime Historical Society dat niet Hendrik Schouten en Jacob Lemaire, maar de Engelse kaapvaarder Sir Francis Drake het eerst rond Kaap Hoorn op het puntje van het Zuid-Amerikaanse continent voer. Het verhaal van Gerritsz' ontdekking is gedocumenteerd in het reisverslag van van de expeditie van Schouten en Lemaire, dat in 1622 verscheen. Het gehavende houten schip van Gerritsz 'Het vliegend Hert' zou in de buurt van Kaap Hoorn door een straffe noordenwind naar het zuiden zijn afgedreven. Op 46 graden zuiderbreedte zag hij vervolgens “Een heel hoogh berchachtig landt, vol sneeuw, als het landt van Noorweghen,” zo schrijft Lemaire in zijn scheepsjournaal. Omdat Gerritsz zelf geen geschreven verslag heeft achtergelaten, is zijn ontdekking door historici altijd verworpen. Volgens onderzoeker W. Ligtendag van het Arctisch Centrum van de RU Groningen, is het scheepsjournaal van Lemaire echter betrouwbaar.

K. Zandvliet, conservator Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum, is niet onder de indruk. “Gerritsz was een informant van diverse kooplieden en cartografen uit die tijd. Dat Lemaire senior hem kende is dus niet meer dan logisch.” Volgens Zandvliet zal het “best waar” zijn dat Gerritsz in 1599 als eerste Ancartica aanschouwde. Erg belangwekkend is dat echter niet, aldus de conservator: “Gerritsz heeft zijn waarneming niet goed gedocumenteerd en op kaart vastgelegd. Het blijft daarom een leuk verhaal, dat goed past in alle andere commotie van de laatste tijd.”