'Het land van Israel is van ons, kolonisten'

Premier Netanyahu is nu doelwit van door God en Erets-Israel bezielde Israelische kolonisten. “Je hebt geen mandaat om terug te trekken”, is de strijdleus van protesterende kolonisten in Jeruzalem.

JERUZALEM, 26 JUNI. Verdwaasd en verloren zit een Filippijns dienstmeisje uit Manila in de grote protesttent die de kolonisten deze week hebben opgezet in het gezichtsveld van het bureau van premier Benjamin Netanyahu in Jeruzalem. Wat de kolonisten bezielt om met hun vrouwen en kinderen wekenlang onder een brandende zon op deze harde rotsgrond te kamperen, ontgaat haar. “Om het land misschien?”, zegt ze met grote vraagtekens in haar ogen. Ze is zekerder van het harde werk dat ze moet doen bij het grote gezin uit de nederzettingen Ma'ale Levona dat met haar naar de tent is gekomen. “Ik voel me een slavin”, huilt ze.

“Netanyahu, waak over Erets-Israel (het land van Israel)”, eist de in koeienletters aangebrachte leus op een spandoek rond de tent. Op hoeken van straten in de buurt van de belangrijkste regeringsbureau delen jongeren uit nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever stickers uit met een tekst die stamt uit het protesttijdperk tegen de vermoorde premier Yitzhak Rabin.

Nu is premier Benjamin Netanyahu het doelwit van de door God en Erets-Israel bezielde kolonisten. “Netanyahu, je hebt geen mandaat om terug te trekken”, is de strijdleus. Dergelijke teksten zetten indertijd ook de anti-Rabin emoties in werking die tot de moord op Rabin leidden. Alsof Netanyahu op het punt staat Erets-Israel te verkwanselen, verschenen er pas in Jeruzalem plakkaten waarop hij werd getooid met de kefiah, de hoofddoek van Yasser Arafat.

In de protesttent zitten enkele leiders van Gush-Emoniem, het verbond der getrouwen. Bij Sebastia brachten ze in 1976 premier Rabin op de knieën. Bij dit oude Turkse treinstation, niet ver van de grote Palestijnse stad Nablus, begon toen het uitkerven van land in het hart van de Palestijnse bevolkingscentra voor tientallen nederzettingen. In Yamit vochten ze, zonder wapens, tegen de door de Likud-premier Menahem Begin gelaste ontruiming van de Sinai-woestijn.

Tweeëntwintig jaar later zit Benni Katsover, een van de sterke mannen in Gush-Emoniem, in de tent om de “veroveringen” sedert 1976 te verdedigen tegen mogelijke concessies van Netanyahu aan Yasser Arafat.

Zijn baard is grijs, zijn gelaat diep doorgroefd van de zware strijd maar zijn geloof in de rechtvaardigheid van zijn zaak - “Erets-Israel is van ons” - is onaangetast. “Ik ben bang dat Netanyahu geen weerstand zal weten te bieden aan de grote druk waaraan hij blootstaat op nog meer gebied aan de Palestijnen te geven. Als hij dat doet, dan is hij de eerste joodse premier die 50.000 joden (kolonisten die in de 13 procent van de Westelijke Jordaanoever wonen die in Palestijnse handen moet overgaan) aan de moordenaar Yasser Arafat uitlevert”, zegt Katsover. “Om dat te verhinderen zijn we hier. We zullen hier weken blijven. Iedere week zullen bewoners van andere nederzettingen hier komen. We hopen dat onze protesttent het begin van een grote campagne tegen terugtrekken wordt.”

Katsover en de anderen in de tent beseffen dat de meerderheid van het Israelische volk vóór verder terugtrekken is. De pijlen van hun protest zijn gericht op de Mafdal, de religieuze NRP-regeringspartij. Nauw met deze partij verbonden ex-opperrabbijnen hebben zich al schrap gezet tegen terugtrekken.

“We willen met ons protest de druk op de NRP vergroten om uit de regering te stappen als Netanyahu besluit terug te trekken. Met de steun van parlementariërs die onze zaak zijn toegedaan heeft Netanyahu dan geen regering meer. Dat is onze tactiek. Wij weten dat Netanyahu het behoud van de macht boven alles plaatst. Dat kan ondanks zijn onbetrouwbaarheid onze redding zijn.”

Overdracht van 13 procent van de Westelijke Jordaanoever brengt volgens Katsover tientallen nederzettingen “in gevaar”. “Ik weet niet of mijn nederzetting Elon Moreh (bij Nablus) helemaal door Palestijns gebied zal worden omsloten of dat we nog een veilige uitweg hebben.” Dat een derde van Israels water onder Palestijnse controle komt, grote delen van Israel binnen het bereik van Palestijnse katjoesja-raketten komen te liggen en Palestijnse riolering het Israelische grondwater zal bevuilen, zijn argumenten die in de tent tegen terugtrekking worden aangevoerd. “In het hart van de staat Israel komt een terreurstaat”, is een van de teksten op de 'kaart van de ramp' die door de kolonisten bij honderdduizenden wordt verspreid.

In vrede met de Palestijnen geloven de kolonisten niet die zich in Jeruzalem hebben verzameld. Wel in oorlog. “Die is onvermijdelijk”, zegt Katsover.

“Israel zal nooit aan alle Palestijnse eisen kunnen voldoen.” Volgens hem, en daarover bestaat in de tent unanimiteit, is het beter dat de oorlog met de Palestijnen vóór dan na de terugtrekking plaatsheeft. Nu heeft Israel in Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) nog sterke strategische kaarten in handen. De Palestijnen kunnen, voordat ze nog sterker worden en volgens de kolonisten over nog meer anti-tankraketten en andere zware wapens beschikken, snel in de pan worden gehakt. Katsover: “Gebied dat we al hebben opgegeven komt dan weer in onze handen”.

Als de oorlog met de Palestijnen ná de terugtrekking uitbreekt, zal het volgens hem moeilijker zijn snel een beslissing af te dwingen. “Als Netanyahu dan weifelt, ontwikkelt zich een uitputtingsoorlog met de Palestijnen die kan uitlopen op een nieuwe Israelisch-Arabische oorlog, zoals in 1948.”

Dit scenario schijnt de kolonisten van Gush Emuniem niet af te schrikken. God is immers hun beschermheer. Het brengen van offers voor het 'land van Israel' is een integraal element van hun zionistische belijdenis.

Hun probleem is dat de meeste Israeliërs liever een huis of auto kopen of een buitenlandse reis maken dan te sterven voor hun ideaal van 'Erets-Israel shlema' (het volledige land van Israel).