Heiner Goebbels' gekras zegeviert in 'Schwarz auf Weiss'

Voorstelling: Heiner Goebbels, Schwarz auf Weiss door Ensemble Modern onder leiding van Goebbels. Gezien: Transformatorhuis Amsterdam. Herhaling 26-6, aldaar.

Kan kunst de dood overwinnen door gekras op papier? Dat is geen vraag voor Heiner Goebbels, wiens Schwarz auf Weiss gisteravond in de Westergasfabriek op de valreep van het Holland Festival veel enthousiasme losmaakte. Het was ook geen vraag voor Edgar Alan Poe, wiens Shadow - A Parable Goebbels onverkort citeert, naast tekstfragmenten van Maurice Blanchot en T.S. Eliot. Goebbels werkte tien jaar samen met Heiner Müller en het is zijn stem die we op de band horen in Poe's Duitse vertaling: 'Du, der lesende, weilst noch unter den Lebendigen; ich der Schreibende habe längst meine Weg ins Reich der Schatten genommen.'

De lezende leeft, de schrijvende al lang niet meer, maar als men hem maar lezen blijft is de dood overwonnen, heeft het gekras gezegevierd.

Toen Müller in 1991 deze tekst op de band vastlegde, was dat minder navrant dan nu. Op 30 december 1997 overleed hij en daarmee werd Schwarz auf Weiss, aanvankelijk onbedoeld, een ode aan Müller. Niet zozeer een requiem. Müller leeft voort dankzij zijn kunst, en bovendien is de ode zeker niet eenzijdig zwaarmoedig, maar bij vlagen zelfs baldadig. Naarmate de voorstelling vordert, horen we steeds meer blazersflarden in een eenzijdige machostijl.

Schwarz auf Weiss is geschreven voor en perfect ingestudeerd door een achttienkoppig collectief uit het Frankfurtse Ensemble Modern. Ieder bespeelt meerdere instrumenten. Er zijn slechts enkele vocale en instrumentale soli, niemand springt er werkelijk uit. Elk van de drieëntwintig scènes behoudt zijn autonomie ten aanzien van de tekst, want goedkope illustraties, daar houdt Goebbels niet van; het abstracte niveau neemt zeer voor hem in. Jammer is het alleen dat zijn knarsend grimmige bassen en diplodocusachtig gegrom te vaak als vulwerk dienen.

Met Maurizio Kagel heeft Goebbels gemeen dat hij van rekwisieten een multifunctioneel gebruik maakt. Er wordt eenvoudigweg gespeeld op drie rijen banken tegen een wit achterdoek. Aanvankelijk lijkt de ruimte een gymnastieklokaal: de musici smijten van grote afstand tennisballen tegen donderplaat en grote trom. Even later is de zaal omgetoverd tot een stemmige synagoge met gesampelde joodse gezangen als lyrische impuls.

Fraai zijn de lichteffecten van Jean Kalman, niet slechts een toevoeging maar een integrerend bestanddeel van de voorstelling.

Het gekras van een pen op papier waarmee Schwarz auf Weiss begint, riep bij mij associaties op met het schrijven in een dagboek, waarbij je soms gedachtenloos afdwaalt en doedels krabbelt. Goebbels' 'doedelmuziek' was aan mij besteed, het prikkelde de verbeelding. Tegen het slot, alsof Goebbels zich realiseert dat hij niet moet afdwalen, laat hij theatraal het gehele staketsel rond het achterdoek op het podium ineen klappen. Kan ik het helpen dat ik de doedels zoals een Toccata for teapot & Piccolo veel leuker vind?

    • Ernst Vermeulen