Gesprek met fotograaf Wolfgang Tillmans; Mijn versie van normaal en mooi

Wolfgang Tillmans gelooft niet in de illusie van 'echt': “Het beeld is altijd waar.” Zijn foto's zijn te zien op 'From the Corner of the Eye', een groepstentoonstelling van homoseksuele kunstenaars in het Stedelijk Museum in Amsterdam, die morgen open gaat.

From the Corner of the Eye, Stedelijk Museum Amsterdam, 27 juni-23 augustus

Als Wolfgang Tillmans moet kiezen tussen kunstenaar en fotograaf, dan kiest hij voor fotograaf. Die keuze is eerder praktisch dan principieel. Als hij zegt dat hij kunstenaar is, dan zegt de ander: oh, je schildert. Nee, zegt hij dan, ik maak foto's. Oh, je bent fotograaf. Dus kan hij net zo goed meteen zeggen dat hij fotograaf is. Tillmans: “Fotografie en kunst zijn nu eenmaal niet met elkaar verbonden in de publieke opinie. Ik heb geen reden om daar bitter over te doen, want ik krijg alle erkenning die ik kan krijgen als kunstenaar. Vreemd is het wel, want alle interessante schilderkunst is gebaseerd op fotografie. Kijk naar Warhol, Polke, Richter, hun werk is gebaseerd op foto's. Als leverancier van beelden is fotografie de dominante kunstvorm van onze tijd.”

Eigenlijk is Tillmans (Remscheid, 1968) veel te minzaam om zijn eigen discipline met forse woorden tot hoogste der kunsten uit te roepen. In zijn antwoorden zoekt hij nuances en geeft hij blijk van zelfrelativering. Maar soms moet hij even op de barricaden. Tillmans' werk is kwetsbaar, kan makkelijk worden onderschat. Portretten van jongeren uit alternatieve subculturen, al dan niet gekleed, onderscheiden zich niet meteen van doorsnee-portretten. Foto's van bomen, parkeerplaatsen of kledingstukken ogen willekeurig, zowel naar onderwerp als uiterlijk. Compositie, kaders en kleur lijken in eerste instantie ondoordacht. Wie langer kijkt, ziet beelden die ontroeren door hun directheid, hun gebrek aan franje of ijdelheid. Ze weigeren mysterieus te zijn, maar blijven desondanks intrigeren.

“Veel mensen vragen zich af waarom ik een kunstenaar ben, want wat ze zien zijn volgens hen snapshots. Ze begrijpen niet dat ik juist veel moeite moet doen om die zogenaamde snapshot-kwaliteit - zelf vind ik het helemaal geen snapshots - te bereiken. Het probleem is dat er geen taal bestaat om over fotografie te praten. Het is makkelijk om aan te geven wat er staat afgebeeld, maar men praat zelden over de kwaliteit van het beeld of over de wijze waarop het beeld tot stand is gekomen. Soms heb ik er behoefte aan om duidelijk te maken dat het bij mij toch iets anders is dan aanwezig zijn en afdrukken. Niet per se om mezelf te verdedigen, wel om een onderbelicht aspect van mijn werk een beetje naar voren te halen.”

Bubblejet-printer

Met stukjes plakband bevestigen Tillmans en zijn assistent de niet ingelijste foto's aan de muur. De conservator vraagt voor de zekerheid nog even of dit de definitieve wijze van presenteren is. Ja, dat plakband blijft. Als eerste van de veertien deelnemers aan de groepsexpositie 'From the Corner of the Eye' is Tillmans aanwezig in het Stedelijk Museum in Amsterdam om zijn zaal in te richten. Al tien jaar lang reist de succesvolle fotograaf, momenteel wonend in Keulen, rond de wereld om zijn werk te exposeren. Morgen moet de zaal zijn ingericht, dan gaat hij naar het Reina Sofía Museum in Madrid. De presentatie is opmerkelijk: de foto's hangen op verschillende hoogtes in groepjes bij elkaar. Alleen de Concorde-serie, een hommage aan het achterhaald-moderne vliegtuig, hangt keurig in het gelid. Het aanbod is divers, variërend van een enorme afdruk uit een bubblejet-printer met een kleurig stilleven van fruit tot een kiekje-van-vriend van 10 bij 15 cm uit de ontwikkelmachine.

Zelf beschouwt Tillmans zijn wijze van presenteren als een installatie, ontstaan na een aantal dagen zoeken en proberen. “Ik gebruik exposities om over mijn werk na te denken, om het te testen. Elke foto in de installatie kan op zichzelf staan, maar sommige beelden zijn luidruchtiger dan anderen. Die combinatie van beelden, waarbij sommige beelden wat meer tijd nodig hebben om tot je door te dringen, komt overeen met de werkelijkheid. Daar zie ik ook verschillende lagen op hetzelfde moment. In mijn werk probeer ik die parallelle waarneming weer te geven.”

Soms komt de werkelijkheid wel heel dichtbij. Tillmans maakt geen onderscheid tussen door hem aangetroffen en geconstrueerde situaties, tussen gevonden en gemaakte beelden. “Het zou vreemd zijn om aan te nemen dat niets dat er al is interessant genoeg zou zijn om te fotograferen. Een spontane situatie kan net zo spannend zijn als een kunstmatige. Voor de kijker maakt het niet uit, het enige dat telt is wat staat afgebeeld, bijvoorbeeld een stel mensen op het strand. Het beeld is altijd waar, het maakt niet uit of ik die mensen daar heb neergezet of dat ze er uit zichzelf aanwezig waren. Hoe ze er ook zijn terechtgekomen, op het moment van de foto zijn ze er. Mijn taak is om te zien dat de spontane situatie net zo interessant is als de kunstmatige. Daar heb ik een gevoeligheid voor ontwikkeld die ik beschouw als de basis van mijn werk.”

Wat hij precies toevoegt aan de niet-geconstrueerde beelden is moeilijk te zeggen, maar ze krijgen bij Tillmans inderdaad eenzelfde lading als de in scène gezette situaties. Een stukje buik van de Concorde boven de huizen of een fotomodel dat recht in de camera kijkt, qua intensiteit doen ze niet voor elkaar onder. Tilmanns weet met zijn schijnbaar achteloze waarneming een onvermoede betrokkenheid bij de kijker op te roepen. Zijn verzet tegen het modieuze etiket 'snapshot' is begrijpelijk vanwege de suggestie van willekeur. De niet-discriminerende blik van Tillmans - elk onderwerp is in potentie een foto waard - trekt zich niets aan van genre-scheidingen: zowel in de modefotografie als in de sociale fotografie geldt hij als een buitenstaander. Die tussenpositie komt mooi tot uiting in een foto van Bianca Jagger, betrapt bij het inchecken op een vliegveld. 'Betrapt' klopt niet helemaal: Jagger heeft haar hoofd richting camera gedraaid, Tillmans is geen paparazzo. De rommelige omgeving maakt het echter onmogelijk om van een 'portret' te spreken en ironiseert de gestileerde perfectie die we associëren met iemand als Bianca Jagger.

In tegenstelling tot veel collega's hecht Tillmans niet aan de illusie van de afwezige fotograaf. “Ik heb nooit geloofd in authenticiteit. Ik ben me altijd bewust van mijn rol als bemiddelaar, in mijn foto's is altijd duidelijk dat de geportretteerden zich realiseren dat het om een gefotografeerd moment gaat. Ze maken deel uit van het beeldvormende proces en dat weten ze.” Tillmans noemt Larry Clark en Nan Goldin als fotografen die suggereren dat de kijker getuige is van een situatie die spontaan plaatsvindt. Ironisch genoeg vestigen juist de fotografen die doen alsof ze de werkelijkheid betrappen de aandacht op zichzelf. Bij foto's van Clark en Goldin is het onontkoombaar om aan de maker te denken, en dat is iets waar Tillmans niets van moet hebben. “Mijn werk moet niet naar mij wijzen, maar naar de mensen op de foto's.”

Jongerencultuur

Uitgangspunt voor Tillmans' eerste omvangrijke publicatie - in september verschijnt zijn tweede boek, eveneens bij uitgeverij Benedikt Taschen - was onvrede over het eenzijdige beeld van zijn generatie. Een representatief portret van de jongerencultuur begin jaren negentig wilde hij niet maken, want 'dat zou betekenen dat ik ook heel saaie mensen had moeten fotograferen en daar had ik geen zin in'. Wel moesten de foto's laten zien dat de werkelijkheid gecompliceerder is dan de gangbare beeldvorming suggereert. Dat twintigers zich niet in hokjes laten stoppen. “Sommige beelden zijn dominant omdat ze door een meerderheid worden aanvaard als normaal en mooi. Door mijn versie van normaal en mooi toe te voegen aan die beelden, probeer ik een alternatief te bieden voor de 'mainstream'. Besef van diversiteit draagt bij aan tolerantie, begrip.”

Galeries trekken te weinig publiek voor dergelijk idealisme, dus publiceerde Tillmans zijn foto's aanvankelijk in Engelse kunsttijdschriften en later als bijlagen in Duitse kranten. Een van de ontwikkelingen waar zijn werk toe heeft geïnspireerd, is het dichten van de kloof tussen modefotografie en kunstzinnige fotografie. Ook al blijft het wantrouwen bestaan, de wederzijdse inspiratie kan niet worden ontkend. “Veel van mijn vrienden zijn links georiënteerde kunstenaars, maar ze lezen allemaal Vogue en ze kennen alle supermodellen. Mode is nu eenmaal sterk aanwezig in onze beeldcultuur en vervult een cruciale rol. Goede modefotografie komt neer op krachtige beelden van mensen, dus is het geen wonder dat de advertenties in glossy tijdschriften interessanter zijn dan de artikelen. Alleen noem ik het geen kunst zolang het commerciële doel bepalend is. We denken dat high en low culture tegenwoordig volledig in elkaar zijn opgegaan, en inderdaad, een videoclip is vaak interessanter dan een kunstvideo. De popcultuur levert werk dat veel machtiger is dan kunst, en in potentie is het net zo puur en oprecht als kunstuitingen. Helaas wordt dat werk slechts zelden op die manier gebruikt en wordt het meestal ingezet voor commercieel gebruik. Daarmee gaat de oprechtheid verloren.”

Het uitgangspunt voor de expositie in het Stedelijk Museum is bij voorbaat omstreden. Het denigrerende etiket 'homo-kunst' ligt op de loer, ook al wordt de achterliggende gedachte uiterst behoedzaam geformuleerd - 'De tentoonstelling laat zien hoe aspecten van homoseksualiteit in artistieke overwegingen kunnen worden betrokken en hoe veelzijdig en fijnmazig deze in de kunst van nu doordringen' - en met verwijzingen naar de 'queer theory' heel verantwoord onderbouwd.

Tillmans heeft er geen moeite mee. “Ze zeggen gewoon: dit zijn homoseksuele kunstenaars en dit is hun werk, kijk zelf maar of er een verband is of niet. Ik kan er goed mee leven. Als kunstenaars wordt ons niet gevraagd om met ons werk commentaar te leveren op het idee van de tentoonstelling. Ik heb er een hekel aan als mijn werk wordt gebruikt om de ideeën van een conservator te illustreren, maar dat is hier niet het geval.”

Is het niet vreemd om te worden uitgenodigd voor een tentoonstelling op grond van je seksuele identiteit?

“Elders word ik uitgenodigd als Duitse kunstenaar of jonge fotograaf, dat maakt weinig verschil. In vergelijking met de bizarre noemers van groepstentoonstellingen die ik heb meegemaakt - The artist as nomad, Intimacy in contemporary art - vind ik dit een zinvol idee. Identiteit is nu eenmaal een krachtige factor in het leven van een kunstenaar. Bovendien: iedereen heeft tegenwoordig een hekel aan politieke correctheid, maar volgens mij is er niets mis mee. Er is zoveel politieke incorrectheid op de wereld, een beetje tegenwicht kan geen kwaad.”