Gek van oranje

Rupert Thomson: Soft. Uit het Engels vertaald door Gerrit de Blaauw. De Bezige Bij, 367 blz. ƒ 39,90.

Jimmy Lyle, een van de hoofdpersonen in Soft, de nieuwe thrillerachtige roman van Rupert Thomson, is een man onder druk. Als senior brand manager van de East Coast Soda Corporation is hij verantwoordelijk voor de lancering van een nieuwe frisdrank in Groot-Brittannië, Kwench! genaamd. Maar om er helemaal zeker van te zijn dat dit goed verloopt, heeft het hoofdkantoor een 'probleemoplosser' gestuurd die erom bekend staat problemen meestal te ontsláán. Lyle wil indruk maken en bedenkt een onorthodoxe reclamestrategie: er worden betaalde vrijwilligers geworven, zogenaamd voor een slaaponderzoek, die dan positieve boodschappen over Kwench! in hun onderbewuste geprent krijgen, en ze vervolgens op volkomen natuurlijke wijze in van mond tot mond reclame zullen verspreiden.

Het is nog tot daaraantoe dat Thomson het toch tamelijk afgezaagde idee van subliminale beïnvloeding neerzet als een schokkend en revolutionair concept, en daar zijn hele roman om laat draaien. Maar voordat dit ter sprake wordt gebracht, zijn we al bijna op de helft van het boek. Eerst maken we kennis met Barker Dodds, een uitsmijter uit Plymouth. In een poging zijn gewelddadig verleden achter zich te laten verhuist hij naar Londen, waar hij zich schuilhoudt in de flat van een kennis en een baantje als kapper neemt. Alles loopt gesmeerd, totdat zijn kennis hem om een kleine vriendendienst vraagt: of hij voor een anonieme opdrachtgever een meisje kan laten verdwijnen.

Op dit punt verlegt Thomson het perspectief naar Glade Spencer, een wat wereldvreemde serveerster die meedoet aan een slaapexperiment om wat extra geld te verdienen. Naderhand voelt ze zich eigenlijk niet zo goed, ze is nog warriger dan voorheen en heeft een vreemde obsessie gekregen voor de kleur oranje en voor een frisdrank waar ze nog nooit eerder van gehoord had.

Tegen de tijd dat eindelijk het frisdrankenbedrijf genoemd wordt, is de lezer al behoorlijk ongeduldig geworden. Dat Soft gaat over subliminale reclame en dat het allemaal niet goed afloopt, wisten we al, want dat staat op het omslag van het boek. Thomson heeft de neiging om uit te weiden over familieleden, vrienden en buren van zijn personages, maar dat leidt niet zozeer tot inzicht in die personages als wel tot een reeks irrelevante bijrollen.

De hoofdpersonen zelf blijven vrij vlak en zijn bovendien opgezadeld met een aantal gratuite en ongeloofwaardige attributen. Zo leest de uitsmijter geschiedkundige werken over de Middeleeuwen ('meestal een oorspronkelijke bron zoals Beda'), en heeft de tamelijk onnozele serveerster als vriendje een schatrijke Amerikaanse jurist die haar af en toe laat overvliegen maar verder niet in haar geïnteresseerd lijkt. In plaats van de spanning te verhogen leidt deze te lange aanloop langs te veel zijpaden eerder tot stagnatie van de intrige. Vreemd, want Thomson heeft in zijn vorige thriller The Insult toch ruimschoots aangetoond suspense te kunnen creëren.

Uiteindelijk, op bladzijde 281, verschijnt Barker weer ten tonele. Zijn opdrachtgever stelt hem een ultimatum, en toont hem ter motivatie een videoband over wat er met dwarsliggers gebeurt. Barker krijgt nog 24 uur om Glade te laten verdwijnen. En dan wordt het toch nog even spannend. Maar dat is, zoals de Engelsen zeggen, too little, too late.