Fade out

De ware emotie van een kunstwerk wordt pas geopenbaard in de fade out, als de kijker of luisteraar eenzaam achterblijft, overgeleverd aan zijn eigen verbeeldingskracht. Op zoek naar het pure spul na de aftiteling.

Om maar direct bij het einde te beginnen: “In de verte floot de sleepboot; zijn roep klonk over de brug, over een boog, nog een boog, de sluis, een andere brug, ver, hoe langer hoe verder. Hij riep alle aken van de rivier om naar hem toe te komen, allemaal, en de hele stad, en de hemel en al het land, en ons, alles voerde hij mee, ook de Seine, alles, want hij wilde niet dat iemand er nog over sprak.” Het is het slot van Reis naar het einde van de nacht van Louis Ferdinand Céline, in de vertaling van E.Y. Kummer, en een mooier einde van een boek ken ik niet.

Waarom? Omdat Céline er, met het beeld van de sleepboot die de hele wereld wegsleept, een wereld die hij in de 650 pagina's daarvoor had opgeroepen (en dat is ook inderdaad de hele wereld), in geslaagd is om een verdwijnpunt te creëren, waar die wereld tot de laatste centime, de laatste oprisping, de laatste snik, langzaam, oneindig langzaam, in oplost. Het einde van de 'Reis' is het definitieve einde, juist omdat er geen einde aan komt - niet aan het einde en niet aan de reis, want wij zitten tenslotte met z'n allen op dezelfde sleepboot: Céline, zijn personages en wij. En midden op de dag is het nacht.

Ik herinner me een film, maar het kan een droom geweest zijn of een stripverhaal, waarin iemand bezig was mensen te vermoorden, alleen maar om hen in hun doodstrijd uit te kunnen horen over het grote geheim dat hen - dat wist de moordenaar zeker - in hun laatste momenten deelachtig werd. Maar tot zijn diepe teleurstelling hielden al die egoïsten hun kostbare inzichten voor zichzelf. Het zou duren tot het moment dat hijzelf dodelijk werd getroffen door politiekogels, voor hém een licht opging. Of niet.

Zijn methode was wat drastisch, maar ik deel de fascinatie van deze fictieve moordenaar voor wat er geopenbaard wordt in een fade out. Of het nu gaat om het einde van een leven, een roman, een lied, een film, of - vergelijkbaar, maar dan binnen één vlak en statisch - wat er zich afspeelt op de achtergrond van een schilderij. Om met het laatste te beginnen: wie wil weten waarom de Mona Lisa glimlacht, hoeft alleen maar even een eindje te gaan wandelen in het groenblauwe landschap van heuvels en valleien, waarop zij slechts gedeeltelijk het zicht heeft benomen. Even stevig doordromen en je bent erin (eruit).

Bij films begint de ideale fade out direct na de ontknoping van het verhaal, wanneer de camera - op de wijze van de sleepboot van Céline maar dan in omgekeerde richting - langzaam afstand neemt van de personages en hun directe omgeving. Ze lijken overspoeld te worden door het leven van alledag, dat haar loop herneemt. En het moment suprême is het moment dat werkelijkheid en verbeelding op het doek in precies dezelfde verhouding gemengd zijn als in het hoofd van de toeschouwer. Sommigen voelen dan nog geruime tijd na het verlaten van de zaal het gewicht van twee Colt .45's op de heupen, of snellen op een gouden strand hun grote liefde tegemoet, of nemen bibberend in de existentiële regen hun plaats langs de snelweg in. Zelf meng ik mij zo onopvallend mogelijk onder de figuranten op het doek, slenter, fiets, rijd samen met hen uit beeld en weet zo tijdelijk te ontkomen aan de dubieuze rol die ik vertolk in het bestaan aan deze kant van het scherm.

Openbaringen

Niet zelden wordt hetzelfde effect trouwens bereikt wanneer er niets anders op het doek te zien is dan het langzaam voorbijtrekken van de aftiteling. Daarom is - wat bij sommige televisiestations de gewoonte is - het onmiddellijk na het laatste beeld, door middel van de delete-knop van de reclame, afkappen van een film zo misdadig. Wat er gewist wordt is niet alleen de directe herinnering aan de film zelf, maar ook alle emoties, inzichten, inlevings- en verbeeldingskracht die wij erin hadden geïnvesteerd. Een vorm van hersenspoeling waardoor wij telkens wéér een stukje korter aangebonden zijn geworden, ontevredener, onverschilliger, ziellozer. De ziel is sowieso nogal gebrand op een waardig einde. Ik vermoed zelfs, dat ziel en eindigheid twee handen op één buik zijn, twee kanten van dezelfde medaille.

De term 'fade out' wordt het meest gebruikt in de (pop)muziek, bij liedjes, als tegenstelling tot 'staand slot', wat 'boem is ho' betekent. En daar, in het langzaam wegstervende geluid aan het eind van een nummer, heb ik altijd het fanatiekst op openbaringen gejaagd. Hoe vaak heb ik niet (als Gene Hackman in de film The Conversation en John Travolta in Blow Out) mijn oor tegen de buik van de luidspreker gedrukt - terwijl ik de volumeknop maximaal opendraaide, om maar niets te missen van de wanhopige smeekbeden, het gestotterde protest, het ontspannen geneurie of het gelaten gekreun waarmee de stem aan het einde, nee, ná het einde van het lied de stilte werd ingezogen. En dat alles in de hoop dat ik temidden van het steeds luider suizen van de vergetelheid iets te horen zou krijgen wat eigenlijk niet meer voor mijn oren bestemd was. Iets dat niets meer met het lied te maken had waaruit de zanger of zangeres zich net had losgezongen, maar alles met wat hij of zij daar van zichzelf had ingelegd. Het moment dat de stem in de fade out - de twilight zone van elk kunstwerk - even uit zijn rol was gevallen, zijn eigen echo hadgevonden: een antwoord op zichzelf. En daarmee was het een vehikel geworden, niet alleen voor dit ene lied, maar voor het lied dat in alle dingen slaapt.

Over openbaringen gesproken. Het is het pure spul dat er op zo'n moment vrij komt. Vrij uit het kunstwerk als de structuur die nodig was om onze aandacht te krijgen en vrij uit de voetangels en klemmen van ons eigen bewustzijn waar die aandacht voortdurend door ons ego wordt opgeëist. Het pure spul, mama, waar alles uiteindelijk van gemaakt is, nee: elk moment, instant, van gemaakt wordt. Wat wij werkelijk noemen, wat wij verbeelding noemen, dromen, alle verworvenheden van de nacht, en met name de grote sleepboot, het schip van onze dood. Okay, helemáál honderd procent puur is moeilijk aan te komen, maar bijna, is mijn ervaring, zeker als je de boel een beetje knap wil houden, is dichtbij genoeg.

Liefdesgekte

In wat - samen met het handenwringend weglopen aan het slot van ontelbare soulballads - misschien wel mijn favoriete muzikale fade out is, komt zelfs helemaal geen stem meer voor. Het gaat om het nummer China Girl van de door David Bowie geproduceerde elpee The Idiot van Iggy Pop uit 1977. Daarin doorloopt Iggy's alter ego binnen drie minuten en in vijf korte poëtische coupletten alle stadia van liefdesgekte: van slopende afhankelijkheid, via cool en tragisch heldendom tot aan destructieve almachtsfantasieën en paranoia. Maar zijn China Girl is niet onder de indruk van zijn geschuimbek, ze zegt alleen maar even “Oh Jimmy just you / Shut your mouth / She says 'SShhh...' ” en is hij stil. Je voelt gewoon hoe ze haar ivoren handjes om zijn verhitte voorhoofd klemt en hoe tijdens het daaropvolgende, twee minuten durende instrumentale naspel alle razernij langzaam uit zijn slapen wegvloeit. Een naspel dat, zelf emotioneel neutraal, juist omdat het doorgaat, eindeloos doorgaat voor je gevoel, waar andere fade outs ophouden, een perfecte muzikale replica is van de sleepboot van Céline.

Iggy en zijn China Girl waren al zwijgend onderweg naar buiten maar zijn nu, tijdens de eerste vastberaden maten van het naspel, totaal uit het zicht verdwenen. Weer een paar maten later zijn we ook hun hele geschiedenis vergeten. Het lijkt trouwens wel of iederéén al naar huis is, we staan in een lege, donkere studio, maar waar komt dan die muziek vandaan? En dan lossen de muren op en strekt zich, terwijl wij langzaam opstijgen, naar alle kanten de nacht voor ons uit en knipperen onder ons de lichten op aarde, en het volgende moment zijn we plotseling aan de andere kant van de nacht, thuis - in alle huizen van de stad tegelijk, thuis.

Dat zijn de momenten. De momenten waarop de muziek, de film, de roman of het schilderij in de fade out wegvaren van het lied, het verhaal, het onderwerp, maar onverminderd zijn sleepkracht behoudt. Wat zeg ik: pure sleepkracht geworden is. Een tot op het onzichtbare hart van de machinerie ontmanteld en tegelijkertijd in de droomwerkplaats van de verbeelding weer in elkaar gepuzzeld vervoermiddel waarmee je moeiteloos dwars door alle eindes heen kunt varen, tot aan het laatste eind aan toe.

Fred Astaire en Ginger Rogers die samen wegdansen naar de horizon, dat is niet alleen de mooiste manier om het leven te verlaten, maar ook, en misschien juist daardoor, de mooiste manier om erin te komen. Hun fade out, onze fade in. Hun valreep, onze springplank. Gewoon een kwestie van inlevingsvermogen. Van ons, op het juiste moment, wanneer het soortelijk gewicht van droom en werkelijkheid, van zijn en niet-zijn, heel even precies gelijk is, letterlijk inleven - en we'd be allright.

Over de rest wordt niet meer gesproken.

    • Roel Bentz van den Berg