ETA streept weer een naam af van zijn dodenlijst

De ETA vermoordde gisteren voor de zesde keer binnen een jaar een conservatief raadslid. De schuchtere anti-held Manuel Zamarreño was gewoon aan de beurt.

MADRID, 26 JUNI. Wie zijn leven lief heeft, kan beter geen raadslid worden van de Partido Popular. In een jaar tijd zijn zes gemeenteraadsleden, in meerderheid Basken, door terroristen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA doodgeschoten of opgeblazen. Gisteren was het de beurt aan Manuel Zamarreño, een schuchtere, kalende veertiger met een bril en een baardje, vader van vier kinderen, geboren en getogen in Baskenland, raadslid in Rentería.

Heel Spanje kan zich de lokale politicus nog goed herinneren, omdat hij de plaats innam van zijn vriend José Luis Caso, het raadslid dat afgelopen december door de ETA werd neergeknald. Vierentwintig jaar werkten ze samen op de scheepswerf. Een van ellende rillende Zamarreño gaf eerlijk toe dat hij doodsbang was. “Ik ben nu aan de beurt op de kieslijst”, vertelde hij bij zijn benoeming in de raad. “Ik moet het doen, al ben ik in paniek. Uit loyaliteit met José Luis.” Wij zijn geen helden maar normale mensen die in vrede willen leven, zo sprak hij afgelopen weekeinde nog tijdens een bijeenkomst.

Nog geen half jaar later kan de naam van Manuel Zamarreño afgestreept worden van de dodenlijst van de ETA, die met een macaber gemiddelde van een raadslid per twee maanden wordt afgewerkt. Zijn lichaam werd gisterochtend aan flarden geblazen toen hij even de deur uit ging om een brood te kopen. Een brommer volgeladen met explosieven werd tot ontploffing gebracht met een afstandsbediening op het moment dat hij er langs liep. Zijn lijfwacht, een agent van de Baskische regiopolitie, ontsnapte aan de dood, maar belandde wel in het ziekenhuis.

De terreur, die in niets meer te onderscheiden valt van systematische mafia-liquidaties, is bedoeld om de Partido Popular letterijk uit Baskenland te drijven. “Jij bent de volgende”, zo had de ETA-jeugdbeweging Jarrai al op de muren van Rentería laten weten. Auto's in brand steken, molotov-cocktails in woningen gooien: het is de huis-tuin-en-keuken-terreur tegen conservatieve en socialistische raadsleden. En wie er wat van zegt is helemaal het haasje. Zo had Zamarreño bij zijn aantreden de euvele moed verzameld om collega-raadsleden van Herri Batasuna, de politieke tak van de ETA, rechtstreeks te beschuldigen te hebben meegewerkt aan de moord op zijn vriend Caso. Hij tekende daarmee vrijwel zeker zijn eigen doodvonnis.

Alle terreur ten spijt, of misschien wel dankzij de moordaanslagen, staan zowel de Partido Popular als de socialistische partij in Baskenland in de peilingen voor de komende regioverkiezingen stevig op winst. Dit ten koste van het Baskisch-nationalistische blok: zowel Herri Batasuna als de Baskisch-nationalistische PNV stevent op verlies af. De PP haalt Herri Batasuna in als derde partij in Baskenland.

De PNV, die zich als grootste partij in Baskenland graag als gematigd en democratisch afficheert, zit na de moord van gisteren opnieuw in een lastig pakket. PNV-leider Xavier Arzalluz, die gisteren zweeg over de aanslag, heeft de afgelopen weken bij herhaling laten weten dat hij ondanks de voortgaande terreur in gesprek wil blijven met de ETA. Dat is in strijd met de afspraken die tussen de partijen waren gemaakt na de moord op het jeugdige raadslid Miguel Ángel Blanco, nu bijna een jaar geleden. De Socialistische Partij heeft nu een ultimatum gesteld: als de nationalisten volgende week opnieuw met Herri Batasuna voor een wet stemmen, stappen zij uit de coalitie met de PNV en valt de regioregering. Daarmee komt een tweedeling in Baskenland tussen het nationalistische blok en de niet-nationalistische partijen naderbij. De nieuwe moord heeft de zaken op scherp gesteld.

    • Steven Adolf