Eerbied voor mensenrechten

Zolang geschiedenis wordt geschreven, spelen verschillende teksten een fundamentele rol in het verloop van gebeurtenissen in de wereld.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is zo'n document, dat echter in één opzicht van alle andere verschilt: de werking ervan beperkt zich niet tot één cultuur of beschaving. De Verklaring is van meet af aan bedoeld als een universeel geldige verzameling uitgangspunten voor het samenleven van mensen en volkeren.

Zulke fundamentele teksten ontstaan niet zomaar. De Verklaring van de Rechten van de Mens is voortgekomen uit het bijzondere klimaat in de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen de mensheid besefte dat ze herhaling van de recente apocalyptische gruwelen moest voorkomen en afspraken moest maken over een fundamentele, wereldwijde gedragscode.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is van invloed op VN-documenten, honderden internationale verdragen en constitutionele instrumenten in tal van landen afzonderlijk. Ze lag ten grondslag aan de Slotakte van Helsinki in 1975, die een einde hielp maken aan de bipolaire verdeling van de wereld. Immers, de akkoorden van Helsinki werkten als katalysator voor de activiteiten van de dissidente bewegingen in communistische landen. Mannen en vrouwen die de door hun regeringen ondertekende akkoorden serieus namen, gebruikten ze om hun strijd te intensiveren en zo het totalitarisme in zijn wortel aan te tasten.

Toch worden in veel landen de mensenrechten nog altijd geschonden, genegeerd of onderdrukt - soms in lichte mate, soms met bruut geweld. Verrassend is dat natuurlijk niet: onze complexe wereld laat zich niet zomaar veranderen door het aannemen van een verklaring.

Ondanks veelvuldige inbreuken op de beginselen van deze mondiale belofte weegt de historische betekenis ervan ruimschoots op tegen de nog bestaande gruwelen. Voor het eerst in de geschiedenis bestaat er nu een mondiaal geldig document dat de ellende in deze wereld een spiegel voorhoudt: een universele standaard waaraan we de feitelijke stand van zaken kunnen afmeten en uit hoofde waarvan we kunnen optreden tegen onrecht. Omdat iedereen deze standaard heeft onderschreven, wagen slechts weinigen het die als zodanig te kritiseren. Zij die de mensenrechten met voeten treden, worden geconfronteerd met een historisch nieuw fenomeen: hun optreden maakt de ondertekening van de Verklaring door hun land namelijk tot een daad van hypocrisie.

Helaas zijn massale schendingen van fundamentele mensenrechten nog steeds een realiteit: genocide in Rwanda, moorden in Tsjetsjenië en Bosnië, de toestand in Tibet, Noord-Korea, Birma, Cuba en nu weer in Kosovo. Met een beroep op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens kunnen we deze bedreigingen van leven, vrijheid en waardigheid aan de kaak stellen, of althans aanwijzen. Het bijzondere tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag ontleent zijn bevoegdheden ook aan de Verklaring.

Waarom genieten mensen mensenrechten? Het antwoord hierop is niet uitsluitend dat zij staan opgesomd in een contract tussen mensen die het een praktisch idee vonden hun rechten te formuleren en te garanderen. Natuurlijk heeft de Universele Verklaring wel de vorm van een contract of convenant, net als honderden of duizenden andere wetten en regels. Dit convenant echter is ontstaan op grond van denkbeelden en uitgangspunten die geen uitleg van node hebben.

Neem nu de 'menselijke waardigheid'. Alle documenten over grondrechten en mensenrechten zijn ervan doortrokken. We vinden dit zo vanzelfsprekend dat we geen reden zien de vraag te stellen wat 'menselijke waardigheid' eigenlijk betekent, of waarom de mensheid haar bezit. Ook vragen we niet waarom het nuttig is haar te huldigen en te eerbiedigen.

De diepste wortels van wat we mensenrechten noemen bevinden zich namelijk buiten ons, boven ons; ergens voorbij de wereld van menselijke afspraken. Ze zijn afkomstig uit het rijk van de metafysica. Hoewel velen dit niet beseffen, ontlenen mensen - de enige levende wezens die zich hun bestaan en hun sterfelijkheid ten volle bewust zijn, die hun omgeving als een wereld waarnemen en met die wereld een innerlijke betrekking onderhouden - hun waardigheid, en ook hun verantwoordelijkheid, aan de wereld als geheel; dus aan hetgeen zij zien als het centrale thema van de wereld, haar ruggengraat, haar orde, haar richting, haar wezen, haar ziel - noem het zoals u wilt. Christenen formuleren het eenvoudig zo: de mens is geschapen naar Gods beeld.

Hoewel de wereld thans wordt omspannen door één mondiale beschaving, is die beschaving gebaseerd op de coëxistentie van diverse culturen, godsdiensten, beschavingsruimten. Steeds vaker zien we botsingen tussen deze tradities en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Vaak zijn vermeende contradicties eenvoudig boosaardige voorwendsels van autocraten die onrecht trachten te legitimeren door op het 'anders-zijn' van hun cultuur te wijzen. Soms ook is er een echte discrepantie en worden de door de Euro-Amerikaanse wereld ontwikkelde standaarden in alle oprechtheid gezien als vreemde bedenksels die men wel kan respecteren maar niet innig omarmen.

Sommigen vinden dat de drijfveren achter de Universele Verklaring te werelds, te materialistisch zijn en te weinig eerbied tonen voor de hogere autoriteit die de bron is van alle morele imperatieven en de daarvan afgeleide rechten. Dit is onjuist. De Westerse standaarden inzake de mensenrechten vormen juist een moderne toepassing van christelijke beginselen. Van buitenaf bezien lijkt dat misschien anders - en als deze rechten wel zo werden opgevat, zou dat misschien nog wel kwalijker zijn, want dan zouden ze te zien kunnen zijn als religieus imperialisme onder een wereldse dekmantel.

Er staat ons maar één begaanbare weg open om deze rechten in de niet-Westerse wereld niet als vreemd en oneigen te laten overkomen. En dit zou zelfs Westerlingen kunnen helpen die geneigd zijn de spirituele dimensie van hun waarden en de metafysische oorsprongen van de rechten die we poneren uit het oog te verliezen, en die documenten zoals de Universele Verklaring dus eenvoudig als een goede zaak zien. De oorspronkelijke fundamenten van alle godsdienstige stelsels bevatten namelijk in een of andere vorm dezelfde grondbeginselen, dezelfde morele imperatieven. Godsdiensten verschillen enorm in denkrichting, in mentaliteit, in karakter en in liturgie. Maar als we gaan graven vinden we dezelfde grondbeginselen - dezelfde oproep tot nederige eerbied voor wat zich om ons heen en boven ons bevindt, tot fatsoen en solidariteit; dezelfde verwijzingen naar het geheugen van het universum waar al ons handelen wordt getoetst op zijn echte waarde. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bevat die waarheid omdat ze voortkomt uit de universele spirituele idee dat de mensheid verantwoordelijkheid draagt voor de gehele wereld.