Droomfabriek van de klassieke oudheid; De Griekse roman wordt herontdekt

De roman is een oud-Griekse uitvinding, en was de soap van de antieke wereld. Dat zijn de belangrijkste uitgangspunten van 'De roman in de oudheid' van de Duitse classicus Niklas Holzberg. Zijn soepel geschreven monografie is nu tegelijk met twee Griekse romans in het Nederlands vertaald.

Niklas Holzberg: De roman in de oudheid. Uit het Engels vertaald door Tinke Davids. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 152 blz. ƒ 39,90 Chariton: Chaireas en Kallirhoë. Een liefde. Uit het Oud-Grieks vertaald en toegelicht door Emilie van Opstall. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 159 blz. ƒ 57,50

Achilleus Tatios. De liefdesperikelen van Leukippe en Kleitofon. Uit het Oud-Grieks vertaald en toegelicht door Hein L. van Dolen. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 175 blz.ƒ 57,50

Door het oostelijk Middellandse-Zeegebied, in het rijk van de Romeinse keizer Claudius, reist een man met een missie. Zijn weg is lang en vol ontberingen, soms levensgevaarlijk. In Athene wordt hij bespot, in Efeze bijna gelyncht; in Jeruzalem wordt hij gearresteerd, en op Malta gebeten door een giftige slang. Hij lijdt honger en schipbreuk, krijgt te maken met samenzweringen tegen zijn leven, en raakt verwikkeld in rechtszaken die door moreel verwerpelijke machthebbers tegen hem worden aangespannen. Maar onze held overleeft alles en bereikt uiteindelijk Rome, het centrum van de antieke wereld. Veilig - voor zolang als het duurt.

Zelfs in tijden van ontlezing zal het bovenstaande velen bekend in de oren klinken: het is het tweede deel van De handelingen der apostelen, het verslag van de evangelisatiereizen van Paulus van Tarsus. Voor religieuze lezers is dit antieke avonturenverhaal - volgens de overlevering geschreven door Paulus' reisgezel Lucas - een aansprekende illustratie van de kracht van het geloof temidden van beproevingen. Voor historici is het een geromantiseerde weerslag van de campagnes ter verbreiding van het vroege christendom. Maar voor kenners van de literatuurgeschiedenis is het een goed (en vroeg) voorbeeld van de 'Griekse roman', de oervorm van het prozagenre dat sinds de zeventiende eeuw stormachtig opmars heeft gemaakt.

Tenminste, dat schrijft de Duitse hoogleraar Niklas Holzberg in zijn nu vertaalde studie De roman in de oudheid (Der antike Roman). Hij onderstreept de thematische overeenkomsten tussen De handelingen en overgeleverde romantische fictie uit de Griekse late oudheid, en suggereert dat Lucas zich bewust aan de stijl en de techniek van deze 'antieke romans' spiegelde: 'Dan kon hij namelijk aannemen dat het type lezer dat het meest van dergelijke teksten had genoten, eerder bereid was zijn boek te lezen.' Waaraan Holzberg nog toevoegt dat op Lucas' werkwijze nog flink is voortgeborduurd door de anonieme auteurs van latere, apocriefe Handelingen. Zij voegden zelfs het belangrijkste thema uit de Griekse romans nog toe: liefde die wordt tegengewerkt door de boze buitenwereld. Alleen is het niet de liefde tussen man en vrouw die tot avonturen leidt, maar die van de bekeerling jegens Jezus. Van de in Griekse fictie zo populaire seksscènes is in De handelingen dan ook weinig terug te vinden.

In De roman in de oudheid, dat oorspronkelijk in het Duits verscheen en in 1995 voor een Engelse editie geheel herzien werd, staan meer van dit soort eye-openers. Holzberg is de wetenschapper die in de jaren tachtig, toen de wereld in de ban was van televisieseries als Dallas en Dynasty, de avonturenverhalen uit de laat-hellenistische tijd (vanaf de tweede eeuw vC) vergeleek met moderne soaps; en die pleitte voor de herwaardering, en vooral de herlezing, van deze antieke triviaalliteratuur. Tegelijkertijd wilde hij in zijn monografie ook laten zien hoe en wanneer de Griekse roman geboren werd, en in welk opzicht de boeken van auteurs als Chariton, Achilleus Tatios, en Longos (van het zeven jaar geleden in het Nederlands vertaalde Dafnis en Chloë) afweek van dat van andere prozaschrijvers.

Don Quichot

Dat de roman als literaire vorm niet geboren werd op het moment dat Cervantes de eerste zinnen van Don Quichot (1605-15) op papier zette, zal voor niemand nieuws zijn. Zelfs de Engelsman Ian Watt, die in een baanbrekende studie (The Rise of the Novel, 1957) claimde dat de moderne roman werd ontwikkeld door Daniel Defoe en Samuel Richardson, wist heel goed dat de basis voor het genre al veel eerder was gelegd. Verzonnen verhalen in proza, over herkenbare personages, waren al bekend sinds de ridder- en heldenepen uit de twaalfde eeuw. 'Romances' werden die verhalen genoemd, omdat ze - anders dan de geleerde literatuur in het Latijn - waren geschreven in de volkstaal, de lingua romana. Maar hoewel de middeleeuwse Fransen het genre zijn naam gaven, waren het de oude Grieken die er duizend jaar eerder voor het eerst mee experimenteerden.

'Verdichtsels' en 'dramatische vertellingen' werden de hellenistische liefdes- en avonturenverhalen in de oudheid genoemd. Een concretere naam was niet nodig; de klassieke literaire critici namen fictie in proza toch niet serieus. Hun dédain werd overgenomen door de klassieke filologen van de achttiende en de negentiende eeuw, die zich liever bezighielden met Homerus, Sofokles en Plato. En zo kwam het dat de antieke roman pas een jaar of dertig op belangstelling van de wetenschap mag rekenen - misschien ook als gevolg van het feit dat de ooit zo strenge scheiding tussen high culture en low culture een academische kwestie is geworden. Wanneer Madonna en Goede tijden slechte tijden op de lesroosters van de universiteiten staan, mogen Achilleus Tatios en Chariton zeker niet ontbreken.

Niet dat onderzoeksterrein erg breed is: slechts vijf klassiek-Griekse romans zijn in hun geheel overgeleverd, van veertien andere hebben we niet meer dan fragmenten en samenvattingen over. De oudste bijvoorbeeld, Ninos geheten naar de Assyrische prins die er de hoofdrol in speelt, bestaat uit drie stukken papyrus (gedateerd in de eerste eeuw vC) waar ternauwernood een verhaal uit gedestilleerd kan worden. De literatuurhistoricus moet dus woekeren met zijn informatie, en dat doet Holzberg met verve. Zo besteedt hij, om een vollediger beeld te krijgen, ook aandacht aan de vier (deels) bewaard gebleven parodieën uit later tijden, waarvan Petronius' Satyricon, met zijn aandacht voor seks, religie en reizen, het beroemdste voorbeeld is.

Anders dan veel van zijn voorgangers gelooft Holzberg niet dat de antieke roman is voortgekomen uit de hellenistische geschiedschrijving, die de neiging had om historische verslagen - bijvoorbeeld van de tochten van Alexander de Grote - mooier te maken met sterke verhalen die soms ten dele uit de duim van de geschiedschrijver komen. Weliswaar waren de eerste romanciers sterk beïnvloed door een veelgelezen biografisch werk van de historicus Xenofon (ca 430-350 vC), maar deze Kyropaedeia (over de opvoeding van de Perzische koning Cyrus) werd al in de oudheid gezien als romantische fictie. Net als Xenofon boden de romanschrijvers uit de tweede eeuw voor Christus een fictieve geïdealiseerde wereld als alternatief voor de historische werkelijkheid. In hun boeken konden best historische figuren optreden, maar hun woorden en daden waren honderd procent verzonnen.

Een mooi voorbeeld van dit soort uitzinnige fictie-met-een-historisch-korstje is de roman (Chaireas en) Kallirhoë, die nu tegelijk met de monografie van Holzberg in het Nederlands is vertaald. Van de schrijver, Chariton, is zó weinig bekend dat zijn naam - Grieks voor 'charme' - wel als een pseudoniem is gezien - te meer daar hij in de eerste regel van zijn boek meldt dat hij afkomstig is uit Afrodisias, een naar de godin van de liefde genoemde stad in Klein-Azië. Maar inmiddels is de naam Chariton op inscripties in Afrodisias teruggevonden; en op basis van verwijzingen in de tekst en datering van in het woestijnzand bewaarde papyrusfragmenten weten we in elk geval dat hij zijn boek in het begin van onze jaartelling moet hebben geschreven - het is de oudste Griekse roman die in zijn geheel is overgeleverd.

Indiana Jones

In Kallirhoë, dat in Hollywood verkocht zou worden als 'Indiana Jones meets Romeo & Juliet', worden belangrijke bijrollen gespeeld door historische figuren. De vader van de beeldschone Kallirhoë is de Siciliaanse admiraal Hermokrates, die de Atheners tijdens de Peloponnesische Oorlog vernietigend had verslagen; een van haar bewonderaars is de Perzische koning Artaxerxes, die van 404 tot 358 over het Oosten heerste. Daarmee houdt de historische werkelijkheid op. Artaxerxes is slechts een van de vele geilaards in het netwerk van Oosterse heersers dat Chariton schetst: de running gag in zijn roman is de ontregelende schoonheid van de hoofdpersoon, die haar kuisheid probeert te bewaren in een wereld die het voortdurend op haar gemunt heeft. Dat maakt Kallirhoë tot de verre voorouder van de zwaargeplaagde Justine uit de gelijknamige roman van de markies de Sade.

Kallirhoë heeft trouw gezworen aan haar eerste liefde, Chaireas, maar volgens een bekend stramien (dat werd ontwikkeld door de antieke romanciers) stroomt er heel wat water door de Middellandse Zee voordat zij elkaar na hun eerste liefdesnacht weer in de armen sluiten. De heldin wordt levend begraven, geroofd door piraten, gedwongen tot een huwelijk en begeerd door de heerser van Milete, de satraap van Lydië en de koning van Perzië. Haar man wordt tot slaaf gemaakt, ontloopt op het nippertje een kruisiging, staat verschillende malen op het punt om zelfmoord te plegen, eist Kallirhoë op in een spectaculaire rechtszaak, en moet zich uiteindelijk aansluiten bij een Egyptische opstand tegen de Pers om zijn vrouw terug te krijgen. Bij de onvermijdelijke happy ending is de moraal van het verhaal er bij zowel de hoofdpersonen als de lezer ingeramd: de mens wikt, maar Tyche, het Lot, beschikt.

In De roman in de oudheid noemt Niklas Holzberg de antieke avonturenverhalen de 'droomfabriek', omdat ze net als de films in de jaren dertig voorzagen in de escapistische behoeften van het publiek. De tijd was er naar, redeneert Holzberg, want nadat het wereldrijk van Alexander de Grote in de derde eeuw voor Christus was verbrokkeld, bevond de burgerij van de Griekse stadstaten zich in een crisis. De wereld was onveilig geworden: piraten beheersten de zee, struikrovers het land, en de opvolgers van Alexander waren in een onafzienbare reeks van oorlogen verwikkeld. Geen toeval dat juist in deze periode de eerste romans geschreven werden, meent Holzberg, waarna hij alleen nog moet uitleggen waarom de antieke roman het populairst was in de eerste eeuwen na Christus, toen de wereld dankzij het centraal gezag van de Romeinse keizers een periode van relatieve rust beleefde. Holzbergs omnivalente verklaring luidt dat het burgerlijke lezerspubliek, ontdaan van zijn politieke invloed, 'des te meer reden (had) om zich op het privéleven te concentreren' en zich stortte op literatuur die hen 'naar een meer aantrekkelijke fantasiewereld kon voeren.'

Dagdromen

Charitons Kallirhoë is inderdaad een verhaal om bij weg te dromen, met een aantal goed opgeschreven scènes: het spookachtige ontwaken van Kallirhoë in een donkere graftombe, de terloopse gruwelijkheid van de bijna-kruisiging van Chaireas, de erotische mijmeringen van de Perzische koning, en vooral de superieure ironie van de folterpartij die een piraat met geweten schopt (zie kader 1). Maar literair valt er aan Kallirhoë niet bijzonder veel te beleven; het verhaal lijdt aan een overdosis en-toen-en-toen, de personages komen nauwelijks tot leven, en de stijl is braaf, op het schoolse af. Om de lezer bij de les te houden voegt Chariton bovendien van tijd tot tijd samenvattingen toe die ooit wellicht aangaven waar een nieuwe boekrol begon, maar die de roman voor de moderne lezer nogal onbeholpen maken.

Hoe anders is dat in de tweede Griekse roman die deze week in vertaling verscheen: De liefdesperikelen van Leukippe en Kleitofon door Achilleus Tatios, een Griek die waarschijnlijk in de tweede eeuw na Christus leefde. De roman begint al met een modern aandoende compositorische vondst. De ik-figuur strandt met zijn schip in de haven van Sidon en besluit om een dankoffer aan de godin Astarte te brengen. In de tempel ziet hij een - uitgebreid en met kennersoog beschreven - schilderij van de ontvoering van Europa door Zeus dat hem de uitroep ontlokt dat Eros 'de hemel, de aarde en de zee beheerst'. Een jongen die naast hem staat beaamt dat. 'Je maakt een wespenzwerm van verhalen bij me los', zegt deze Kleitofon, en de rest van het boek geeft hij het woord niet meer uit handen.

Het verhaal van Kleitofon, geschreven in de directe ik-vorm, kenmerkt zich door de vaste thema's an de Griekse roman: twee hevig verliefden worden van elkaar gescheiden, meermalen dood verklaard, belaagd door snoodaards en wellustelingen, aangeklaagd in een rechtszaak, en uiteindelijk met elkaar herenigd onder het nauwverholen motto 'de liefde overwint alles.' Maar zoals bij alle goede romans is het vooral de manier waarop Achilleus vertelt die Leukippe en Kleitofon bijzonder maakt. Volgens Holzberg was de literaire verfijning van de schrijver een gevolg van de beschavende invloed van de zogeheten Tweede Sofistiek, een intellectuele beweging uit de tweede eeuw die, zoals een millennium later de Renaissance, de waarde van retorica en klassiek-Griekse literaire voorbeelden onderstreepte. Feit is dat Achilleus zowel compositorisch zijn meesterschap toont - met behulp van flashbacks, flashforwards en perspectiefwisselingen - als psychologisch. Leukippe en Kleitofon zijn van een andere wereld, maar ze zijn ondanks hun extreme reacties geloofwaardig en menselijk. De hypocrisie van de mannelijke hoofdpersoon, die zijn eed van trouw aan Leukippe voor een nachtje opschort omdat hij 'oprecht bang (is) voor de wraak van de liefdesgod' zou niet misstaan in een zedenschets van Ronald Giphart of een komedie van Woody Allen.

Schipbreuk

Stijl is misschien wel Achilleus' belangrijkste troef. Zelfs een minder vlotte vertaler dan Hein van Dolen (die met moderne wendingen als 'nou ja, het gewone recept' en 'het werd nog triester, hoor' af en toe wel erg doortastend populariseert) had de levendigheid van Leukippe en Kleitofon niet kunnen aantasten. Achilleus is scherp en origineel in persoonsbeschrijvingen (zie kader 2), kiest sterke beelden ('een kus van erts en ijzer') en strooit met goed uitgewerkte filosofische bespiegelingen ('Schaamte, verdriet en woede zijn als drie golven die tegen de ziel slaan...'). Vooral zijn timing is onovertroffen, of hij nu de Titanic-achtige taferelen bij een schipbreuk beschrijft, of de verplichte rechtbankscène aan het eind van het verhaal. Mijn favoriete passage is de eerste zoen waartoe Kleitofon Leukippe verleidt: het neveneffect van een list waaraan onder meer een toverformule en een gefingeerde wespesteek te pas komen.

De heilige drieëenheid van de populaire roman - seks, spanning en sensatie - is in Leukippe en Kleitofon prominent aanwezig. En dan is er nóg een reden waarom Achilleus Tatios het lezen waard is: tussen de cliffhangers door geeft hij een wervelend beeld van de Grieks-oosterse wereld in het begin van onze jaartelling. Wie de roman leest, komt van alles te weten over antieke reizen, huwelijksgebruiken, scheepvaartverkeer, het stadsleven in Alexandrië, de flora en fauna van de Nijl (brandschoon water en gevaarlijke nijlpaarden), martelmethodes in Klein-Azië en natuurlijk de vuige listen waarmee advocaten in de rechtzaal de cliënten van de tegenpartij zwart maakten. Je zou dan ook kunnen spreken van de paradox van de antieke roman: voor de lezer van toen was een boek als Leukippe en Kleitofon een aaneenschakeling van extreme, fantastische gebeurtenissen; voor de lezer van nu is het een ongedwongen introductie tot de dynamiek van het Gewone Griekse Leven.

Uit: Chariton: Chaireas en Kallirhoë, vertaald door Emilie van Opstall.

Onmiddellijk werden de beulen erbij geroepen en de godslasteraar kreeg zweepslagen. Hij werd met hete ijzers en messen bewerkt, maar hield behoorlijk lang vol en het scheelde weinig of hij had de

folteringen doorstaan. Maar een mens is uitgerust met een krachtig geweten en de waarheid overwint altijd. Het kostte veel tijd en moeite, maar Theron legde uiteindelijk een bekentenis af.

Uit: Achilleus Tatios: De liefdesperikelen van Leukippe en Kleitofon, vertaald door Hein van Dolen.

Zij leek op de Maangodin, die ik ooit zag afgebeeld gezeten op een stier: ogen tintelend van levenslust, haren goudblond, golvend goud, wenkbrauwen zwart, pikzwart, wangen bleek, bleek met in het midden een rode gloed, lijkend op de rode verfstof die de vrouwen in Lydië op het ivoor aanbrengen. Haar mond was een roos - een rozenknop die zijn buitenste blaadjes begint te ontvouwen.