Doorvragen naar de goden

Catherine Clémant: De reis van Theo. Roman over de geschiedenis van de theologie (Le voyage de Théo; vert. Truus Boot, Eveline van Hemert en Jeanne Holierhoek) Ambo, 679 blz., ƒ 49,50

Theo is veertien en hij is doodziek. Wat hij heeft weten we niet, iets geheimzinnigs dat volgens de doktoren per vliegtuig is overgebracht uit een ver land. De medici zien het somber in. Theo's ouders ook. Dan komt tante Martha, een excentrieke, steenrijke, dikke tante, en die neemt Theo mee op reis. Niet zomaar een reis: in elk land waar ze komen ontmoeten ze een vriend of vriendin van tante Martha die Theo alles vertelt over de geschiedenis, de gewoontes en de belangrijkste geloofspunten van zijn of haar religie.

Aan het eind van de reis weet Theo, die een fabelachtig geheugen heeft, buitengewoon veel over religie. En hij is genezen.

Catherine Clément lijkt met haar De reis van Theo een theologische tegenhanger te hebben willen schrijven van Jostein Gaarders boek De wereld van Sofie, waarin een meisje de geschiedenis van de filosofie te horen krijgt. Dat boek werd een enorme bestseller, en misschien zal dat ook wel gaan gelden voor De reis van Theo. De opzet is om op een eenvoudige manier, via een hoofdpersoon die geacht mag worden nieuwsgierige en onbevooroordeelde vragen te stellen alle belangrijke godsdiensten en levensbeschouwingen aan de orde te stellen. En passant zien we zo als lezers wat van de wereld.

Voor wie het boek eigenlijk geschreven is, is niet helemaal duidelijk. De schrijfster lijkt te mikken op een publiek 'van 8 tot 80' door op een niet al te ingewikkelde maar wel verantwoorde manier in verhaalvorm tamelijk theoretische kost te behandelen. Want theoretisch is het wel. Wat de mensen precies in hun leven doen met hun religieuze overtuiging komen we niet te weten. Wel lezen we eindeloos veel over mythen en dogma's, over de Egyptische goden met hun dierenkoppen, over Vishnoe en Shiva, over dansende Derwisjen en Soefi's, over God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ('dat vogeltjesgedoe' zegt Theo die er een gewoonte van maakt 'jongensachtig' te spreken).

Er is geen religie die er het beste uitspringt, al blijkt tante Martha boeddhiste en al is Theo erg gevoelig voor de mystieke kante van godsdiensten. Waarmee Theo zich een echt modern mens toont, persoonlijke ervaring en emotie staan in deze tijd hoog aangeschreven als het om religie gaat, veel meer dan orthodoxie, of gehoorzaamheid. Alle godsdiensten worden uitgelegddoor verlichte mensen die eerlijk antwoord geven op al Theo's soms erg botte soms erg scherpzinnige vragen. De eeuwige bloederige strijd die met godsdientige overtuiging gepaard gaat komt ook in elk land aan de orde. nergens zijn ze daarvan gevrijwaard gebleven.

Behalve de opzet heeft dit boek nog iets gemeen met De wereld van Sofie. Het is geschreven door iemand die niet goed kan schrijven. Het jongetje Theo is een theoretische constructie die enerzijds een onverzadigbare belangstelling heeft voor religie en anderzijds modern moet zijn, reden waarom hij afschuwelijk, quasi jeugdig praat. Hij kan ook nooit eens gewoon wat zeggen, hij roept, hij fluistert, hij danst, hij schreeuwt, hij zegt iets opgewonden of dromerig, hij klaagt, bromt en peinst - het is om dol van te worden. Iedereen praat trouwens houterig en gemaakt zodra het niet over godsdienst gaat. “Wat zijn dat voor akelige boeken! Daar ben je toch veel te jong voor Theo!” zegt zijn moeder. Het gaat om het Woordenboek van het oude Egypte, om Griekse mythologie en het Tibetaans dodenboek. 'Akelige boeken'.

Verder kan Clement eigenlijk geen verhaal vertellen. De personages komen nergens tot leven, het laat volkomen onverschillig of Theo nu geneest of niet, of hij verliefd is of niet, of hij daar verdriet over heeft - niets lijkt ook maar een seconde oprecht en de moeite om je druk over te maken. Alles in dit boek is even opzichtig gedaan - als tante Martha zich zorgen maakt over Theo's somberheid droomt de jongen meteen hardop een paar sleutelwoorden waardoor zij snapt wat hem dwars zit. Onnozeler kan het bijna niet.

Dit boek is aan de ene kant een mislukt kinderboek, aan de andere kant een compacte samenvatting voor geïnteresseerden van alle leeftijden van belangrijk theologische kwesties, die ook via een uitgebreid register gemakkelijk teruggevonden kunnen worden. Om dat er zo ontzaglijk veel behandeld moet worden gaat veel in vogelvlucht aan ons voorbij of blijft het bij schematische aanduidingen, maar ja, echt àlles behandelen is ook onmogelijk.

Van Sofie schijnt een erg leerzame en leuke CD-ROM te zijn gemaakt. Misschien zou dat voor dit boek ook de oplossing zijn. Dan zouden al die malle raadsels die Theo elke keer moet oplossen om uit te vinden waar de reis nu verder naartoe gaat missschien ook een functie krijgen. Nu zijn ze alweer, als zoveel in dit boek, onmachtig.

Kama, de Indiase god van de liefde, op een olifant van negen godinnen Illustratie uit 'Mythen van de mensheid', door Alexander Eliot.

    • Marjoleine de Vos