Dode prooien, dode jagers

Allan Folsom: Dag van bekentenis. Uit het Amerikaans vertaald door William Oostendorp en Joost van der Meer. De Boekerij, 472 blz. ƒ 34,90

De Amerikaan Allan Folsom weet alles over Chinese waterzuiveringsinstallaties, de garderobe van de Paus en hoe Vaticaanstad er van binnen precies uitziet - en ook van minder onschuldige zaken als wapens, terroristengedrag en moordtechnieken. Zijn nieuwste boek, met de nietszeggende titel Dag van bekentenis (Day of confession), drijft op dit soort kennis. Dat een krimi baat heeft bij een slimme intrige, is Folsom ontgaan.

Met zijn vorige roman, De Dag van morgen een flitsend geharrewar tussen Parijs, Londen, Los Angeles en Zwitserland, vestigde de voormalige scenarioschrijver in 1994 zijn naam als thriller-auteur (in de week van verschijning kwam het bovenaan de lijst van bestsellers in de New York Times, en de verkoop van de rechten alleen al leverde Folsom zo'n zes miljoen gulden op). Zijn boeken zijn dik en de slachtoffers vallen alsof er een oorlog aan de gang is, net zo frequent en achteloos. In Dag van bekentenis worden allerlei partijen door elkaar achtervolgd. Harry Addison, advocaat uit Los Angeles, zoekt zijn broer, priester Danny uit het Vaticaan die na een aanslag op zijn leven kriskras door Italië wordt vervoerd. Harry wordt gezocht door de politie, die meent dat hij in Rome een rechercheur vermoordde, en het hele gezelschap heeft terrorist Thomas Kind op zijn hielen, die de broeders Addison en andere mogelijke getuigen wil uitschakelen.

Als een spin in het web zit ondertussen in Vaticaanstad kardinaal Palestrina, die een plan heeft bedacht voor de internationale overheersing van de Katholieke Kerk - te beginnen met China. Dit megalomane idee vereist de dood van honderdduizenden Chinezen, een collega-Kardinaal en vele argeloze Italianen. Het kan Palestrina allemaal niets schelen, zijn enige loyaliteit geldt de kerk.

Dit is mogelijk een dramatisch soort waanzin. En zo zijn er meer emoties die het in zich hebben om meeslepend te zijn. De drang van Harry om zijn broer terug te vinden van wie hij al jaren vervreemd was, grijpt terug op het verlies van hun kleine zusje dat ooit onder het ijs verdween. Het steeds heviger dringende verlangen zijn broer terug te zien had Harry een markante figuur kunnen maken - net als inspecteur Roscani.

Roscani komt er achter dat de oorsprong van alle onheil in het Vaticaan te vinden is, maar heeft als Romeinse politieagent geen bevoegdheid om daar in te grijpen. In de langdurige en eindelijk ook enerverende ontknoping, die zich beeldend voltrekt als een shoot out, overschrijdt hij zijn bevoegdheid en stapt de Vaticaantuin in. Die beslissing had gewetensnood moeten opleveren, persoonlijke verwarring en uiteindelijk de opluchting van 'het goede doen'. Niets van dat al; Roscani weifelt slechts even.

Zo laat Folsom steeds kansen liggen om zijn hoofdpersonen contouren te geven. En daardoor komen noch de jagers, noch de prooien tot leven. Als Thomas Kind de ene na de andere middenstander die hem in de wielen rijdt de keel doorsnijdt, met een ijspriem de hersenen leegprikt of een pols afhakt, vergeet je uiteindelijk zelfs te tellen. De daders laten zich te weinig haten, de slachtoffers geven te weinig aanleiding tot medeleven. Zo onverschillig mag een schrijver misschien zijn, maar als lezer wil je je zo niet voelen.